Tot 9 december 1917 stond de nog Ottomaanse stad Jeruzalem vier weken lang onder controle van de West-Pruisische officier, voormalig Pruisisch minister van Oorlog en chef van de grote generale staf, Erich von Falkenhayn met 15.000 Duitse soldaten. Zijn adjudant, de latere rijkskanselier Franz von Papen, haalde hem uiteindelijk over tot het zonder strijd prijsgeven van de heilige stad.

Jeruzalem was 100 jaar geleden een stad van 50.000 inwoners, waarvan joden, christenen en moslims elk ongeveer een derde vormden. De stad geld weliswaar na Mekka en Medina als de op twee na heiligste van de islam, maar uit desinteresse voor de provincie hadden de Ottomaanse autoriteiten joodse en vanaf 1901 ook zionistische nederzettingen rond Jeruzalem toegelaten.

Dit werd anders toen, met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, de Britten – Lawrence of Arabia – de Arabische bedoeïenenstammen tegen de Ottomaanse Turken opzetten en Jeruzalem tot frontstad werd. In november 1914 maakte de Ottomaanse minister van Marine en commandant van het 4. leger, Ahmet Djemal, Jeruzalem tot zijn residentie en riep voor de Rotskoepel voor een jubelende menigte tot de jihad tegen de geallieerden op.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Ahmet Djemal te paard aan de oever van de Dode Zee in 1915

Djemal, die als een van de vier hoofdverantwoordelijken voor de Armeense genocide gezien wordt en daarom in 1922 in Tiflis door een Armeense student doodgeschoten werd, was ook een verbitterd tegenstander van de zionisten. Hij beval de uitwijzing uit Palestina van alle Joden met buitenlandse paspoorten. Deze maatregel werd echter na tussenkomst van de Duitse ambassadeur in Constantinopel ingetrokken. Vele van de destijds circa 100.000 buitenlandse Joden in Palestina bezaten namelijk een Duits paspoort en een deel van de Duitse soldaten die in Palestina gestationeerd waren, was ook joods.

Onder het bewind van Djemal verhongerden in Jeruzalem zo’n tienduizend mensen, nog eens tienduizend ontvluchtten de stad, die ook nog eens te maken kreeg met een sprinkhanenplaag, die door velen als een straf van God gezien werd.

In Jeruzalem bevond zich geen groot militair garnizoen. Het front tussen het Ottomaanse Rijk en de geallieerden, die in Egypte hun hoofdkwartier hadden, lag in het zuiden van Palestina, tussen Gaza en Beersheba, destijds kleine steden. Na enkele vroege nederlagen tegen de Britten en Bedoeïenen bij het Suez-kanaal en bij Akaba, bevonden de Ottomaanse strijdkrachten zich vanaf 1915 permanent in het defensief.

In Palestina waren in 1917 de fronten gaan schuiven, nadat de geallieerden in maart geprobeerd hadden Gaza te veroveren. De Britse opperbevelhebber in Egypte, sir Archibald Murray, had in maart de opdracht van zijn regering gekregen om Jeruzalem zo snel mogelijk in te nemen. Alleen met de hulp van enkele Duitse elite-eenheden kon het front bij Gaza tot 8 november 1917 nog gehouden worden.

Erich von Falkenhayn in 1913 (foto: Bundesarchiv)

Het Turkse leger verkeerde in staat van ontbinding, de helft van de soldaten was, omdat er niets meer te eten was, gedeserteerd. Duitse soldaten moesten hen vervangen. Nadat de Ottomaanse opperbevelhebber, Mustafa Kemal, de later ‘Atatürk’, als opperbevelhebber had bedankt, nam de Pruisische generaal Erich von Falkenhayn eind september 1917 het opperbevel over de Ottomaans-Duitse troepen in Palestina over. Aan Britse zijde had in juni generaal Edmund Henry Allenby het opperbevel overgenomen en deze was met een fundamentele herstructurering van zijn troepen begonnen.

Op 5 november richtte Falkenhayn in de Augusta-Victoria-stichting op de Olijfberg zijn hoofdkwartier in. Een maand zouden zijn troepen de heilige stad beheersen. Onder de soldaten was ook de latere Auschwitz-commandant Rudolf Höß. De Duitse soldaten voelden zich thuis in Jeruzalem. Dankzij zeven Duitse scholen was Duits na Turks de belangrijkste taal onder de jeugd in Jeruzalem.

Het transportwezen in heel Palestina was in handen van 2200 ‘Tempeliers’ uit het Duitse Württemberg. Deze ‘Tempeliers’ waren een chiliastische gemeenschap die in de Duitse wijk van Jeruzalem de wederkomst van de messias afwachtten. Ook in de gezondheidszorg waren de tien Duitse en Oostenrijkse stichtingen in Jeruzalem dominant. Sinds het bezoek van keizer Wilhelm II aan Jeruzalem in 1898 was er zelfs een Duits postkantoor en een Duitse bank, die de Duitse soldaten de indruk gaven eigenlijk thuis te zijn.

Op 2 november 1917 had de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Arthur James Balfour, de Joden beloofd zich in te zetten voor de totstandkoming van een thuisland in Palestina. Dit motiveerde in het bijzonder het Joodse Legioen, vijf bataljons Joodse vrijwilligers, die als Bataljon 38 tot en met 42 van de Royal Fuseliers van het Britse leger vochten.

Ottomaanse militairen met een veldhouwitser in het zuiden van Palestina, november 1917

Na de verovering van Gaza slaagden de Britten er op 9 november 1917 in het Ottomaans-Duitse hoofdkwartier bij Et-Tine nabij het huidige Bet Shemesh in te nemen. In de verwarring nam een Turkse batterij zelfs het eigen hoofdkwartier onder vuur. Dit zorgde voor paniek onder de Turks-Duitse troepen.

Franz von Papen in 1914, met Pickelhaube, als militair attaché in Amerika

Falkenhayn beval op 12 november een onsuccesvolle tegenaanval richting Et-Tine vanuit Jeruzalem. Ook een laatste ontlastingsaanval voor Jeruzalem op 27 november mislukte.

Onder de Duitse verdedigers van Jeruzalem brak een discussie los over de vraag of het zinvol zou zijn om de heilige stad te verdedigen. Falkenhayn, die al een reputatie had vanwege Verdun, wilde de prestigieuze stad “waarop de hele wereld haar blik gevestigd heeft”, met alle middelen verdedigen. Von Papen pleitte daarentegen voor een vrijwillige ontruiming zonder strijd. De gedecoreerde voormalige militaire attaché in Washington wist zijn meerdere te overtuigen.

Op 9 december ontruimden de Duitsers Jeruzalem en verplaatsten hun hoofdkwartier naar Nazareth. Daarmee eindigden 400 jaren Ottomaanse heerschappij. Op 11 december trok Allenby, op aanwijzing uit Londen te voet, aan het hoofd van een internationale troep die uit vier continenten stamde, door de Jaffapoort Jeruzalem binnen. Hij had zijn doel om nog voor de Kerst in de heilige stad te zijn bereikt.

Het offensief van Allenby stokte vervolgens overigens een jaar in het Judese bergland. Pas in oktober 1918 zouden de geallieerden tot Syrië doordringen, wat tot de capitulatie en de ondergang van het Ottomaanse Rijk zou leiden.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.