100 jaar geleden stierf de eerste Amerikaanse ontvanger van de Nobelprijs voor de Vrede en vader van het Amerikaanse imperialisme: Theodore Roosevelt.

Theodore Roosevelt, door vrienden T.R. genoemd, werd op 27 oktober 1858 in New York in een rijke familie van Nederlandse afkomst geboren. Het grootste deel van zijn jeugd bezocht hij geen school, maar kreeg hij privé-onderwijs. Met zijn vader ondernam hij talrijke reizen, die hem ook naar Europa brachten. Vanaf 1876 studeerde hij rechten aan de universiteit Harvard. Dat vak interesseerde Roosevelt echter maar matig, zodat hij zich daarnaast nog met natuurwetenschappen en geschiedenis bezighield. In 1882 publiceerde hij een boek over oorlogvoering op zee. Zijn vroege belangstelling voor maritieme vraagstukken zou ook in zijn latere presidentschap terug te zien zijn.

Nog datzelfde jaar liet hij zich voor de Republikeinen in het parlement van de staat New York kiezen. Daarmee begon zijn politieke loopbaan. Na de vroege dood van zijn vader erfde Theodore Roosevelt een aanzienlijk vermogen dat hem financieel onafhankelijk maakte van zijn partij. In de daaropvolgende tijd bekleedde hij verschillende politieke ambten. Hij trok zich echter ook herhaaldelijk terug in zijn privéleven.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Spaans-Amerikaanse oorlog

In 1898 legde hij zijn ambt als plaatsvervangend minister van Marine neer, om als overste van een cavalerieregiment in de oorlog tegen Spanje te vechten. Daarvoor was hij een van de bepalende figuren in de regering van de toenmalige president William McKinley geweest, die aangedrongen hadden op de oorlog met Spanje om de Europese koloniale grootmacht uit Latijns-Amerika en de Stille Oceaan te verdrijven.

Kolonel Roosevelt met een deel van zijn manschappen na de slag van San Juan op Cuba

In de slag van San Juan op Cuba vuurde hij persoonlijk zijn soldaten aan en verwierf zo militaire onderscheiding en publieke erkenning. Na terugkeer in de VS liet hij zich in november 1898 tot gouverneur van de staat New York kiezen. Onvermoeibaar werkte hij aan zijn opkomst. Roosevelt, die dagelijks liters koffie dronk, gunde zichzelf weinig rust. In maart 1901 werd hij vice-president in de tweede ambtstermijn van McKinley. Dit overwegend representatieve ambt bood de energieke New Yorker weinig uitdaging. Uit deze tijd stamt een veel geciteerde uitspraak van Theodore Roosevelt, die hij bij de opening van een beurs in Minnesota ten beste gaf: “Spreek zacht en hoffelijk, maar draag altijd een grote knuppel!”

Aanvulling op de Monroe-doctrine

Deze metafoor zou karakteriserend worden voor zijn presidentschap, dat in 1901 na de moord op McKinley begon. Binnenlands werd zijn presidentschap vooral bepaald door zijn rigoureuze aanpak van de steeds machtiger wordende monopolisten. Tegelijk poogde hij de rechten van arbeiders en vakbonden te vergroten.

Buitenlands geldt Roosevelt als stichter van het moderne Amerikaanse imperialisme. In een door hem geformuleerde aanvulling op de Monroe-doctrine claimde hij voor de VS het recht om als “internationale politieagent” in Latijns-Amerika te interveniëren om te voorkomen dat een Europese grootmacht zich daar zou moeien.

In werkelijkheid zou dit leiden tot intensieve bemoeienis en militaire interventie van de VS in Zuid-Amerika en de Caraïben. Alleen tijdens zijn eigen presidentschap zou Roosevelt al meermaals de Amerikaanse krijgsmacht inzetten om in Midden-Amerika Amerikaanse belangen door te drukken. Bijvoorbeeld om het in aanleg zijnde Panamakanaal onder controle van de VS te brengen.

Maar ook buiten de Amerika’s, waar de VS geen onmiddellijke eigen ambities hadden, mengde de president zich. Hij intervenieerde diplomatiek in de Eerste Marokkaanse Crisis (1904-1906). Verder fungeerde hij als bemiddelaar in de Russisch-Japanse Oorlog (1904/05), waarvoor hij in 1906 als eerste Amerikaan de Nobelprijs voor de Vrede ontving. 

Rivaliteit met Taft

Roosevelt op campagne in 1912

Nadat Roosevelt in 1904 door verkiezingen als president bevestigd was, zag hij in 1908 af van een kandidatuur voor een derde termijn. Hij zag van de kandidatuur af om zijn beschermeling William Howard Taft een kans te geven. Deze won ook daadwerkelijk de verkiezingen voor de Republikeinen, maar vervulde niet Roosevelts verwachtingen.  De 27e president van de VS emancipeerde zich snel van zijn voormalige mentor. Nu Taft zijn eigen plan trok en Roosevelt uiteindelijk ook niet meer om advies vroeg, probeerde de oud-president zijn opvolger op het nominatiecongres voor de presidentsverkiezingen van 1912 uit te dagen. Maar dit bleef zonder succes.

Omdat de Republikeinen voor Taft kozen, richtte Roosevelt met de Progressive Party een eigen afsplitsing op. Voor deze partij nam hij in 1912 aan de presidentsverkiezingen deel. Door de verdeeldheid onder de Republikeinen, gingen de Democraten er als lachende derden met het presidentschap vandoor. Roosevelt kreeg met 27,4 procent van de stemmen weliswaar meer steun dan Taft met 23,2 en samen hadden ze een absolute meerderheid van 50,6 procent. Maar de kandidaat van de Democraten, Woodrow Wilson had met 41,8 een relatieve meerderheid achter zich. Zo kwam in 1913 een einde aan een 70-jarig tijdperk van Republikeinse presidenten.

Terugkeer naar Republikeinen

Doordat de Republikeinen met Charles Evans Hughes voor de presidentsverkiezingen van 1916 een als eerder progressief geldende kandidaat opstelden, die de goedkeuring van Roosevelt genoot, keerde de oud-president naar zijn oude partij terug. Dit betekende het einde van de Progressive Party. Na zijn terugkeer werd Roosevelt nog eenmaal als Republikeinse kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 1920 overwogen. Gezondheidsproblemen die hij door een expeditie naar Zuid-Amerika in 1913/14 opgelopen had beëindigden echter op 6 januari 1919 zijn leven.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.