100 jaar geleden ontstond in het kielzog van de bolsjewistische revolutie in Rusland een ‘Arbeidscommune van het gebied der Wolga-Duitsers’, die in 1924 tot een Autonome Socialistische Sovjetrepubliek werd opgewaardeerd. Het einde van deze ASSR kwam echter al in de zomer van 1941 met het begin van de oorlog met Duitsland.

Door haar manifesten van 4 december 1762 en 22 juli 1763 initieerde Catharina de Grote de vestiging van koloniën in het destijds nog dunbevolkte Wolga-gebied. Ten gevolge daarvan stroomden tussen 1764 en 1773 rond de 23.200 Duitse kolonisten naar het gebied stroomop- en afwaarts van Saratov, waar ze bij elkaar 105 nederzettingen stichtten. Tot de volkstelling van 1897 zwol het aantal Duitsers aan tot 407.500, waarbij hun vestigingsgebied nu een grootte van circa 30.000 vierkante kilometer had, vergelijkbaar met de oppervlakte van België.

Oktoberrevolutie

De Duitse kolonisten genoten in het tsarenrijk een relatief grote zelfstandigheid en hoopten deze na de Oktoberrevolutie te behouden. En inderdaad leek de ‘Verklaring over de Rechten van de Volkeren van Rusland’ van 2 november 1917 de Wolga-Duitsers in ieder opzicht tegemoet te komen.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Om nu de schijnbaar gegarandeerde autonomierechten – inclusief het recht op een eigen staat – op te eisen, vertrokken in april 1918 twee delegaties uit het Wolga-gebied naar Moskou. De ene kwam als afvaardiging van de in 1917 opgerichte Bond van Duitse Socialisten aan de Wolga. De andere bestond uit burgerlijk-liberale vertegenwoordigers van de Duitsers, die in februari op een congres in Warenburg/Privolnoje (tevens de geboorteplaats van Michail Gorbatsjov) gekozen waren. Beide groepen wilden bij Jozef Stalin, die destijds volkscommissaris voor nationaliteitenvraagstukken was, voorspraak doen.

Zoals te verwachten vonden de burgerlijke democraten geen gehoor. Stalin ontving op 18 april alleen de afgevaardigden van de socialisten en stelde vervolgens een provisorisch commissariaat voor Wolga-Duitse aangelegenheden in, dat voor de omvorming van het Wolga-gebied naar de ideeën van de bolsjewieken moest zorgen. De ‘revolutionaire leiding’ werd echter niet toevertrouwd aan de lokale bevolking, maar aan de Rijks-Duitser Ernst Reuter en de Oostenrijker Karl Petin.

Arbeidscommune

De beide ‘geoefende communisten’ begonnen meteen alle nog bestaande burgerlijke instellingen te ontbinden en de sovjetisering van het Wolga-gebied op gang te brengen. In dit verband werd op 30 juni 1918 het 1e Sovjetcongres van de Wolga-Duitse koloniën bijeengeroepen, die een autonome ‘Federatie van Arbeiders- en Boerensovjets van de Duitse Koloniën in het Wolga-gebied’ uitriep. De hiermee verkondigde zelfstandigheid van het gebied door aanhangers c.q. vertegenwoordigers van de bolsjewieken werd op 19 oktober 1918 formeel erkend.

Op die dag ondertekende de revolutionaire leider Vladimir Iljitsj Lenin als regeringsleider van de Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek (RSFSR) het ‘Decreet van de raad van volkscommissarissen over de vorming van het gebied der Wolga-Duitsers’. Het eerste punt daarvan luidde: “De nederzettingen die door de Duitse kolonisten van het Wolga-gebied bewoond worden en zich overeenkomstig het statuut van het commissariaat van het Wolga-gebied in districtsgedeputeerdensovjets georganiseerd hebben, vormen onder aanwending van artikel 11 van de grondwet van de Russische Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek een gebiedsvereniging met het karakter van een arbeidscommune, waaronder de overeenkomstige delen van de territoria van de districten Kamysjin en Atkarsk van het gouvernement Saratov en de disctricten Novo-oezensk en Nikolajevsk van het gouvernement Samara zullen ressorteren.”

