De zogenaamde verschuiving naar het westen van Polen ten koste van Duitsland na de Tweede Wereldoorlog werd door de geallieerden gerechtvaardigd door te stellen dat Polen gecompenseerd moest worden voor het verlies van zijn oostelijke territoria aan de Sovjet-Unie. Bij het zogenaamde Oost-Polen ging het echter slechts om een overwegend door niet-Polen bewoond gebied dat in de Pools-Russische Oorlog, die vandaag 100 jaar geleden begon, buit was gemaakt.

Rond het einde van de Eerste Wereldoorlog ontstonden door de Duitse nederlaag, het gedeeltelijke verval van het tsarenrijk en de ondergang van Oostenrijk-Hongarije diverse nieuwe staten in Midden- en Oost-Europa. Daaronder ook de Tweede Poolse Republiek, die zich op 7 oktober 1918 formeel onafhankelijk verklaarde. De precieze grenzen van Polen in het Interbellum bleven in eerste instantie echter onduidelijk c.q. omstreden.

Piłsudski

Maarschalk Józef Piłsudski (rechts), met de Franse generaal Paul Henrys en de Poolse generaal Leonard Skierski, die eerder in het leger van de tsaar gediend had.

Dat laatste gold in het bijzonder voor de grens met Sovjet-Rusland. Overeenkomstig het nationale zelfbeschikkingsrecht had de Poolse natiestaat daar moeten eindigen waar er geen etnisch-Poolse meerderheid meer was. Dat kwam echter niet overeen met de ideeën van de Poolse veldheer Józef Piłsudski, die sinds eind 1918 de onbetwiste leider van de Poolse staat en opperbevelhebber van zijn strijdkrachten was. Hij streefde naar het herstellen van de situatie voor de drie zogenaamde Poolse delingen in 1772, 1793 en 1795, alsmede naar de restauratie van het rijk van de Jagellionen-dynastie of het Pools-Litouws gemenebest, beide multi-etnische grootmachten van de 15e tot de 18e eeuw.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Intermarium

Dit alles moest omkleed worden door een nog bredere confederatie onder de naam Intermarium (pseudo-Latijn voor ‘tussen de zeeën’). Het territorium daarvan moest van de Oostzee tot de Zwarte Zee en eventueel de Adriatische Zee reiken.  Deze confederatie moest Polen in de gelegenheid stellen als hegemoon op te treden in het gebied tussen Duitsland en Rusland. Het hedendaagse concept van het Drie Zeeëninitiatief is hierdoor geïnspireerd.

Cordon sanitaire

Brits-Franse diplomatieke missie in Polen, 1920

In dit streven genoten Piłsudski en de zijnen de steun van Frankrijk, dat een aan de westerse mogendheden verbonden cordon sanitaire voorstond. Dit cordon moest in de visie van Parijs een eventuele samenwerking tussen Duitsland en Rusland verhinderen en tegelijk voorkomen dat de bolsjewistische revolutie zou overslaan naar Midden- en West-Europa. Hieruit volgde later het sturen van militaire adviseurs naar Warschau, waaronder ook kapitein Charles de Gaulle.

Bolsjewieken

In tegenstelling tot Polen, dat de sympathie van de westerse mogendheden en met name Frankrijk genoot, stonde de Bolsjewieken begin 1919 met de rug tegen de muur. Het Rode Leger was weliswaar getalsmatig imposant, maar slecht uitgerust en getraind. Het bevond zich in een bittere strijd met meerdere legers van de Witten, die met steun van de westerse mogendheden de Bolsjewieken van de macht probeerden te verdringen.

Poolse artillerie voor de kathedraal van Vilnius/Wilno

Vilnius/Wilno

De zwakte van het buurland benutte Piłsudski om zijn plannen met militaire middelen te verwezenlijken. Van 14 tot 16 februari 1919 kwam het nabij het Wit-Russische dorp Bjarosa tot vuurgevechten tussen Poolse en Sovjet-Russische eenheden. Eind april wisten de Polen Vilnius (Wilno), de hoofdstad van de Litouws-Wit-Russische Socialistische Sovjetrepubliek, te bezetten. Daarop hield Piłsudski in om af te wachten terwijl de Bolsjewieken en Witten elkaar afslachtten.

Krijgsgevangenen

Curzon-lijn

Ondertussen liepen de vredesconferenties in Parijs, in de loop waarvan de westerse geallieerden op 8 december 1919 de Curzon-lijn als voorlopige demarcatielijn tussen Polen en Sovjet-Rusland vaststelden. De naar de toenmalige Britse minister van Buitenlandse Zaken George Curzon genoemde lijn markeerde ongeveer de oostgrens van het gebied met een in meerderheid Pools-sprekende bevolking en kwam grotendeels overeen met de huidige oostgrens van Polen.

Grootmacht-ambities

Dit paste echter slecht in de grootmacht-ambities van Warschau. Derhalve begon Polen in april 1920 zijn volgende offensief voorbij de Curzon-lijn. Kort daarop marcheerden Piłsudskis troepen Kiev binnen. Al op 15 mei 1920 ondernam het Rode Leger echter een grootschalige tegenaanval. Deze bracht het Rode Leger in augustus tot op 100 kilometer van Warschau, zodat de nederlaag van Polen op handen leek te zijn. Onder deze omstandigheden vond het zogenaamde Wonder aan de Wisla plaats. Polen kon de oorlog onverwacht in zijn voordeel keren, doordat het Sovjet-Russische plan veel fouten had en de westerse militaire steun groot was. Aansluitend stootte het Poolse leger opnieuw op naar het oosten en trok onder andere de huidige Wit-Russische hoofdstad Minsk binnen en opnieuw Vilnius.

Poolse troepen in Kiev

Verdrag van Riga

De oorlog eindigde op 18 maart 1921 met het Verdrag van Riga, dat zeer in het nadeel van de verzwakte Sovjets uitpakte. Zo voorzag het vredesakkoord naast de betaling van 30 miljoen goud-Roebel oorlogsreparaties aan Warschau in een verschuiving van de grens die een uitbreiding van het Poolse territorium met 180.000 vierkante kilometer ten koste van Moskou betekende. De nieuwe grens lag zo’n 250 kilometer ten oosten van de Curzon-lijn. De Poolse bevolking in de door Piłsudski geannexeerde gebieden was met andere woorden in de minderheid. In het gehele nieuwe ‘Oost-Polen’ vormden de Polen minder dan tien procent van de bevolking. Zodoende telde Polen nu weliswaar 27 miljoen inwoners, maar daarvan waren slechts 19 miljoen etnische Polen.

Grenzen na het Verdrag van Riga

‘Compensatie in het westen’

Zo bezien kwam Polen na de Tweede Wereldoorlog helemaal geen compensatie in het westen voor zijn gebiedsverlies in het oosten toe, toen Stalin de in 1939 door het Rode Leger bezetten ‘Poolse’ gebieden ten oosten van de Curzon-lijn met billijking van de westerse geallieerden inlijfde bij de Sovjet-Unie. Per slot van rekening was ‘Oost-Polen’ nog geen twee jaar lang deel van de Tweede Poolse Republiek geweest. En dat nog slechts ten gevolge van een aanvalsoorlog en onder schending van het zelfbeschikkingsrecht van talloze Litouwers, Wit-Russen en Oekraïners.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.