Er woedde nog altijd een burgeroorlog in het land, toen op 2 maart 1919 vertegenwoordigers van communistische partijen en groepen uit zo’n dertig landen in Moskou voor een conferentie bijeenkwamen. In deze late winterdagen zouden ze een van de belangrijkste organisaties van de vroege 20e eeuw ten doop houden. De Communistische Internationale – of kortweg Komintern – moest in de visie van de machthebbers in Rusland het vuur van de Oktoberrevolutie van 1917 verbreiden naar de rest van de wereld.

De voortekenen voor deze eerste Komintern-conferentie waren allerminst gunstig. Nog maar een jaar daarvoor had Lenin de hoofdstad van de jonge Sovjetstaat naar Moskou verplaatst, omdat de Bolsjewieken zich in de tsarenresidentie aan de Neva niet veilig genoeg voelden voor Duitse troepen. Na de nederlaag van Duitsland maakte deze zorg plaats voor angst voor buitenlandse interventies door de Entente-mogendheden aan de periferie van het onder communistische controle staande kerngebied van Rusland en voor talloze binnenlandse opstanden.

100 jaar geleden eindigde de Eerste Wereldoorlog in Oost-Europa

Verbreiding van de revolutie

Nog tijdens de conferentie haalden de Witten op 4 maart 1919 uit voor een offensief naar de ten westen van de Oeral gelegen stad Oefa, een centraal spoorknooppunt. Ondanks de benarde situatie waarin de rode dictatuur zich bevond, werkten de bolsjewieken reeds aan grote plannen en ondernamen nu ook buitenlandse initiatieven. De gezien de precaire situatie als te groot voorkomende ambities vloeiden enerzijds voort uit de communistische ideologie en anderzijds uit de strategische calculatie van Lenin. Terwijl het Russische tsarenrijk een overwegend agrarisch en door een aristocratische klasse gedomineerde standenstaat was, veronderstelde de overgang naar het socialisme volgens de marxistische doctrine echter een uitontwikkelde burgerlijke samenleving. Naar Lenins opvatting bood derhalve vooral Duitsland de beste voorwaarden voor de opbouw van een socialistische staat. De door zijn Duitse kameraden sinds enkele maanden geïnitieerde revolutiepogingen sterkten hem in dit gezichtspunt.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Voorlopers

Om de gemeenschappelijke zaak aan een overwinning te helpen, poogden de bolsjewieken de andere in Europa reeds bestaande communistische partijen te ondersteunen. Moskou kon daarbij op ver terug reikende tradities binnen de socialistische beweging teruggrijpen. Al in 1864 was in Parijs met deelname van Karl Marx de Internationale Arbeiders-Associatie opgericht. Binnen deze Eerste Internationale kwam het echter al snel tot heftige conflicten tussen communisten en anarchisten. De laatsten scheidden zich uiteindelijk van de gemeenschappelijke organisatie af. De resterende marxisten moesten de organisatie in 1876 uiteindelijk vanwege te weinig engagement opheffen.

De in 1889 opgerichte Tweede Internationale hield duidelijk langer stand. Deze viel de facto in 1916 uiteen, doordat de Eerste Wereldoorlog tot aanzienlijke spanningen tussen de nationale lidorganisaties geleid had. Doordat de Tweede Internationale niet in staat bleek zich duidelijk tegen de oorlog uit te spreken, had ze in veler ogen afgedaan.

De koers van Moskou

Om de nieuw op te richten Komintern vanaf het begin van dergelijke interne conflicten te vrijwaren, zag het Kremlin er op toe alleen afgevaardigden van partijen uit te nodigen die gemakkelijk op dezelfde koers als Moskou te brengen waren. De organisatie moest vooral verschoond blijven van meer gematigde en sociaaldemocratisch georiënteerde krachten. Om deze reden waren de genodigden met de hand geselecteerd en weinig representatief voor de wereldwijde socialistische beweging. Veel afgevaardigden vertegenwoordigden slechts splintergroeperingen.

Naast de Russische communisten, was alleen de Communistische Partij van Duitsland (KPD) van politieke betekenis. Ze trad op de oprichtingsconferentie dan ook relatief soeverein op. De KPD-afgevaardigde, de uit het Thüringer Saalfeld stammende Hugo Eberlein, onthield zich dan ook bij de besluitvorming over de oprichting van de Komintern, aangezien het Berlijnse hoofdkwartier dit besluit voor prematuur hield. Niettemin zouden de Duitse kameraden zich uiteindelijk wel aansluiten.

Strak georganiseerd

Anders dan haar voorlopers was de Komintern strak georganiseerd en geen praatclub. De leiding, het zogeheten uitvoerend committee, had zijn zetel in Moskou en stond onder controle van de Russische communisten. De lidorganisaties overal ter wereld waren in hoge mate aan de instructies van het committee gebonden. In feite was de Komintern een marionet van het Kremlin en daarmee de lange arm van het buitenlandbeleid van de Sovjet-Unie.

Socialisme in één land

Nadat de aanvankelijk hoop op een snelle wereldrevolutie vervloog en Jozef Stalin, die het concept van de opbouw van het socialisme in één land ontwikkelde, de macht in Moskou overgenomen had, was de Komintern in wezen een kleine afspiegeling van de politieke verhoudingen binnen de Sovjet-Unie geworden. De na Lenins dood uit Rusland verbande Leo Trotski richten in 1938 zelfs een Vierde Internationale op, die opponeerde tegen Stalin en de invloed van Moskou op de Komintern. De Komintern verloor geleidelijk steeds meer aan betekenis.

Tweede Wereldoorlog

Met het niet-aanvalspact van 1939 zag het Kremlin er vanaf de Duitse kameraden in de oppositie tegen Adolf Hitler nog te ondersteunen. Toen de Wehrmacht slechts een jaar later grote delen van het Europese continent beheerste, werden ook andere communisten in de intussen bezette gebieden afgesneden van de hulp van Moskou. Toen op 22 juni 1941 de Duitse strijdkrachten met hun bondgenoten de aanval op de Sovjet-Unie inzetten, was de invloed van het Kremlin op de ondergronds opererende communistische verzetsgroepen fors geslonken. Grotendeels betekenisloos geworden, liet Stalin de Derde Internationale in juni 1943 uiteindelijk opheffen.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.