100 jaar geleden, op 25 november 1918, eindigde de Eerste Wereldoorlog ook in Oost-Afrika, toen de onoverwonnen Duitse Schutztruppe onder leiding van generaal Paul von Lettow-Vorbeck in het Britse protectoraat Noord-Rhodesië de wapens neerlegde.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog bezat het Duitse Rijk vier kolonies in Afrika. In de qua oppervlak kleinste daarvan, Togo, bevond zich een transcontinentaal radiostation, dat als verbindingspost tussen de Duitse kolonies in Afrika en het moederland fungeerde.  Hier begonnen op 12 augustus 1914 de gevechtshandelingen van de Eerste Wereldoorlog op Afrikaanse bodem met een aanval van Britse en Franse militairen uit de naburige kolonies. De Duitsers jaagden in de nacht van 24 op 25 augustus 1914 het radiostation zelf de lucht in voordat Togo op 27 augustus capituleerde.

Kameroen

Net als Togo viel ook de Duitse kolonie Kameroen ten prooi aan een Brits-Franse tangbeweging. 3.000 Duitse militairen leverden bitter weerstand en maakten gebruik van de communicatieproblemen tussen de Fransen en de Britten. Na bijna twee jaar moest de vesting Mora in het noorden van Kameroen op 20 februari 1916 overgeven. De laatste Duitse soldaten weken met duizenden inheemse hulptroepen naar de kolonie Rio Muni – tegenwoordig deel van Equatoriaal Guinea – van het neutrale Spanje uit en werden grotendeels geïnterneerd.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Zuidwest-Afrika

Anders dan in alle andere Duitse kolonies vochten in de grootste maar dunst bevolkte kolonie Duits Zuidwest-Afrika vrijwel uitsluiten blanken met elkaar. Naast de 2.500 man sterke Schutztruppe werden 7.000 vrijwilligers gerekruteerd onder de Duitse kolonisten. Veel van de Afrikaner ‘Boeren’ troepen die door de Britten in Zuid-Afrika ter verovering van Zuidwest-Afrika naar de grens werden gestuurd, weigerden hun bevelen en solidariseerden zich met de Duitsers. Toen luitenant-generaal Jacob van Deventer in 1915 echter het commando overnam en vanuit de Britse enclave Walvisbaai en tegelijk vanuit het zuiden naar de hoofdstad Windhoek marcheerde, viel de deze op 5 mei 1915 zonder slag in Britse handen. In het noorden van het land gaven de Duitsers zich echter pas op 25 juli over.

De Zuid-Afrikaanse troepen die in opdracht van de Britten waren gekomen, bleven na de oorlog in het land en bestuurden de voormalige Duitse kolonie tot 1990, toen het gebied als laatste op het zwarte continent onder de naam Namibië onafhankelijk werd.

Oost-Afrika

Terwijl in de hiervoor beschreven drie kolonies de Eerste Wereldoorlog veel sneller beëindigd werd dan in Europa, duurde de oorlog in de qua bevolking grootste Duitse kolonie Oost-Afrika enkele weken langer. Pas op 25 november 1918, dus twee weken na de ondertekening van de wapenstilstand van Compiègne, legden de laatste Duitse soldaten en inheemse Askari’s van de Schutztruppe voor Duits Oost-Afrika onder hun opperbevelhebber, de uit een oud Pommers geslacht stammende generaal Paul von Lettow-Vorbeck, in het Noord-Rhodesische Abercorn de wapens neer. Het ging om zo’n 1.100 Afrikaanse koloniale soldaten en hun Duitse bevelhebbers.

Lettow-Vorbeck is de Britse leeuw te slim af, sportprent van het tijdschrift Kladderadatsch, 1918.

De krijgsverrichtingen waren in Oost-Afrika begonnen met een succes van de ‘Königsberg’ in de Indische Oceaan. De Duitse kruiser, op dat moment een van de modernste oorlogsschepen, was er in geslaagd reeds kort na het begin van de oorlog, op respectievelijk 6 augustus en 19 september twee Britse schepen in de haven van Mombasa, in Kenia, te kelderen.

Britse nederlaag in Tanga

Aansluitend drongen stoottroepen van de Schutztruppe voor Duits Oost-Afrika herhaaldelijk tot aan de Britse Oeganda-spoorlijn op. Op 15 augustus bezetten Duitse eenheden de Keniaanse grensplaats Taveta. Hierop bracht de Britse zijde vanuit Indië 12.000 soldaten ter versterking naar Oost-Afrika. Het plan was om met een tangbeweging de Duitse troepen in het noorden van de Duitse kolonie te verslaan en Tanga, het eindstation van de Duitse Oost-Afrikaspoorlijn, te veroveren. Een deel van de eenheden moest vanaf de Kilimanjaro Duits Oost-Afrika binnendringen en een ander deel vanaf zee een bruggenhoofd vormen in Tanga.