Wolga-Duitsers in een vluchtelingenkamp in West-Pruissen, 1920 (foto: Bundesarchiv)

 

Aan de oprichting van de ‘arbeidscommune’ verbond de bolsjewistische leiding in Moskou diverse verwachtingen. Ten eerste hoopte ze de regio als graankamer te kunnen benutten, waarbij de autonomiebeloften voor een hogere motivatie voor de boeren moesten zorgen. Ten tweede hoopte Moskou de uitstroom van Duitse arbeidskrachten te stoppen, die ten gevolge van het vredesverdrag van Brest-Litowsk had ingezet, omdat deze  in de mogelijkheid van hervestiging van Wolga-Duitsers in het Duitse Rijk voorzag. In de jonge Sovjetstaat bestond echter grote behoefte aan mankracht, zowel in het veld als ook in de militaire eenheden van de bolsjewieken die in de burgeroorlog vochten. Ten derde ging het om de voorbeeldfunctie van de ‘arbeidscommune’. Het bestaan daarvan moest de strijdlust van het ‘revolutionaire proletariaat’ in Duitsland aanwakkeren.

Autonome Socialistische Sovjetrepubliek

Om die reden volgde op 6 januari 1924 dan ook de omvorming van de ‘arbeidscommune’ tot de ‘Autonome Socialistische Sovjetrepubliek van de Wolga-Duitsers’, die nu als “eerste socialistische Duitse staat” werd gepresenteerd. Daar heersten overigens bepaald niet de beweerde paradijselijke omstandigheden. Vanwege de rigoureuze opvordering van levensmiddelen en paarden door de bolsjewieken kwam het herhaaldelijk tot opstanden, die het Rode Leger genadeloos hard neersloeg. Daarop volgden steeds hongersnood en de massale uittocht van Wolga-Duitsers naar andere regio’s van Rusland of naar Duitsland.

De ergste hongersnood was er in 1932-33. Deze was het gevolg van de even brutale als ineffectieve gedwongen collectivisering. Tot 1933 kwamen enkele honderdduizenden mensen van de honger om in de ASSR aan de Wolga. Korte daarop volgde onder Stalin een nieuwe terreurgolf. Alleen in 1937 en ’38 werden 3.632 Wolga-Duitsers geëxecuteerd op beschuldiging van hulp aan fascisten.

Ontbinding

Het uitbreken van de oorlog tussen Duitsland en de Sovjet-Unie bracht het einde van de Wolga-Duitse republiek. De opperste sovjet in Moskou en het politbureau van het centraal comité van de Communistische Partij bevolen alle Duitsers in Rusland vanwege collaboratie met de vijand naar Kazachstan of Siberië te verplaatsen. Hierop volgde op 7 september 1941 een decreet over de ontbinding van de Wolga-Duitse ASSR. De deportatie van de Wolga-Duitsers betrof volgens officiële bekendmaking van het Kremlin 446.480 personen en duurde nauwelijks een maand.

Elf jaar na de dood van Stalin kwam op 29 augustus 1964 de volledige rehabilitatie van de Wolga-Duitsers, maar de gedeporteerden werden niet terug gebracht naar het gebied aan de Wolga, noch werd hun ASSR weer ingesteld. Alle pogingen hiertoe van Wolga-Duitsers zelf mislukten ook, zelfs toen de Sovjet-Unie ophield te bestaan. Niet in de laatste plaats daarom vertrokken tussen 1990 en 2000 meer dan 2 miljoen Rusland-Duitsers of mensen die stelden dat te zijn naar de Bondsrepubliek Duitsland.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.