Met het in werking treden van een militair verdrag ontstond 125 jaar geleden een bondgenootschap tussen Frankrijk en Rusland. Deze Frans-Russische alliantie was een stap richting de tweefrontenoorlog die de Duitse rijkskanselier Bismarck steeds had weten te voorkomen.

“Rusland mag niet onder onze werkelijke vijanden gerekend worden”, schreef Frederik de Grote in 1752 in zijn politieke testament. Otto von Bismarck zou dat later ook zo zien. Na de oprichting van het Duitse Rijk tijdens de Frans-Duitse Oorlog van 1870/71 creëerde hij vervolgens een Europees systeem van bondgenootschappen, dat Frankrijk moest isoleren en alle andere grootmachten moest weerhouden van coalities tegen Duitsland. In dit systeem was Rusland een centrale grootheid. “Met Frankrijk zullen we nooit een zekere vrede hebben, met Rusland nooit een noodzaak tot oorlog”, zo luidde het credo van de IJzeren Kanselier in dezen.

Driekeizersbond

Met de Driekeizersbond van 1873 zette Bismarck zich in voor een bondgenootschap van het Duitse Rijk, Oostenrijk-Hongarije en Rusland. Dit was in zekere zin een reprise van de Heilige Alliantie van 1815 tussen Rusland, Pruisen en Oostenrijk.  De rivaliteit tussen Rusland en Oostenrijk-Hongarije om de verdeling van de Ottomaanse gebieden op de Balkan bleek uiteindelijk echter te hevig. Zodoende zette Bismarck uiteindelijk in op separate overeenkomsten met de beide keizerrijken.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Karikatuur van Bismarcks internationale politiek, hij sloot akkoorden met alle Europese grootmachten om Frankrijk te isoleren en een tweefrontenoorlog voor Duitsland te voorkomen.

Duits-Russisch neutraliteitspact

Zo kwam er naast het reeds sinds 1879 bestaande bondgenootschap van het Duitse Rijk met de Donaumonarchie in 1887 ook een verdrag met de Russische tsaar. In dit geheime akkoord garandeerden Duitsland en Rusland elkaar welwillende neutraliteit in het geval Rusland zonder provocatie door Oostenrijk-Hongarije of Duitsland zonder provocatie door de Franse Republiek aangevallen zou worden. Daarenboven erkende Duitsland de Russische aanspraken op de Balkan en verzekerde Rusland in een ‘zeer geheim aanvullend protocol’ van ondersteuning in het geval het tsarenrijk zijn toegang tot de Middellandse Zee door de Turkse zee-engten moest verdedigen.

In 1890 moest het verdrag verlengd worden, maar de Duitse leiding – Bismarck was inmiddels geen rijkskanselier meer – weigerde dit. Berlijn argumenteerde dat tenminste de geest van het verdrag zich niet liet verenigen met het bondgenootschap met Wenen. De gevolgen van het verlopen van het Duits-Russische neutraliteitspact waren dramatisch. Om nu niet alleen te staan tegenover het bondgenootschap van de naburige grootmachten, zocht Rusland toenadering tot de resterende continentale grootmacht: Frankrijk. Precies wat Bismarck had willen voorkomen.

Toenadering tussen Rusland en Frankrijk

Deze toenadering kon in Parijs op een warm welkom rekenen, aangezien men daar open stond voor iedere kans om het door Bismarck gerealiseerde isolement te doorbreken. Maar ook economisch was een bondgenootschap tussen de twee grootmachten interessant. Waar Duitsland na de Eerste Wereldoorlog economisch gesloopt zou worden door de herstelbetalingen aan Frankrijk en co, ging het Frankrijk na de oorlog van 1870/71, ondanks het verlies van Elza-Lotharingen, voor de wind. Men sprak daarom wel van het Belle Époque. Frans kapitaal zocht zodoende lucratieve investeringsmogelijkheden en Rusland had voor de beoogde modernisering juist veel behoefte aan investeringen.

Franse vloot bezoekt Kronstadt in 1892.

Op initiatief van Franse en Russische hooggeplaatste militairen werd er eerst gewerkt aan het sluiten van een militair samenwerkingsakkoord. In verband hiermee bracht van 23 juli 1891 een Frans vlooteskader onder schout-bij-nacht Alfred Albert Gervais – tevens diplomaat en later admiraal – een bezoek aan de Russische marinebasis Kronstadt. Tijdens de top, die ongeacht de ideologische tegenstelling dat Rusland een autocratie en Frankrijk een republiek was, tot een regelrecht feest van verbroedering werd, klonken uiteraard ook de nationale hymnen van de beide landen. Zodoende salueerde de tsaristische officieren pikant genoeg voor de revolutionaire Marseillaise.

Russisch eskader in Toulon, 1893

Wederzijdse steun

Hiermee was de grond voorbereid voor de geheime militaire overeenkomst die op 5 augustus 1892 ondertekend werd. Daarin verplichtten Rusland en Frankrijk zich tot wederzijdse steun in het geval een van beide landen door het Duitse Rijk of één van zijn bondgenoten, dus Oostenrijk-Hongarije of Italië, aangevallen zou worden. In de tweede helft van oktober 1893 brachten Russische marine-eenheden een tegenbezoek aan de Franse vlootbasis Toulon. Kort na dit bezoek en een korte briefwisseling tussen Parijs en St.-Petersburg werd het akkoord geratificeerd. Op 4 januari 1894 trad het verdrag tussen de beide continentale grootmachten in werking.

De Duitse zijde reageerde hierop met demonstratieve gelatenheid. Enerzijds had de Frans-Russische alliantie een defensief karakter. Anderzijds sloot het Duitse Rijk op 10 februari 1894 een bilateraal handelsverdrag met Rusland. Zo werd tenminste het door Bismarck gepropageerde “lijntje met Rusland” hersteld.

Voorspel Eerste Wereldoorlog

Desalniettemin legde de Frans-Russische alliantie de kiem voor de latere fatale ontwikkelingen, die uiteindelijk culmineerden in de Eerste Wereldoorlog. Frankrijk kon het isolement waarin het door de politiek van Bismarck gedrongen was doorbreken. In 1907 werd het bondgenootschap, zij het officieus, uitgebreid met de Britten, tot de zogenaamde Triple Entente. Dit was het bondgenootschap waarmee de Centrale Mogendheden zich uiteindelijk geconfronteerd zouden zien.

Hierdoor groeide in Duitsland niet zonder recht een gevoel van omcirkeling. Terwijl Rusland, gesterkt door de wetenschap bondgenoten in het Westen te hebben, zijn engagement op de Balkan versterkte. Dat laatste leidde weer tot spanningen in de verhouding tussen St.-Petersburg en Berlijns bondgenoot Wenen. Waartoe dit uiteindelijk zou leiden is bekend.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.