Lettow-Vorbeck was er echter in geslaagd in aller ijl 900 soldaten per trein naar Tanga te verplaatsen, waar ze met slecht drie machinegeweren een tien keer zo grote overmacht aan Indische soldaten terugsloegen die het terrein niet goed kenden. Lettow schatte de verliezen van de vijand op ten minste 2.000 gevallenen, “maar nog groter was het morele verlies van de vijand”, die door de krijgskunst van de Duitse tegenstander danig ontzet was. Tanga was de eerste Britse nederlaag in de Eerste Wereldoorlog.

Kanonnen van de Königsberg aan land gehaald (foto: Bundesarchiv)

Ten gevolge van deze nederlaag stelde de Britse regering een zeeblokkade tegen Duits Oost-Afrika in en viel de hoofdstad van de kolonie, de havenstad Dar es Salam aan. Door de zeeblokkade hoopten de Britten het ook het in Dar es Salaam gestationeerde gevreesde oorlogsschip Königsberg moeilijk te maken. Het schip werd uiteindelijk op 11 juli 1915 uitgeschakeld. Daarbij kon de bemanning zich echter uit de voeten maken om met de Schutztruppe verder te vechten tegen de Britten.

‘Jambo Askari!’

In de tussentijd werden de onsuccesvolle Britse commandanten ingewisseld en de troepen versterkt met Zuid-Afrikanen en geronselde blanke boeren uit Kenia en Rhodesië. Vanuit het westen werden de Britten door Belgische troepen uit de Congo versterkt. Maar ook de 3.000 Duitsers die onder Lettow-Vorbeck vochten konden hun aantal versterken. Door de aanvulling met Askari’s steeg het aantal soldaten aan Duitse zijde naar 12.000 man.

Askaricompagnie van de Duits-Oost-Afrikaanse Schutztruppe (foto: Bundesarchiv)

In februari nam de Zuid-Afrikaan Jan Smuts, die zijn vaardigheden reeds in Zuidwest-Afrika bewezen had, het opperbevel over de Britse troepen over. Eind september 1916 slaagden de getalsmatig tien keer zo sterke Britten in de verovering van Tabora, de opvolger van Dar es Salam als bestuurlijk centrum van Duits Oost-Afrika. Maar ook deed fnuikte het moraal van de Schutztruppe niet. Toen Smuts in maart 1917 naar Londen geroepen werd en zijn landgenoot Van Deventer het commando overnam, slaagde Lettow er in oktober 1917 in de Zuid-Afrikanen bij Mahiwa nog eenmaal te verslaan.

Portugees Oost-Afrika en Noord-Rhodesië

Op zoek naar dringend nodige voorraden drong hij de Portugees Oost-Afrika, het latere Mozambique, binnen. Internationaal-rechtelijk was dat geen faux pas, aangezien Portugal sinds maart 1916 aan de zijde van de Entente aan de Eerste Wereldoorlog deelnam. Met slechts enkele honderden Askari’s en een handje vol Duitse officieren drong hij tot Quelimane, in het hart van de Portugese kolonie, door.

De doorbraak van de Schutztruppe Deutsch-Ostafrika over de rivier de Rovuma die de grens met Portugees-Oost-Afrika vormde. Illustratie van Carl Arriens

Vanuit het huidige Mozambique trok hij in 1918 naar Noord-Rhodesië, het huidige Zambia. Nadat hij van de wapenstilstand van Compiègne gehoord had, legde Lettow Vorbeck met zo’n 1.000 Askari’s en 100 Duitse soldaten op 25 november 1918 in Abercorn, het huidige Mbala, de wapens neer.

Verder lezen

Kees Paling schreef een leuk boek, waarin hij de ondergang van de Duitse deelstaat Pruisen bespreekt aan de hand van het leven van Paul von Lettow-Vorbeck, die in 1870, één jaar voor de oprichting van het Duitse keizerrijk werd geboren. Kees M. Paling, Galgemaal voor Pruisen, de mestvaalt van de geschiedenis. Het opmerkelijke levensverhaal van Paul von Lettow-Vorbeck, Pruisisch generaal, guerrillero, putchist  (Bzztôh, ’s Gravenhage,1995).

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.