De meeste mensen hebben wel van Charles Lindbergh gehoord, maar hij was niet de eerste die een non-stop transatlantische vlucht maakte. John Alcock en Arthur Whitten zijn bij het grote publiek onbekend, maar zij vlogen acht jaar voor Lindbergh als eersten over de grote plas. 

De Britse piloot sir John William Alcock 27 jaar oud. Hij had als mechanicus in een vliegtuigfabriek gewerkt, zijn vliegbrevet gehaald, in de Eerste Wereldoorlog gevangen genomen en in maart 1919 in de rang van kapitein uit dienst gekomen. Sir Arthur Brown was 33 jaar oud. Hij was de navigator. Na zware verwonding en Duitse gevangenschap had de ingenieur zijn kennis van de vliegtuignavigatie verdiept. Bij een bezoek aan de Vickersfabriek bood men hem aan Alcock bij zijn voorgenomen vlucht over de Atlantische Oceaan te ondersteunen.

Brown en Alcock

Vickers Vimy

De recordvlucht moest met een Vickers Vimy plaatsvinden, een open dubbeldekker met een spanwijdte van 20,75 meter. De zware Britse bommenwerper was voor luchtaanvallen op doelen in Duitsland ontworpen. Voor het einde van de Eerste Wereldoorlog had men dit vliegtuig echter maar in geringe aantallen aan het westfront in kunnen zetten.  Twee twaalf-cilindermotoren dreven het toestel aan. Het bereikte een topsnelheid van 166 kilometer per uur.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Lord Northcliffe

Alcock en Brown kregen post mee op hun vlucht.

De non-stopvlucht over de Atlantische Oceaan begon op 14 juni 1919 om 13:45 uur vanuit St John’s op het Canadese eiland Newfoundland. In het geval de piloten hun waagstuk zou lukken, wenkte een aanzienlijk prijsgeld. In 1913 had de eigenaar van het Londense dagblad Daily Mail, Alfred Charles William Harmsworth, burggraaf Northcliffe, 10.000 pond sterling uitgeloofd voor de eersten die de Atlantische Oceaan over zouden vliegen. Aangezien niemand de prijs opeiste, loofde hij hem in 1918 nog eens uit. Niet alleen de piloten geloofden dat hun avontuur een succes zou worden. De plaatselijke postmeester vertrouwde hen met 197 brieven, de eerste transatlantische luchtpost.

Open dubbeldekker

De vlucht in een open dubbeldekker over de oceaan was geen pretje. Ze vlogen blind door nacht en wolken. In het toestel was het krap en er trad sneeuwjacht op. Als eten en drinken hadden ze niet meer dan twee boterhammen, koffie, bier en whisky mee. Zo gaat het verhaal althans. Hun sponsor, de krantenuitgever, had immers een goed verhaal nodig.  De ijzige wind deed de uitlaat en de bekleding van de rechter motor barsten. Daarop rammelde het met veel lawaai. Neerslag vroor aan op de instrumenten en maakte ze onleesbaar. Dit alles kwam de piloten weliswaar problematisch voor, maar niet gevaarlijk.

IJs op de vleugels

Wel gevaarlijk werd het ijs op de vleugels, het maakte de flappen en staart onbeweeglijk. Het toestel verloor hoogte en daalde steeds verder af richting zeespiegel. Als ze niet neer wilden storten, moesten de piloten een riskante stap ondernemen. Brown klom met een mes in de hand op de onderste vleugel van de dubbeldekker. Met een hand hield hij zich aan de spandraden vast, met het mes verwijderde hij het ijs. Dat moest voorzichtig gebeuren, want  de bespanning van de vleugel kon gemakkelijk beschadigd raken. Viermaal moest Brown tot vijf meter naar buiten, aan beide zijden twee keer.

Moeras

Ze haalden het. De volgende morgen zagen ze kust van Ierland opdoemen. De eerste vlucht over de Atlantische Oceaan eindigde na 16 uur en twaalf minuten nabij Clifden. Ze hadden 3667 kilometer gevlogen. Nog bij de landing kwam er een domper op de roem. Ze hadden een groene weide gezien als geschikte landingsplaats. Een man rende op hen toe en gebaarde wild met de armen. De piloten dachten dat hij hen binnen zwaaide. Ze kwamen er niet op dat hij ze wou waarschuwen. En zo landden ze niet op een groene weide maar in een veenmoeras. Het toestel kiepte met de neus de drassige grond in. De beide piloten klommen er ongedeerd uit.

Geridderd

De weinig elegante landing deed echter nauwelijks af aan de roem die Brown en Alcock met hun bravourestuk verdiend hadden. Reeds enkele dagen later werden de beide heren door koning George V geridderd. Alcock kon zich echter niet lang in deze eervolle onderscheiding vermeien. Tijdens een vlucht naar Parijs later dat jaar stortte hij ter hoogte van Rouen neer. en stierf aan zijn verwondingen. Brown leefde nog tot 1948. Hij zou meemaken hoe Lindbergh veel meer in de belangstelling kwam te staan met zijn vlucht over de Atlantische Oceaan.

Lindbergh

Lindbergh wist zich beter te ensceneren dan zijn voorgangers. Hij vloog in 1927 weliswaar acht jaar na Alcock en Brown over de Atlantische Oceaan, maar hij vloog van New York naar Parijs. Dat maakte meer indruk dan een vlucht van het desolate Newfoundland naar een Iers moeras. Daarbij speelde het voor het publiek geen rol dat Lindbergh niet in een open dubbeldekker hoefde te vliegen, maar in een gesloten cabine zat. Verder benadrukte hij dat hij alleen vloog.

Solovlucht

Met zijn solovlucht groeide hij tot de eerste superster van de 20e eeuw uit. Zijn collega’s hadden de postvlieger eerder als ‘vliegende nar’ bespot, Lucky Lindy noemden ze hem. Na terugkeer van zijn recordvlucht kreeg hij 3,5 miljoen brieven, 100.000 telegrammen en 15.000 pakjes. Al een dag na de landing publiceerde de New York Times een dagboek van Lindbergh over zijn vlucht. Hoewel hij dat niet werkelijk zelf geschreven had. Lindbergh werd de meest gefotografeerde persoon van de jaren ’30.

Monument

Het verhaal van de eerste solovlucht over de Atlantische Oceaan is zo vaak verteld, dat Lindbergh dikwijls genoemd wordt als de eerste die de Atlantische Oceaan met een vliegtuig bedwong. Vergeten zijn de werkelijke eersten echter niet. Voor de Londense luchthaven Heathrow staat een monument voor de beide pioniers. Ook in Connemara, nabij Clifden waar ze landen staat een monument. Verder werd er een eiland voor de westkust van Antarctica naar Alcock genoemd.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.