225 jaar geleden eindigde met de onthoofding van Robespierre het schrikbewind van de Jakobijnen en daarmee de tweede fase van de Franse Revolutie. Toen werd het linkse totalitarisme slachtoffer van zijn eigen ondermijning van de rechtstaat en de terreur tegen politieke tegenstanders van allerlei kleur. 

Na de constituering van de Franse nationale vergadering op 17 juni 1789 vormden zich verschillende politieke kampen, die hun wortels hadden in de kort daarvoor ontstane politieke clubs. Eén daarvan was de Société des Amis de la Constitution, wier ontmoetingen vanaf eind 1789 in het dominicanenklooster aan de Parijse Rue  Saint-Honoré plaatsvonden, dat de naam van de apostel Jakobus droeg.

Vergadering van de Club des Jacobins, 1791

Jakobijnen

Deze zogenaamde Jakobijnen vertegenwoordigden de linkervleugel en zetten zich na de verdringen van meer gematigde elementen in hun rangen in juli 1791 gedecideerd in voor de vervanging van de constitutionele monarchie door een republiek. Daarbij genoten ze in het bijzonder de steun van de kleine burgerij in de steden, die sansculotten werden genoemd.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Robespierre

Sansculotten

Het waren de Parijse sansculotten die de Jakobijnen met hun opstand van 31 mei tot 2 juni 1793 aan de macht brachten. Op 5 september 1793 besloot de grondwetgevende nationale conventie op aandringen van de kring rond de leider van de Jakobijnen, Maximilien de Robespierre, tot de invoering van terreurmaatregelen ter onderdrukking van ‘contrarevolutionaire’ activiteiten. Deze maatregelen zou hij later rechtvaardigen met de woorden: “De terreur is niets anders dan directe, strenge, onbuigzame gerechtigheid… vloeit derhalve voort uit de deugd… is niet zozeer een bijzonder principe als wel de consequentie van het algemene principe van de democratie in zijn toepassing op de meest urgente noden van het vaderland.”

 

Robespierre zag overal verraders van de Revolutie

Robespierre

Spotprent: Nadat alle Fransen onthoofd zijn, legt Robespierre de beul onder de guillotine.

Op 40.000 wordt het totale aantal slachtoffers van het Terreur-bewind van de Jakobijnen geschat. Daarbij komen de circa 600.000 doden van de burgeroorlog. Robespierre zag zich op het hoogtepunt van zijn macht aangekomen, toen hij op 26 juli 1794 na lange onderbreking weer voor de nationale conventie sprak en over nog meer “verraders” fabuleerde, die met alle hardheid van de wet te bestraffen waren. Daarop kondigde de revolutionaire leider nieuwe zuiveringen aan, zonder echter concrete namen te noemen: “In wiens handen zijn vandaag de legers, de financiën en het binnenlandse bestuur van de Republiek? In de handen van de coalitie die mij vervolgt… Men moet de verraders bestraffen…”.

Coalitie tegen Robespierre

Hierdoor voelde nu bijna iedere politicus in Parijs zich bedreigd. Derhalve formeerde er zich in de nacht van 26 op 27 juli een brede coalitie die Robespierre en zijn medestrijders Louis-Antoine-Léon de Saint-Just de Richebourg en Georges Couthon de volgende dag in het parlement liet arresteren. De in juni uitgevaardigde nieuwe terreurwet maakte dat zonder problemen mogelijk. Hierop had de Jakobijnen-leider nog precies een dag te leven.

Robespierre onder de guillotine

Robespierre slaagde er weliswaar in met enkele van zijn volgelingen naar het raadhuis van Parijs te vluchten, maar werd daar al snel door de nationale garde aangehouden. Toen ze Robespierre opnieuw arresteerden, was zijn onderkaak door een kogel verbrijzeld. Tot op de dag van vandaag is onduidelijk of Robespierre deze verwonding in het gevecht opliep of dat hij zelfmoord wilde plegen. In ieder geval eindigde zijn leven met dat van talrijke andere Jakobijnen op 28 juli 1794 onder de guillotine op de Place de la Révolution. Volgens ooggetuigen hielden het applaus en de vreugdekreten na de dood van Robespierre wel een kwartier aan.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.