Met zo’n tien jaar vertraging vond in december 2006 de eerste vlucht van een Lockheed Martin F-35 Lightning II, in Nederland beter bekend als Joint Strike Fighter (JSF), plaats, een vliegtuig waarvan zowel opdrachtgevers als bouwers ware wonderen verwachtten. Het gevechtsvliegtuig moest alles-in-een en overal goed voor zijn. Door dit vliegtuig moesten de bestaande Amerikaanse gevechtsvliegtuigen, zoals de uit de jaren ’70 stammende  F-16 Falcon en de F-22 Raptor, vervangen worden.

In één opzicht is de F-35 in ieder geval onovertroffen: Het Amerikaanse gevechtsvliegtuig is met afstand het duurste wapensysteem dat ooit gebouwd is. De ontwikkeling kostte tot nu toe een biljoen dollar. Dat is 77 keer zo duur als het duurste vliegdekschip dat ooit gebouwd werd, de recent in dienst genomen USS Gerald Ford. Geen wonder dat de chef van de Russische luchtmacht, kolonel-generaal Viktor Bondarev, de neiging tot lichte spot niet kan onderdrukken: “Met dat geld hadden we ook een piano kunnen laten vliegen.”

De F-35 heeft overigens ook een overeenkomst met de USS Gerald Ford: Beide wapensystemen zijn technisch nogal kwetsbaar en vatbaar voor mankementen, en voor wat het vliegtuig betreft ook mankementen die een gevaar voor de piloot kunnen betekenen.

De gerenommeerde Franse militair analist Pierre Sprey heeft zich uitgebreid in de F-35 verdiept en komt tot de volgende conclusie: “De wendbaarheid is schrikbarende slecht. Het heeft ernstige problemen om op geringe hoogte snel te vliegen. Het vliegtuig raakt oververhit. Vanwege de oververhitting moeten de bomkleppen opengezet worden om de raketten die aan boord zijn te koelen.” Maar dat is nog niet alles. Wie de schietstoel bedient, riskeert  zware verwondingen aan de nek, de boordcomputer herkent niet wanneer het vliegtuig zijn maximale snelheid overschrijdt, piloten hebben herhaaldelijk problemen om in te loggen in het computersysteem, meermaals is tijdens vluchten aan boord brand uitgebroken, het systeem meldt beschadigingen niet, de navigatieapparatuur geldt als een ratjetoe, de stealth-capaciteiten zijn achterhaald. Steeds weer moest de lancering van de F-35 uitgesteld worden.

In het afgelopen jaar hield de Amerikaanse luchtmacht een gevechtstraining waarbij de nieuwe wondervogel onder andere tegen de 40 jaar oude F-16 aantrad. Aan die laatste werd uit voorzorg een afwerptank gehangen, zodat hij niet te snel zou zijn voor de F-35. Desalniettemin bewees de veteraan F-16 zich in alle opzichten superieur aan de F-35. In een Pentagon-memorandum van de toenmalige directeur van het directoraat Operationale Tests en Evaluatie (DOT&E) Michael Gilmore, heet het hierover: “De F-35B Block 2B moet de confrontatie met vijandige krachten in ieder denkbaar scenario vermijden en zal steeds ondersteuning van andere, bevriende krachten nodig hebben.” Een biljoen dollar is erg veel voor een dermate dubieus resultaat.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Net als zijn voorganger Barack Obama, dringt president Donald Trump er dan ook op aan zoveel mogelijk F-35-gevechtsvliegtuigen aan het buitenland te verkopen, zodat tenminste de financiële balans nog wat opgetrokken kan worden. Daartoe heeft het Witte Huis enkele landen als gewenste klanten op het oog. Op de eerste plaats staat daarbij het Verenigd Koninkrijk. Royal Air Force en Royal Navy hebben van hun kant twee miljard dollar in het F 35-project geïnvesteerd en zijn nu voornemens 138 exemplaren van het toestel te kopen. Bij een stukprijs van 200 miljoen dollar betekent dat nog eens 27,6 miljard. Andere afnemers zijn Italië, Nederland, Turkije, Australië, Noorwegen, Denemarken, Canada, Israël, Japan en Zuid-Korea.

Als daadwerkelijk iedere F-35 als het er op aan komt ondersteuning van bevriende krachten nodig heeft, dan kan Amerika zich erin verheugen ook deze wapensystemen aan de bondgenoten te verkopen. Wellicht kunnen de oude F-16s dit doel dienen. Op deze wijze komt voor de Amerikaanse schatkist weer wat binnen en ook het militair-industriële complex van de Verenigde Staten, de bedenker en grootste baathebber van dergelijke zaken, zal er goed aan verdienen.

Daarbij ontbreekt opvallend genoeg nog een interessante klant in de opsomming: Duitsland. Persbureau Reuters melde in mei dat de planningsafdeling van het Duitse ministerie van Defensie in een brief de Amerikanen om toegang tot de gegevens over het vliegtuig had gevraagd. Een keuze hadden de Duitsers echter nog niet gemaakt. Verbazingwekkend is dat Duitsland tegelijk de bouw van een gevechtsvliegtuig samen met Frankrijk plant. Wat is het nu? De door Merkel bezworen Europese eigenstandigheid of een gedienstige houding tegenover de VS?

Eén ding is in ieder geval duidelijk: Als een Amerikaanse president, ongeacht welke – Obama, Trump, wie dan ook, van de NAVO-partners eist dat ze meer aan Defensie uitgeven, dan doet hij dat niet uitsluitend uit zorg om de veiligheid van het bondgenootschap, maar ook zodat de bondgenoten meer wapensystemen van de VS kopen.

Share.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.

Comments are closed.