Toen Nelso Mandela op 10 mei 1994 zijn ambt als president van de Republiek Zuid-Afrika opnam, zag de niet-blanke bevolking dat als een doorbraak. Want bijna drieënhalve eeuw lang waren er met name blanken aan de macht geweest.

Dat de overgang van de blanke naar een door zwarten gedomineerde regering in slechts enkele jaren en zonder revolutie plaatsvond, had ook te maken met de volatiele situatie in de rest van de wereld rond 1989/90. Ten oosten van het IJzeren Gordijn was de instorting van het Oostblok begonnen. Daarmee verloor het African National Congress (ANC) zijn traditionele bondgenoten. De westerse mogendheden benutten het moment en drongen bij de – om zijn geostrategische positie aan de zuidpunt van het Afrikaanse continent belangrijke -veelvolkenstaat op hervormingen aan.

Internationaal isolement

Vooruitziende koppen binnen de regerende Nasionale Party (NP) hadden reeds erkend dat het beleid van Apartheid alleen al tot mislukking gedoemd was, omdat het door de wereldgemeenschap afgewezen werd. Bij volharden in de bestaande koers zou Zuid-Afrika op den duur internationaal in een volkomen isolement geraakt zijn. Het geval wilde dat de eerder conservatieve president Pieter Willem Botha begin 1989 een beroerte kreeg en daaropvolgend nog slechts beperkt tot handelen in staat was. Twee weken later trad hij onder druk van zijn eigen partij terug als voorzitter van de regeringspartij. Hij werd vervangen door de meer gematigde Frederik Willem de Klerk. In juli 1989 ontving Botha in zijn residentie in Kaapstad weliswaar nog de gevangen gezette Nelson Mandela, Botha’s dagen leken echter reeds geteld. Want intussen namen de tekenen van voorzichtige hervormingspogingen in het land toe.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Verschuivende panelen

Op 8 april van dat jaar hadden diverse liberale partijen zich aaneengesloten tot Democratic Party, die nu tot belangrijkste oppositiepartij werd. Kort daarop veroordeelde een van de twee grote gereformeerde kerken van het land, die tot nog toe het apartheidsbeleid gesteund had, de rassenscheiding als zonde. Op een campagnebijeenkomst eind juli 1989 verklaarde minister van Buitenlandse Zaken Roelof ‘Pik’ Botha, dat de vrijlating van Mandela het land van “een albatros om zijn nek” zou kunnen bevrijden.

De Klerk volgt Botha op

Tegen deze achtergrond trad Pieter Willem Botha in augustus 1989, kort voor de parlementsverkiezingen van de blanken in september van dat jaar, terug. De dag daarop werd De Klerk als zijn opvolger beëdigd als president. In de parlementsverkiezingen van de blanken leed de Nasionale Party weliswaar een terugslag, maar ze kon de absolute meerderheid behouden. Een week later kozen de afgevaardigden van alle drie kamers van het parlement – de blanken, de Indiërs en de kleurlingen – De Klerk tot president, wat als mandaat voor zijn hervormingsbeleid gezien werd.

Stroomversnelling

En toen ging het snel: Nog voor 1989 om was volgde de afschaffing van de Apartheid in de meeste publieke instellingen en van de segregatie op alle stranden van het land. Walter Sisulu, oud-secretaris van het ANC en medestrijder van Mandela, werd vrijgelaten. Kort daarop vond een eerste manifestatie plaats van het sinds 1960 verboden ANC. Nog voor Kerst zou Mandela door De Klerk in zijn residentie in Kaapstad worden ontvangen. Op 2 februari 1990 kondigde de president in het parlement baanbrekende hervormingen aan. Enkele dagen later liet hij ook Mandela vrij, na bij 28 jaar in de gevangenis. Het ANC en de Communistische Partij (SACP) werden weer toegelaten. Politieke gevangenen werden vrijgelaten. Bovendien werd de executie van ter dood veroordeelden opgeschort. In maart 1990 werd Mandela tot vice-voorzitter van het ANC gekozen. Daarop volgde een eerste gesprek tussen hem en De Klerk dat het begin zou zijn van de onderhandelingen tussen regering en ANC.

Mandela wordt ANC-leider

ANC-leider Oliver Tambo, die in augustus 1989 eveneens een beroerte had gehad, bevond zich sindsdien in Londen voor behandeling en viel zodoende als onderhandelaar voorlopig uit. Kort na het gesprek tussen De Klerk en Mandela ontmoetten vertegenwoordigers van de regering en het ANC elkaar voor een eerste gespreksronde. Ze kwamen overeen een gemengde werkgroep in het leven te roepen. De sinds 1986 bestaande noodtoestand werd opgeheven, de meeste Apartheidswetten afgeschaft. Ook vertegenwoordigers van de thuislanden gaven de president het mandaat voor het uitwerken van een nieuwe grondwet. Op het eerste nationale congres van het ANC in juli 1991 werd Mandela als nieuwe voorzitter gekozen. Hij volgde zo de in december 1990 teruggekeerde, maar nog altijd ernstig zieke Tambo op. 

Kiesrecht

Nadat een buitengewoon congres van de Nasionale Party in september 1991 met het grondwetsontwerp, dat in een algemeen kiesrecht voor alle bevolkingsgroepen voorzag, had ingestemd, liet De Klerk in maart 1992 de blanken in een referendum over zijn hervormingsvoorstel stemmen. 68,7 procent stemde ermee in. In april 1993 benoemde hij voor het eerste drie niet-blanke ministers, een Indiër en twee zwarten. Enkele maanden later stond het voorstel voor een overgangsgrondwet vast. Dat was uitgewerkt door een conferentie van alle partijen en werd in november van dat jaar met grote meerderheid besloten. Mandela en De Klerk ontvingen op 10 december 1993 de Nobelprijs voor de Vrede. 

Overgang

Ondertussen werd de overgang ter hand genomen. Van 26 tot 29 april 1994 vonden vervolgens de beslissende verkiezingen plaats. Het ANC kreeg 62,6 procent van de stemmen, de Nasionale Party 20,4 procent. De opkomst lag bij 86,9 procent. Er werd een “regering van nationale eenheid” gevormd, waaraan alle partijen deelnamen die meer dan 20 afgevaardigden hadden. Behalve ANC en NP, betrof dat de Inkatha Freedom Party (IFP) onder leiding van de Zoeloe-prins Mangosuthu Buthelezi. Naast Mandela fungeerden Thabo Mbeki (ANC) als eerste en De Klerk (NP) als tweede vice-president. 

Einde isolement

Nadat in 1992 het Internationale Olympische Committee Zuid-Afrika weer toegelaten had, werd het in 1994 ook weer lid van het Commonwealth of Nations (het Britse gemenebest). Ook mocht Zuid-Afrika zijn zetel in de Verenigde Naties weer innemen, waarvan het in 1974 uitgesloten was. Verder werd het land opgenomen in de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid, de voorloper van de Afrikaanse Unie. Sindsdien is Zuid-Afrika een toonaangevend land op het zwarte continent.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.