Uiteindelijk was de vraag: Wie vertelt het zijne majesteit? Wie zegt keizer Wilhelm II dat er geen vrede bereikt kan worden zonder zijn troonsafstand? De Amerikaanse president Woodrow Wilson had dat, naast democratische hervormingen, als voorwaarde gesteld voor vredesonderhandelingen. Zo eindigde begin november een tijdperk.

Het einde was onvermijdelijk, toen rijkskanselier Max von Baden zich op 1 november 1918 er met gevolmachtigde Duitse vorsten erop beraadde, hoe men de keizer tot troonsafstand kon bewegen. En vooral: wie moest de brenger van deze problematische boodschap zijn? Niemand was bereid.

Uiteindelijk stelde Axel Varnbühler von und zu Hemmingen, een baron uit Württemberg, de verlossende vraag: Wat zou de keizer er zelf eigenlijk van zeggen? Om dat uit te vinden, zond men de Pruisische minister van Binnenlandse Zaken, Wilhelm Drews, naar het Belgische Spa. In het hoofdkwartier aldaar was Wilhelm II op 30 oktober aangekomen voor de inspectie van zijn troepen. Berlijn had hij op een kritiek moment aan zichzelf overgelaten.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Strijdend ten onder

De keizer reageerde zoals te verwachten viel ontsteld. Hoe kon een Pruisische overheidsfunctionaris het wagen hem zijn troonsafstand voor te leggen? Het keizerlijke antwoord: “Wanneer thuis het bolsjewisme komt, stel ik me aan het hoofd van een paar divisies, ruk ik op naar Berlijn en hang ze allemaal op.”

De slagkruiser HMS Queen Mary explodeer in de Slag voor het Skaggerrak, 31 mei 1916.

De revolutie was echter reeds dichterbij dan de keizer vermoedde. Eind oktober 1918 besloot de marineleiding een laatste “eervol gevecht” tegen superieure Britse eenheden te voeren. Sinds de Slag voor het Skaggerak in 1916 waren de marine-eenheden nauwelijks ingezet. Moest men dan nu ineens, terwijl het einde van de oorlog te voorzien was, als een soort doodseskader optreden? Onder matrozen deden geruchten de ronde dat de officieren een heldendood zochten en door de aanval te kiezen de aanstaande vredesonderhandelingen wilden torpederen. De matrozen hadden er een goede neus voor, zonder de woorden van de chef van het marinedepartement te kennen. Adolf von Trotha schreef namelijk: “De vloot staat een slotgevecht als hoogste doel voor ogen, om niet deze oorlog te moeten besluiten, zonder dat de in haar stekende nationale kracht ten volle tot haar slaande werking gekomen is.”

Muiterij

In Wilhelmshaven saboteerden matrozen het uitlopen van de vloot. Vele van de muiters werden gearresteerd, het III eskader naar Kiel verlegd. Communistische agitatoren hadden in de verhitte situatie licht spel. Bij massademonstraties werd de vrijlating van de matrozen geëist. Zo ook in Kiel. Een tabaksverkoper in Kiel berichtte op 6 november in een lange brief aan zijn zuster Erna, wat er in de dagen daarvoor aan ongeziene gebeurtenissen had plaatsgevonden:

“Gisterenavond zaten we met een paar mensen van de marine in de achterkamer. Een matroos vertelde met lichtjes in zijn ogen dat de schepen naar Engeland op moesten ruken om met eer ten onder te gaan, waarop de matrozen aan de kapitein lieten zeggen dat ze het vaderland zouden verdedigen tot de laatste druppel, maar ze de vijand niet meer op wilden zoeken, omdat daardoor de vredesonderhandelingen verstoord zouden worden en de oorlog moet nu eenmaal ten einde komen. Daarop kwam het bevel toch voort te doen en de schepen zijn dan tot de mijnenvelden gevaren. Daar zijn de vuren van de ketels uitgemaakt. 17 van de stokers zijn gearresteerd. De andere matrozen hebben daarop een protestbijeenkomst gehouden, waarop van de demonstranten 80 man gevangengezet werd. Dat was het signaal voor de opstand. [..] Er werden infanterie uit Rendsburg en huzaren uit Wandsbeck opgetrommeld. Pas toen werden de munitieopslagen bestormd. De bewakers gingen zelf mee en gaven geweren en machinegeweren uit, tot dan toe hadden de matrozen geen wapens! De infanteristen wisten niet wat te doen en gingen op het station gelijk over, de officiers gaven hun wapens af. Daarentegen begonnen de huzaren meteen met het machinegeweer te schieten. Uiteindelijk wonnen de matrozen en maakten de machinegeweren buit.”

