De Eerste Wereldoorlog werd beëindigd door verdragen die in diverse voorsteden van Parijs gesloten werden. De overwinnende mogendheden dicteerden daarin de voorwaarden voor de respectievelijke Centrale Mogendheden. Op het Verdrag van Versailles voor het Duitse Rijk volgde op 10 september 1919 het in het chateau Saint-Germain-en-Laye ondertekende vredesverdrag voor Oostenrijk.

Na het einde van Oostenrijk-Hongarije kwam het in de landen van de voormalige Donaumonarchie tot grote veranderingen in zo ongeveer in ieder opzicht. De hieruit voortkomende uitdagingen traden abrupt in: het verhinderen van couppogingen, voedselvoorziening voor de noodlijdende bevolking, omschakeling van de economie naar de belangen van een kleine staat. Voor adel, grote bourgeoisie en leger betekende het wegvallen van de monarchie een moeilijk te verwerken trauma. Velen betwijfelden de levensvatbaarheid van de nieuwe republiek Oostenrijk.

Oostenrijk wilde na Eerste Wereldoorlog aansluiten bij Duitse Rijk

De Nationalversammlung in Wenen koos op 12 november 1918 de naam ‘Duits-Oostenrijk’ en besloot tegelijk tot aansluiting bij het Duitse Rijk. Het territorium van de nieuwe staat moest overeenkomstig het zelfbeschikkingsrecht van de volkeren ook het Duitstalige Zuid-Tirol en delen van Neder-Karinthië, het zuidelijke Stiermarken met Marburg (nu Maribor) en het Sudetenland omvatten. Deze plannen stuitten onmiddellijk op verzet van vertegenwoordigers van Tsjechië, Italië en de staat van Slovenen, Kroaten en Serven alsmede het latere gelijknamige koninkrijk. Iedere onderhandeling over het Sudetenland en volksraadpleging in de andere gebieden wezen zij van de hand. Zuid-Karinthië werd door Sloveense troepen bezet.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Opdeling van Oostenrijk-Hongarije na de Eerste Wereldoorlog (aanklikken om uit te vergroten)

Staatskanselier Renner was pessimistisch over Wilsons zelfbeschikkingsretoriek

Ondertussen stelde de Nationalversammlung op 7 mei 1919 de onderhandelingsdoelstellingen vast, die men op de vredesconferentie in Parijs na zou streven. Men beriep zich daarbij optimistisch op het zelfbeschikkingsrecht, overeenkomstig het 14-puntenprogramma van de Amerikaanse president Woodrow Wilson. Staatskanselier Karl Renner, de beoogde delegatieleider, liet reeds merken sceptisch te zijn. Wetende van de voorwaarden voor het Duitse Rijk, stelde hij al voor hij afrees, op 7 mei 1919, dat zijn delegatie niet zozeer voor onderhandelingen als wel voor boetedoening ontvangen zou worden. Hij kreeg gelijk; toen de delegatie in Parijs aankwam, werden ze in St.-Germain-en-Laye als gevangenen behandeld.

Aankomst van de Oostenrijkse delegatie onder leiding van Karl Renner in Saint-Germain

3 miljoen Duits-Oostenrijkers onder Tsjechoslowaaks bewind

De op 2 juni overhandigde vredesvoorwaarden bevestigden het pessimisme van Renner nog dramatischer. Zo werden grote overwegend door Duitstalige Oostenrijkers bewoonde gebieden aan Tsjechoslowakije toegewezen. Daarachter zat niet alleen de lobby van de regering in Praag, maar ook het belang van Frankrijk bij een sterk Tsjechoslowakije. Deze nieuwe staat wilden de Fransen uitbouwen tot een sterke bondgenoot tegen Duitsland. Renner wees erop dat de door de grensvaststelling gedupeerde drie miljoen Duits-Oostenrijkers in een aaneengesloten gebied woonden. Praag deed ondertussen een hypocriet beroep op ‘historische grenzen’, terwijl het die tegelijk compleet negeerde als het ging om het inlijven van Slowaakse gebieden die historisch tot Hongarije behoorden. Renners argumenten mochten echter niet baten.

