Vandaag 100 jaar geleden sloten de centrale mogendheden en Rusland een wapenstilstand die uit zou monden in de Vrede van Brest-Litovsk.

De oorlog was een hinderpaal voor het doorvoeren van de revolutie in Rusland. Na de Oktoberrevolutie wilden de Bolsjewieken hun machtsovername bestendigen. Ze stelden de centrale mogendheden een wapenstilstand aan het gehele oostfront voor. Dit bracht het eind van de Eerste Wereldoorlog in het oosten dichterbij. Vanaf 15 december 1917 zwegen daar de wapens.

De oorlogvoerende partijen aan beide zijden waren uitgeput. Voor de centrale mogendheden betekende de wapenstilstand het einde van een vermurwende tweefrontenoorlog. In Rusland vielen de troepen uiteen of speelden een rol in de revolutie. De mensen leden honger en waren ontvankelijk voor de leuzen van de bolsjewieken, die “brood en vrede” beloofden.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


De vredesonderhandelingen werden op 9 december 1917 begonnen in de Russische vestingstad Brest-Litovsk. De stad lag in door Duitse troepen bezet gebied. Aan de onderhandelingstafel zaten de vertegenwoordigers van Rusland en van de centrale mogendheden, oftewel van het Duitse Rijk, Oostenrijk-Hongarije, het Ottomaanse Rijk en Bulgarije.

Veldmaarschalk prins Leopold van Beieren, opperbevelhebber aan het Oostfront ondertekent de wapenstilstand op 15 december 1917, rechts de vertegenwoordigers van Sovjet-Rusland (foto: Bundesarchiv).

Twee werelden kwamen hier in botsing, mensen die elkaar in denken en handelen volkomen vreemd waren. Traditiebewuste vertegenwoordigers van de hoge adel zaten met fanatieke revolutionairen aan tafel. Na een gezamenlijke avondmaaltijd noteerde de leider van de Oostenrijks-Hongaarse delegatie, Ottokar graaf Czemin: “Merkwaardig zijn deze bolsjewieken. Ze spreken van vrijheid en verzoening onder de volkeren, van vrede en eendracht, en tegelijk moeten ze de gruwelijkste tirannen zijn, die de geschiedenis gekend heeft – ze roeien de burgerij eenvoudigweg uit, en hun argumenten zijn machinegeweren en galgen.”

Leo Trotski, die vanaf januari 1918 de onderhandelingen aan de Russische zijde zou leiden, beoordeelde de delegatie van de centrale machten zo: “Met dit soort mensen kwam ik hier voor het eerst van aangezicht tot aangezicht samen. Het is onnodig te zeggen dat ik me ook vroeger over hen geen illusies gemaakt heb. Maar toch, ik geef toe, ik had me het niveau hoger voorgesteld.”

Met het optreden van Trotski veranderden de onderhandelingen fundamenteel. Waar tot dan toe relatief voortvarend onderhandeld was over het aanbod van de bolsjewieken – ontruiming van de bezette gebieden, zelfbeschikkingsrecht van de volken, afzien van reparaties, nu werden de onderhandelingen vertraagd. Van begin af aan wilde Trotski de onderhandelingen gebruiken als podium om de revolutie in andere landen op te stoken. Hij verlegde de focus van de gesprekken met het doel “de arbeidersmassa’s van Duitsland en Oostenrijk-Hongarije als ook de andere Entente-landen op te schudden”. Met lange verklaringen probeerde Trotski de wereld van de vreedzaamheid van de bolsjewieken te overtuigen: “De hoop op een snelle revolutionaire ontwikkeling in Europa gaven we vanzelfsprekend niet op.”

De Duitse generaal Max Hoffmann (links), met de Oostenrijks-Hongaarse minister Ottokar Czernin, de Ottomaans-Turkse minister Mehmet Talaat, en de Duitse onderhandelingsleider Richard von Kühlmann

De Duitse zijde doorzag zijn tactiek echter. Door versneld oprukken van de troepen voerden ze de druk op de bolsjewieken op. De door de Oberste Heeresleitung gevolmachtigde generaal Max Hoffmann stelde verontwaardigd: “De Russische delegatie spreekt met ons alsof ze als overwinnaar in ons land stond en ons de voorwaarden zou kunnen dicteren. Ik zou er op willen wijzen dat de feiten tegenovergesteld zijn.” Hij wierp de bolsjewieken voor de voeten het door hen geëiste zelfbeschikkingsrecht van de volkeren in bezette gebieden volkomen te veronachtzamen en iedere andersdenkende als contrarevolutionair en bourgeois vogelvrij te verklaren. Hij noemde als voorwaarde voor een vredesverdrag de onafhankelijkheid van Polen en de Baltische staten.

Op verzoek van Trotski werden de onderhandelingen onderbroken. Binnenlands waren er namelijk politieke problemen ontstaan – de macht van de bolsjewieken was aangetast door verliezen in de verkiezingen voor de volksvertegenwoordiging. Trotski drong er op aan de vredesonderhandelingen te verlaten, maar nam ze uiteindelijk op 30 januari weer op. In het Duitse Rijke en Oostenrijk-Hongarije was het tot de verwachte massastakingen gekomen. Opnieuw probeerde Trotski te rekken. Daarbij hoorde ook de weigering om aan onderhandelingen met de Volksrepubliek Oekraïne deel te nemen. De centrale machten sloten daarop een separate vrede. De erkenning van de Oekraïense staat werd gehonoreerd met grote leveringen graan en andere gewassen.

Trotski probeerde opnieuw een situatie te creëren die oorlog noch vrede was. Daarmee wilde hij tot het einde van de strijd aan alle fronten uithouden. Hij gaf aan af te willen zien van een verdrag en verklaarde eenzijdig “de staat van oorlog met de centrale machten voor beëindigd. De Russische troepen zal tegelijk het bevel tot volledige demobilisatie aan alle fronten worden gegeven.”

Daarmee gingen de centrale machten niet akkoord. Zonder vredesverdrag zou er verder gevochten worden, verklaarde generaal Erich Lüdendorff. Trotski hield dat voor een loos dreigement. Dat was een fatale vergissing. Op 17 februari 1918 begon het offensief ‘Faustschlag’. De Duitse troepen stuitten nauwelijks op weerstand. Twee dagen later smeekten de Russen om vrede. En op de daarop volgende dag verklaarde Lenin: “Er is geen leger meer.” Nu nam de Oberste Heeresleitung de tijd. Pas na vier dagen noemde ze nieuwe voorwaarden: volledige terugtrekking uit Finland, Lijfland, Estland en de Oekraïne, demobilisatie van het Russische leger.

Het was Lenin, die dreigde af te treden en daarmee de hernieuwde opname van vredesonderhandelingen doorzette tegen Trotski en Nikolaj Boecharin. Het vredesverdrag van Brest-Litovsk werd op 3 maart 1918 ondertekend. Voor de Duitsers was daarmee de tweefrontenoorlog eindelijk beëindigd. Gered heeft het ze echter niet. Zij en de andere centrale machten verloren niettemin de Eerste Wereldoorlog en zo zou het Duitse Rijk ook weinig baat trekken van de voor haar gunstige uitkomst van de onderhandelingen met Rusland, temeer daar het Verdrag van Versailles het Verdrag van Brest-Litovsk teniet zou doen.

De bolsjewieken hadden daarentegen met de Vrede van Brest-Litovsk hun belofte van vrede aan de bevolking van Rusland ingelost. Nu konden ze zich met volle kracht wijden aan het bestrijden van binnenlandse vijanden.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.