Op 18 november 1918 maakten Letse politici gebruik van het machtsvacuüm aan het einde van de Eerste Wereldoorlog om de onafhankelijkheid van hun land uit te roepen.

In het centrum van de Letse hoofdstad Riga is het 42 meter hoge vrijheidsmonument niet te missen. Een zuil op een sokkel met talrijke voorstellingen uit de Letse geschiedenis en aan de top als allegorie van de vrijheid een meisje dat een krans van drie sterren omhoog houdt, symbool voor de drie historische delen van Letland, Koerland, het zuiden van Lijfland en Letgallen. Als door een wonder heeft het tussen 1931 en ’35 gebouwde monument de Sovjet-tijd overleefd. Zondag wordt op het plein ervoor weer de Letse onafhankelijkheid gevierd. Dit jaar is het 100 jaar geleden dat de toenmalige Letse Volksraad, op 18 november 1918, de onafhankelijkheid van het land uitriep.

Tsarenrijk

Die onafhankelijkheid was een van de vele gevolgen van de Eerste Wereldoorlog. Net als Polen, Litouwen, Finland en Estland, had ook Letland aan het begin van de oorlog nog tot het Russische tsarenrijk behoord. Omdat er in het Oostzeegebied in de tweede helft van de 19e eeuw nationale onafhankelijkheidsbewegingen ontstaan waren, had Petersburg/Petrograd twijfel aan de loyaliteit van deze nationaliteiten in het Russische veelvolkerenrijk en liet zodoende duizenden Letten naar het Russische binnenland deporteren. Onder hen vormden zich oppositiegroepen. Tegelijk groeide in Letland de weerstand tegen de getalsmatig geringe, maar invloedrijke Duitse adel en patriciaat.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Februarirevolutie

De Russische Februarirevolutie van 1917 werkte ook in de Baltische gebieden door. De zich snel vormende politieke partijen reflecteerden de Russische verhoudingen: bolsjewieken, mensjewieken, democraten, liberalen, boeren. Aanvankelijk was men slechts gericht op grotere autonomie binnen het Russische rijk. Toen echter bleek dat noch de liberale regering van Rusland onder Alexander Kerenski noch de bolsjewieken tot grotere toegevingen bereid waren, radicaliseerden de eisen tot volledige nationale soevereiniteit. In de herfst van 1917 vormde zich een provisorische raad, die zich al snel tot de Letse Volksraad ontwikkelde. Deze verklaarde dat Zuid-Lijfland, Koerland en Letgallen samen een “autonome staatseenheid” vormden.

Machtsvacuüm

In november 1918 ontstond een machtsvacuüm. De militaire nederlaag van Duitsland was bezegeld en daarmee waren ook de dagen van het Duitse militaire gezag geteld. Ook de chaos in Rusland bereikte een hoogtepunt. Gezien dit machtsvacuüm zagen Letse politici hun kans schoon. Een week na het ondertekenen van de wapenstilstand van Compiègne, riep de Letse Volksraad op 18 november 1918 tijdens een feestelijke zitting in het stadstheater van Riga de onafhankelijke Republiek Letland uit.

Karlis Ulmanis in 1934

De eerste president werd Janis Cakste, eerste premier Karlis Ulmanis. Die laatste zou de sterke man van Letland blijken te zijn. Hij was meermaals premier, pleegde in 1934 een staatsgreep om de autoritaire leider van het land te worden en stierf uiteindelijk in 1942 in Sovjet-gevangenschap.

Onafhankelijkheidsoorlog

Zoals ook andere in de chaos van de Eerste Wereldoorlog onafhankelijk geworden staten, raakte ook Letland meteen in oorlog verwikkeld. Alleen met hulp van de nog in het land aanwezige Duitse troepen overleefde de Letse staat het eerste jaar van zijn bestaan. De bolsjewistische leiding onder Lenin trok zich al in 1919 niets meer aan van haar belofte om alle volken in het tsarenrijk nationale onafhankelijkheid te garanderen, maar bestreed onder de even onvermoeibare als rücksichtslose Leo Trotski alle nationale bewegingen. In januari 1919 nam het Rode Leger Riga in. Na zware strijd werd het in mei door Duitse en Letse eenheden heroverd. De genadeloze Letse onafhankelijkheidsoorlog eiste talloze offers. Dat de Baltische republieken uiteindelijk de militaire en politieke chaos – Letland had in de loop van de oorlog drie opeenvolgende regeringen – overleefden, is te danken aan de keuze van Lenin om zich te concentreren op de herovering van de Oekraïne en de Kaukasus. 

Vrede van Riga

Postzegel ter herdenking van de Letse onafhankelijkheid

In het Vredesverdrag van Riga van 11 augustus 1920 erkende de Sovjet-Unie de onafhankelijkheid en territoriale soevereiniteit van Letland. De diplomatieke erkenning door de West-Europese grootmachten Frankrijk en Groot-Brittannië volgde op 26 januari 1921, die door de Verenigde Staten op 27 juli 1922. Het Duitse rijk had de Letse regering op 26 november 1918 met de overdracht van het civiele bestuur reeds erkend.

Door het einde van de onafhankelijkheidsoorlog, die tegelijk een burgeroorlog was, en de diplomatieke erkenning door het buitenland geconsolideerd, ontwikkelde zich de economie van de jonge staat. De hoofdstad Riga werd een cultuurmetropool voor het Oostzeegebied.

Duitse landadel

Voor de Duitse minderheid in Letland waren de ontwikkelingen niet zo verheugend. Toen men net weer opgelucht adem durfde te halen over het voorlopig afwenden van de Sovjet-dreiging, werd in september 1920 een landhervormingswet aangenomen, die alle adellijke en kerkelijke landgoederen en daarmee het grote grondbezit van de Duitse adel zonder schadeloosstelling aan de staat deed toevallen.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.