Op 19 mei 1919 begon met de landing van de Turkse inspecteur-generaal Mustafa Kemal Pasja, later Atatürk genoemd, in Samsun de Turkse Onafhankelijkheidsoorlog tegen de geallieerden.

Het wapenstilstandsakkoord van Mudros van 30 oktober 1918 beëindigde voor het Ottomaanse Rijk een tienjarige staat van oorlog. Militair was het rijk niet verslagen, zijn monarchie bestond voort. Nog in september 1918 hadden Ottomaanse troepen de oliemetropool Bakoe bezet. Maar hoofdstuk 7 van het Akkoord van Mudros stond het Engeland, Frankrijk, Italië en Griekenland toe op ieder moment iedere regio van het rijk te bezetten. En het overblijfsel van het Ottomaanse leger werd niet ontwapend. Sultan Mehmet VI, die sinds juli 1918 aan de macht was, ontbond het parlement en benoemde zijn zwager Damat Ferit tot grootvizier.

Megali Idea

Griekenland, dat zich in de Eerste Wereldoorlog bij de Entente aangesloten had, zag een kans voor de verwezenlijking van de ‘Megali Idea’ van een Groot-Griekenland. Op 15 mei 1918 landden Griekse troepen in Smyrna/Izmir, waar destijds Grieken en Armenen nog een aanzienlijk deel van de bevolking uitmaakten. Geallieerde oorlogsschepen dekten de landing vanaf zee.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Griekse militairen marcheren over de boulevard van Smyrna/Izmir, mei 1919.

In verschillende regio’s braken na de Griekse landing onlusten uit. De hoge commissarissen van de geallieerden in Constantinopel riepen de sultan op voor orde te zorgen. De sultan stuurde zijn generaal b.d. Mustafa Kemal als inspecteur-generaal om het muitende leger weer onder controle te brengen. “Pasja, u kunt het land redden”, zou de sultan hem bij een afscheidsaudiëntie toegeroepen hebben.

Mustafa Kemal landt in Samsun

Op 19 mei landde Mustafa Kemal in Samsun, die datum is nog altijd een feestdag in Turkije. Hij zou in latere jaren zelf bijdragen aan de mythe rond deze dag, door het als zijn geboortedag – die onbekend is – aan te nemen. De aankomst van Kemal in Samsun wordt als het begin van de Turkse Onafhankelijkheidsoorlog gezien. Hij vormde vrijkorpsen waartoe ook eenheden van de ontbonden geheime dienst Teskilât-i Mahsusa behoorden.

Mustafa Kemal zag in dat het verzet tegen de geallieerden alleen vanuit Anatolië en niet vanuit het bezette Constantinopel geleid kon worden. Na een week in Samsun brak hij op naar de Anatolische hoogvlakte. Van daaruit riep hij in een rondzendbrief andere officieren op om overal in het land verzet tegen de bezetters te organiseren.

Onafhankelijkheid

Op 21 juni 1919 riep Kemal Pasja in Amasya de onafhankelijkheid van het nieuwe Turkije uit. Daarop riep de sultan hem terug naar Constantinopel. Kemal weigerde echter en gaf op 8 juli zijn ambt van inspecteur-generaal terug aan de sultan. In 1922 werd de sultan van de troon gestoten, twee jaar later de kalief, en op 29 oktober 1923 riep Mustafa Kemal de republiek uit, met als nieuwe hoofdstad Ankara. De geallieerden erkenden in 1923 in het Verdrag van Lausanne Mustafa Kemal als legitieme heerser van het nieuwe Turkije.

Sultan Vahideddin (Mehmed VI) verlaat het Dolmabahçe paleis in Istanbul door de achteruitgang. Enkele dagen later zou hij afgezet en verbannen worden.

Militaire loopbaan

Mustafa Kemal werd begin 1881 in het destijds Ottomaanse Saloniki geboren. Hij sloeg een militaire loopbaan in. Hij onderscheidde zich in de Eerste Wereldoorlog, toen hij in 1915 met groot militair inzicht onder generaal Liman von Sanders aan de verdediging van de Dardanellen tegen de Entente deelnam.

Kemalisme

Na de oprichting van de Turkse republiek in 1923 wilde hij het laïcisme doorvoeren en zijn land qua ontwikkeling zo snel mogelijk op ooghoogte brengen met Europese mogendheden. Hij verving het Arabische schrift door het Latijnse alfabet. Vrouwen kregen gelijke rechten en de hoofddoek werd in alle staatsinstellingen verboden. Ook werden verschillende religieuze broederschappen verboden. Met zijn hervormingen schiep Kemal echter ook vijanden.

Toen in 1926 het plan van een moordaanslag bekend werd, liet hij ook veel mensen uit zijn omgeving executeren. In de jaren ’30 zou hij circa 800 Duitse en Oostenrijkse intellectuelen naar Turkije halen, die een grote bijdrage aan de opbouw van een moderne samenleving leverden. In 1934 gaf het parlement hem de familienaam Atatürk (vader der Turken). Op 9 november 1938 stierf de staatsman op 57-jarige leeftijd.

Ankara wordt hoofdstad

Ankyra was in de Oudheid een van de meest bloeiende steden van West-Azië en werd door keizer Augustus tot hoofdstad van Galatië verheven. De apostels Petrus en Paulus kwamen hier op hun zendingsreizen. In 315 en 358 kwamen er concilies bijeen.

In 1360 werd Ankyra door Murad I bij het Turkse rijk ingelijfd en kreeg het de naam Engüriye. De stad verviel, sinds de Ottomanen in 1453 Constantinopel veroverd en tot hun nieuwe hoofdstad gemaakt hadden. Alleen met angorawol werd nog geld verdiend.

Angora

De wol- en textielhandel werd het domein van de Armenen. Zij slaagden erin de schijnbaar ten dode opgeschreven stad nieuw leven in te blazen. Het werd een centrum van de katholieke Armenen. In 1915 werd de gehele Armeense bevolking uit de nu Angora genoemde stad echter gedeporteerd. Zonder de Armenen verviel de stad opnieuw. Een onverklaarde grote brand deed in 1917 de rest. 

Hoofdstad

Met de grote historische en geografische betekenis van Angora in het achterhoofd en met het oog op de grote leegstand van prachtige Armeense villa’s, kwam de stad van nu niet meer dan 20.000 inwoners in het vizier van de oprichter van de nieuwe staat.

Mustafa Kemal verklaarde op 13 oktober 1923 Ankara tot nieuwe hoofdstad van Turkije. Hij koos voor de naam Ankara, omdat dit Europeser klonk dan de oude Turkse naam Engüriye. Als ambtswoning koos de president voor de villa van de Armeense juwelier Ohannes Kasabian, die omgedoopt werd tot Çankaya-villa, naar de wijk waarin ze ligt.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.