Deze schildering komt overeen met andere berichten van ooggetuigen uit die tijd. Opgepotte ontevredenheid schiep in Kiel reeds langer een explosieve situatie. Nadat Kiel tot rijksoorlogshaven verklaard werd, had de stad een geweldige opkomst beleefd. Bedrijven die wapens en uitrusting fabriceerden en scheepswerven vestigden zich in Kiel. De stad groeide sneller dan iedere andere stad in het rijk. Daarmee ontstond een arbeidersklasse zonder verdere binding aan de lokale samenleving. Deze arbeiders hadden op een gegeven moment genoeg van de oorlog. Ze hadden genoeg van de ‘koolrapenwinter’, van ambtelijk bevolen kraaien ter vervanging van kippen.

Arbeiders en matrozen

In Kiel was het in januari 1918 al tot stakingen gekomen. Nog eenmaal had de Oberste Heeresleitung in het voorjaar van 1918 haar laatste krachten gemobiliseerd. Ze wou een overwinning behalen, voordat Amerikaanse troepen in Vlaanderen binnen zouden marcheren. Mocht dat niet mogelijk zijn, “dan moet Duitsland nu eenmaal te gronde gaan”, antwoordde Erich Ludendorff op een vraag. En het bleek niet mogelijk. Het offensief stootte weliswaar door tot vlak voor Parijs, maar stond toen tegenover 400 tanks. de slag was verloren. De manschappen wilden niet meer.

Dat was de stemming, toen in Kiel de samenwerking tussen arbeiders en matrozen ontstond. In de haven van de stad lagen op dat moment acht linieschepen, drie torpedobootflottieljes, meerdere onderzeeërs en kleinere kruisers, bij elkaar een bemanning van 40.000 man. Het kwam tot gezamenlijke manifestaties, protestmarsen en gewelddadige confrontaties. Bij een demonstratie op 3 november marcheerden matrozen en arbeiders naar het treinstation. Ze schopten relletjes en verklaarden de oorlog voor beëindigd. Een brandweerwagen raasde de mensenmassa in, officieren schoten. Er vielen acht doden en 29 gewonden.

Novemberrevolutie

3 november 1918 geldt zodoende als het begin van de matrozen- en arbeidersopstand waaruit de novemberrevolutie ontstond. Er heerste een heilloze chaos van een overvraagd hoofdkwartier dat niet wist wat te doen en in de regel verkeerde besluiten nam, van matrozen die nog wel in hun vaderland maar niet meer in de overwinning geloofden, van arbeiders die nergens meer in geloofden behalve de overwinning van het proletariaat.

Demonstratie in Kiel, 4 november 1918 (foto: Bundesarchiv)

Op 4 november werd in Kiel de rode vlag gehesen, muitende soldaten overstroomden de stad. De eerste matrozen-soldatenraad werd gevormd. De volgende dag probeerde sociaaldemocraat Gustav Noske tevergeefs te onderhandelen. Matrozen schoten de plaatselijke commandant dood. Op nagenoeg alle schepen waaide nu de rode vlag. De broer van de keizer, grootadmiraal prins Heinrich von Preußen, vluchtte uit het Kieler slot. De revolutie breidde zich via Lübeck en Hamburg uit naar Keulen, Stuttgart en München.