100 jaar geleden schoten Tsjechische militairen op vreedzame Duitse demonstranten

Oostenrijk verloor Zuid-Tirol aan Italië

Ook in het geval van Zuid-Tirol moest de delegatie een nederlaag incasseren. Sinds het geheime verdrag met de Entente van 26 april 1915 streefde Italië ernaar om het ‘cisalpine’ Tirol met zijn ‘natuurlijke’ grens aan de Brennerpas in handen te krijgen. De Italiaanse onderhandelaars stonden zich op dit verdrag voor, maar stuitten aanvankelijk op weerstand. Wilson gaf uiteindelijk toe, terwijl de grenzen van Italië volgens het negende van zijn ’14 punten’ langs “duidelijk herkenbare lijnen van nationaliteit” getrokken hadden moeten worden. Ook het plan van een directe verbinding tussen Noord- en Oost-Tirol door het Pustertal werd afgewezen. Het principe van de waterscheiding was een onhistorische manier om de grens vast te stellen.

Oostenrijk wil Zuid-Tirolers staatsburgerschap verlenen, Rome biedt weerstand

Neder-Stiermarken voor Slovenen, plebisciet in Karinthië

Terwijl de Oostenrijkse delegatie Neder-Stiermarken prijs moest geven, slaagde ze er tenminste in om in Karinthië een plebisciet te laten houden in de omstreden gebieden. Deze volksraadpleging van 20 oktober 1920 bereikte dat het leeuwendeel van het omstreden gebied bij Oostenrijk bleef, ofschoon men wel enig gebied af moest staan. Verder bereikte de delegatie dat de overwinnaars de overheveling van gebieden in het westen van Hongarije, het huidige Burgenland, naar Oostenrijk toestonden. De volksraadpleging in Ödenburg/Sopron van 14 december 1921 legde pas de basis voor het huidige grensverloop tussen Hongarije en Oostenrijk.

Geallieerden verboden aansluiting van Oostenrijk bij Duitse Rijk

Voor het vredesverdrag op 10 september 1919 ondertekend werd, zetten de overwinnaars de Oostenrijkse delegatie zwaar onder druk. Ze dreigden zelfs met een invasie van Oostenrijk. De geallieerden stonden de nieuwe staat slechts een beroepsleger van 30.000 man toe, verzekerden zich van aanspraak op alle staatsinkomsten en verboden de naam ‘Duits-Oostenrijk’.

Door een verkapt verbod op aansluiting van Oostenrijk bij het Duitse Rijk uit te vaardigen, schiepen ze conflictstof voor de toekomstige ontwikkeling van Oostenrijk. Dit verbod, dat vooral op aandringen van Frankrijk tot stand kwam, riep sterke emoties op. Peilingen in Tirol en Salzburg lieten in 1921 overweldigende meerderheden voor Anschluss zien. Kennelijk zagen talrijke burgers daarin de enige kans op politiek en economisch overleven.

Geallieerden schiepen voorwaarden voor Tweede Wereldoorlog

Vanaf 1933 wakkerden de nationaal-socialisten de wens naar aansluiting weer aan. Met de komst van de Wehrmacht naar Oostenrijk werd dit werkelijkheid. Daarmee gebeurde wat Frankrijk in 1919 had willen voorkomen, namelijk een sterkere positie van Duitsland.

80 jaar geleden werd Hitler juichend binnengehaald in Oostenrijk

Aangezien ook Hongarije in 1919 enorme verliezen aan territorium had moeten accepteren, was er nog een staat die naar revisie streefde. Qua oppervlakte waren in Zuidoost-Europa alleen de nieuwe staat van Slovenen, Kroaten en Serven, het latere Joegoslavië, en Roemenië winnaars.

Gesteld kan worden dat in 1919 niet het zelfbeschikkingsrecht van de volkeren overeenkomstig Wilsons retoriek gerealiseerd werd, maar de wil van de overwinnaars, die daarmee talrijke conflicthaarden schiepen. Dit zou nog ernstige gevolgen hebben.

Oostenrijk had nu de omvang van het Habsburgse domein omstreeks het jaar 1500. De Franse premier Clemenceau drukte het zo uit: “Oostenrijk is wat er over blijft.”

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.