Met recht heeft Hans-Christoph Seebohm, van 1949 tot 1966 minister van Verkeer van de Bondsrepubliek Duitsland, het neerschieten van 54 Sudeten-Duitsers door Tsjechoslowaakse soldaten op 4 maart 1919 gerekend tot een “keten van gebeurtenissen” die tot het “uitbreken van de Tweede Wereldoorlog leidden”. 

Voor de Sudeten-Duitsers werd 4 maart als ‘dag van de zelfbeschikking’ tot een gedenkdag. Op 21 oktober 1918 constitueerde zich in Wenen de nieuwe Republiek Duits-Oostenrijk. Acht dagen later proclameerden Duitse afgevaardigden uit Bohemen, Moravië en Oostenrijks-Silezië in uitoefening van hun zelfbeschikkingsrecht de Duits-Oostenrijkse provincies Duits-Bohemen en Sudetenland. Nog een dag later verklaarde de Provisorische Nationale Vergadering Duits-Oostenrijk tot integraal onderdeel van het Duitse Rijk.

Anschlussverbot

In weerwil van het nationale zelfbeschikkingsrecht werd de formele toetreding later door het Anschlussverbot van de oorlogswinnaars in de dictaten van Versailles voor het Duitse Rijk en van Saint-Germain voor Oostenrijk versperd. Ook de op 22 november bekend gemaakte aansluiting van Duits-Bohemen en Sudetenland bij Duits-Oostenrijk kwam niet tot stand. Want de op 28 oktober 1918 uitgeroepen Tsjechoslowaakse Republiek maakte aanspraak op dit gebied, hoewel daar destijds tegenover drie miljoen Duitsers slechts circa 160.000 Tsjechen woonden. Op Duitse protesten antwoordde de Tsjechoslowaakse minister van Justitie Alois Rasin: “Het zelfbeschikkingsrecht is een mooie frase – maar nu de Entente gewonnen heeft, beslist het geweld… Met rebellen onderhandelt men niet.”

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Voldongen feiten scheppen

Al op 31 oktober 1918 kwamen 30 Tsjechische regimenten onder bevel van veldmaarschalk Jan Divis de gebieden bezetten waarvan het overgrote deel van de bevolking bij Duits-Oostenrijk c.q. het Duitse Rijk wilde horen. Hieraan voorafgegaan was de oproep van de Tsjechoslowaakse nationaal-socialistische minister van Buitenlandse Zaken Edvard Benes om nog voor het begin van de vredesconferenties in Parijs “zonder veel lawaai” voldongen feiten te scheppen. Daarbij schrok Praag ook voor geweld niet terug, zoals de gebeurtenissen in de dorpen Brüx, Kaplitz, Eger en Mährisch Schönberg laten zien. Daar zette de Tsjechische krijgsmacht in sommige gevallen zelfs artillerie in of nam Duitse burgers in gijzeling om het verzet tegen de bezetting te breken. Daarbij vielen bij elkaar 20 doden.

Geen zelfbeschikking voor Duitsers

Terwijl de schermutselingen nog gaande waren, verklaarde de nationaal-liberale president Tomas Garrigue Masaryk op 22 december 1918 bij zijn aantreden tegenover het parlement in Praag: “De door de Duitsers bewoonde Boheemse gebieden zijn en blijven van ons. [..] Wij hebben voor deze staat gevochten en de staatsrechtelijke positie van onze Duitsers, die ooit als immigranten en kolonisten hierheen zijn gekomen, is daarmee voor eens en altijd vastgelegd.” Met een beroep op deze belachelijk simplistische weergave van de historische feiten werd de Duitsers in Tsjechoslowakije ontzegd te stemmen voor de Nationale Vergadering van Duits-Oostenrijk op 16 februari 1919.

Algemene staking

Desalniettemin hoopten de Sudeten-Duitsers nog altijd op het inlossen van de belofte van Woodrow Wilsons 14-puntenplan door de oorlogswinnaars. Tegelijk besloten ze nu echter een duidelijk signaal af te geven. Temeer daar ze nu ook nog eens financieel benadeeld werden door de overgang van de Oostenrijks-Hongaars kroon naar de Tsjechische kroon. Het initiatief voor de protesten namen de sociaaldemocraten onder Josef Seliger. Deze beschikten over talrijke aanhangers onder Duitsers in Bohemen en het Sudetenland. Afgestemd met andere partijen, riepen ze voor de dag van openingszitting van de constituerende nationale vergadering in Wenen, 4 maart 1919, op tot een algemene staking van de Duitse arbeiders in Tsjechoslowakije en massamanifestaties voor hun zelfbeschikkingsrecht. Ze hoopten dat dit effect zou hebben op het publiek in de westerse grootmachten.

In de menigte schieten

Op 4 maart kwam het daadwerkelijk tot grote demonstraties van honderdduizenden Duitsers, waarbij spandoeken met teksten als “tegen vreemde overheersing en onderdrukking” meegevoerd werden. Ofschoon de demonstranten overal vreedzaam optraden, begon het Tsjechische leger kort na het middaguur in verschillende plaatsen en zonder enige waarschuwing in de menigte te schieten. De gelijktijdigheid duidt op een bevel van hogerhand. Hierbij werden niet alleen machinegeweren, maar ook met gif geprepareerde munitie en verboden dumdumkogels die extreem grote wonden slaan gebruikt. In totaal stierven door deze volstrekt ongeprovoceerde inzet van vuurwapens in Kaaden, Sternberg, Arnau, Aussig, Eger, Mies en Karlsbad 54 Sudeten-Duitsers, waaronder 20 vrouwen en drie kinderen. Nog eens 750 mensen raakten gewond, waarvan 112 zwaar gewond.

‘Bolsjewieken’

Vier dagen later beschuldigde Benes in een memorandum aan de Franse premier Georges Clemenceau de bolsjewieken van het ophitsen van de Duitsers. Hoewel hier overduidelijk niets van aan was en de Tsjechische mensenrechtenschendingen voor iedereen zichtbaar waren, zoals talrijke persverslagen uit die tijd laten zien, kreeg Tsjechoslowakije Duits-Bohemen en het Sudetenland toegewezen in het Verdrag van Saint-Germain op 10 september 1919.

Tsjechisering

Hierdoor werden de daar wonende Duitsers formeel staatsburgers van de Tsjechoslowaakse Republiek. Wilsons proclamatie van het nationale zelfbeschikkingsrecht bewees zich daarmee nog eens als een praatje voor de bühne. In de praktijk werd er selectief mee omgesprongen naar gelang de opportuniteit voor de oorlogswinnaars. Na de annexatie van de regio’s die eigenlijk bij Duits-Oostenrijk c.q. het Duitse Rijk wilden horen door Tsjechoslowakije en de internationaal-rechtelijke zegening van dit gewelddadige optreden door de westerse mogendheden, begon een rigide Tsjechisering van Duits-Bohemen en Sudetenland. Hiermee werd het onrecht van 1919 voortgezet en schiep Tsjechoslowakije zelf de voorwaarden voor het latere conflict met het Duitse Rijk.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.