Toen het nieuws van de opstanden de keizer in Spa bereikte, merkte deze laconiek op, dat men nu een nieuw front had waarmee men niet had kunnen rekenen. De generaals was echter duidelijk dat de oorlog definitief verloren was. Een van hen stelde voor dat de keizer naar het front zou gaan om te sneuvelen, alleen zo zou de monarchie nog te redden zijn. Hindenburg pareerde dat men dan echter geen keizer meer zou hebben. Sinds begin november drong Max von Baden steeds sterker aan op het aftreden van de keizer om een onderhandelde vrede mogelijk te maken. De keizer wilde zich echter niet laten dwingen.

Wapenstilstand

Op 8 november bereikte een Duitse delegatie na lange, moeizame voorbereidingen de onderhandelingslocatie voor een wapenstilstand, een treinwagon in het bos van Compiègne. De tijd drong. Al op 9 november liet Max von Baden bekendmaken: “Zijne majesteit de keizer en koning hebben besloten afstand te nemen van de troon.” Dat was op zijn minst niet helemaal waar. Wilhelm II had op dat moment alleen zijn terugtreden als keizer in het vooruitzicht gesteld – hij wilde echter wel koning van Pruisen blijven. Pas op 28 november zou hij daadwerkelijk zijn troonsafstand ondertekenen.

Keizer Wilhelm II (vierde van links) op het station van Eijsden aan de Belgisch-Nederlandse grens op 10 november 1918 (foto: Bundesarchiv)

Nochtans vroeg Wilhelm II al op 9 november de Nederlandse koningin Wilhelmina om asiel. Op 10 november reed hij met de auto de Nederlandse grens over. In Duitsland was op 9 november de republiek uitgeroepen en de sociaaldemocraat Friedrich Ebert tot nieuwe rijkskanselier benoemd. “Ik vertrouw u het Duitse Rijk toe”, had prins Max von Baden gezegd en arbeidersleider Ebert had geantwoord: “Ik heb twee zonen verloren voor dat rijk.”

Dictaat

Bij de eerste ontmoeting tussen de Duitse en geallieerde wapenstilstandsdelegaties in de treinwagon in het bos van Compiègne op 8 november was de Duitse delegatie door de geallieerden onder hun opperbevelhebber maarschalk Ferdinand Foch 72 uur voor de ondertekening van de wapenstilstand gegeven. Alleen officieren van lagere rangen waren onderhandelingspartner voor de Duitse delegatie onder leiding van de staatssecretaris zonder portefeuille Matthias Erzberger van de katholieke Zentrumspartei. Het waren onderhandelingen waarbij niet onderhandeld werd. Het was het dictaat van een overwinnaar die door de opstanden in Duitsland de laatste kaart toegespeeld was.

Duitse delegatie onderweg naar de onderhandelingen in het bos van Compiègne, 7 november 1918

Foch stelde triomfantelijk dat Duitsland nu aan de genade van de overwinnaars overgeleverd was. Erzberger leken de gestelde voorwaarden te hard, maar Ebert gaf hem naar afspraak met het opperbevel van de krijgsmacht opdracht de wapenstilstand onder alle voorwaarden te accepteren. Daartoe hoorde de ontruiming van de Duitse gebieden op de linker Rijnoever, een gedemilitariseerde zone op de rechter Rijnoever, de uitlevering van de Duitse krijgsvloot en 5.000 locomotieven, 15.000 treinwagons en 5.000 vrachtwagens. Daarbovenop werden nog herstelbetalingen in voorlopig onbepaalde hoogte geëist.

Daarmee was de gang naar Canossa voorlopig afgesloten. Op 11 november 1918 werd de wapenstilstand ondertekend. Na vier jaar, drie maanden en elf dagen eindigde het zinloze doden, dat tien miljoen mensen het leven had gekost. De Verenigde Staten werden een wereldmacht en vier rijken – het Duitse keizerrijk, Oostenrijk-Hongarije, het Russische tsarenrijk en het Ottomaanse rijk – werden aan stukken gereten. Maar het vermeende einde van de tragedie zou slechts het voorspel voor de volgende catastrofe blijken te zijn.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.