Toen begin augustus 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak, richtte de Oostenrijkse keizer en Hongaarse koning Frans Jozef een vlammende oproep aan zijn veelvolkenrijk om alle onderlinge strijd te vergeten en de monarchie trouw terzijde te staan. Deze oorlogsproclamatie droeg de titel ‘An meine Völker’ en werd in elf talen verspreid, wat nog eens onderstreept hoeveel nationaliteiten de Dubbelmonarchie kende.

Etnische kaart van Oostenrijk-Hongarije (aanklikken om te vergroten)

Hoewel aan de oproep gehoord werd gegeven, was het aanvankelijke enthousiasme op zijn laatst na een jaar vervlogen, de stemming onder de bevolking verslechterde met het oog op dramatische militaire mislukkingen en een steeds precairder wordende bevoorrading. In de zomer van 1918 was de militaire nederlaag te voorzien, het leek nog slechts een kwestie van tijd te zijn voor de Dubbelmonarchie uit elkaar zou vallen.

Ausgleich

Kernen van het Habsburgse rijk waren Oostenrijk en Hongarije, die sinds de zogenaamde Ausgleich, na de verloren oorlog tegen Pruisen in 1866, als gelijkberechtigd naast elkaar stonden. Bijeengehouden werd de zogenoemde Dubbelmonarchie door de persoon van de monarch en door een gemeenschappelijk kabinet dat voor de drie resterende gemeenschappelijke gebieden – buitenlandse zaken, defensie en financiën –  verantwoordelijk was. Voor het overige hadden beide staten hun eigen parlement en een eigen regering.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


István TiszaSterkste persoonlijkheid van de monarchie in de oorlogsjaren was de Hongaarse graaf István Tisza. De premier van Hongarije van 1903 tot 1905 en van 1913 tot 1917 had zich aanvankelijk loyaal ingezet voor de gemeenschappelijke zaak, maar liet meer en meer zijn oren hangen naar de separatistische krachten in zijn land. Ook na zijn aflossing als regeringsleider domineerde hij het gebeuren in Boedapest. Daar werd – parallel aan het onafhankelijkheidsstreven in de Tsjechische en Zuid-Slavische delen van het land – de roep om onafhankelijkheid steeds luider.

Federatie

Nadat in juni 1918 een groot offensief tegen Italië aan de Piave met grote verliezen mislukte, brak de demoralisering onder zowel militairen als burgers definitief uit. De feestelijke verkondiging van Franz Jozefs opvolger als keizer van Oostenrijk en koning van Hongarije, Karel, dat hij de monarchie om wilde vormen tot een (nog lossere) federatie, kwam te laat.

In Boedapest wezen de tekenen vanaf oktober op storm: Op 16 oktober riep het parlement de zelfstandigheid van Hongarije uit. Vervolgens werd op 24 oktober een Hongaarse Nationale Raad opgericht die over democratische hervormingen moest beraadslagen. En op 31 oktober werd het vertrek van Hongarije uit de unie met Oostenrijk geproclameerd en een nieuwe Hongaarse regering onder leiding van graaf Mihaly Karolyi gevormd. Keizer en koning Karel deed ten slotte op 11 november afstand van “ieder aandeel in de regeringszaken” en op 16 november werd de Hongaarse Democratische Republiek uitgeroepen.

Asterrevolutie en radenrepubliek

Honderdduizenden trokken door de straten. Ten teken van hun geweldloosheid tooiden ze zich met witte asters, zodat deze gebeurtenissen ook wel als Asterrevolutie bekend kwamen te staan. Een slecht voorteken was dat uitgerekend Tisza op 31 oktober in zijn huis in Boedapest vermoord werd.

De door voedselschaarste, werkloosheid en gekrenkte nationale trots geteisterde bevolking beleefde van maart tot augustus 1919 onder de communist Béla Kun na Beieren de tweede Midden-Europese radenrepubliek. De wraak van de daaropvolgend weer de politieke gebeurtenissen bepalende conservatieven was hard en werd pas milder toen zich met admiraal Miklós Horthy een sterke persoonlijkheid aan het hoofd van de staat stelde.

Admiraal Horthy

admiraal Miklós Horthy in 1916 (foto: Staatsbibliothek zu Berlin)

Dat een van de zee afgesneden land als Hongarije geleid werd door een admiraal, mag op het eerste oog wat vreemd voorkomen, maar laat zich verklaren door het feit dat de Hongaar de laatste opperbevelhebber was van de keizerlijke en koninklijke marine en Oostenrijk-Hongarije omvatte met Dalmatië en het schiereiland Istrië immers een lange Adriatische kustlijn.

De marineofficier bleef de sterke man van Hongarije tot 1944. Hij was regent van een koninkrijk Hongarije zonder koning. De voormalige Oostenrijkse keizer en Hongaarse koning Karel had geprobeerd om ten minste de troon in Hongarije te behouden of te herwinnen en was tweemaal, in 1920 en 1921, aan het hoofd van loyale soldaten naar Boedapest opgetrokken. Onder druk van de winnaars van de Eerste Wereldoorlog moest Horthy Karel echter afwijzen. Een jaar na zijn tweede poging stierf Karel in ballingschap in Zwitserland. Zijn zoon Otto heeft tegenover alle staten die uit Oostenrijk-Hongarije zijn voortgekomen afstand gedaan van iedere aanspraak op de troon.

Trianon

Anders dan de Tsjechen of de Zuid-Slaven slaagden de Hongaren er niet in zichzelf als slachtoffers van Duitse overheersing voor te stellen. Het land werd veeleer net als Oostenrijk als verliezer van de oorlog behandeld en kreeg net als de andere oorlogsverliezers in een voorstad van Parijs een harde vrede opgelegd. In het verdrag van Trianon van 4 juli 1920 verloor het twee derde van zijn territorium en drie vijfde van zijn bevolking aan Roemenië, Tsjechoslowakije en het koninkrijk van Serven, Kroaten en Slovenen (het latere Joegoslavië).

Opdeling van Oostenrijk-Hongarije door het verdrag van Trianon (aanklikken om te vergroten)

Van een tot 1914 trotse monarchie in het hart van Europa was het een klein, haast weerloos land geworden. In de Tweede Wereldoorlog heroverde Hongarije aan de zijde van Duitsland enkele verloren gebieden, maar in 1945 moest het accepteren dat de Sovjet-Unie de Hongaarse grenzen van Trianon weer herstelde. Dat het patriottisme in Hongarije nog altijd sterk is hoeft zo bezien in ieder geval niemand te verwonderen.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.