De Argentijn Ernesto Rafael Guevara de la Serna, beter bekend als Che Guevara, geldt als hèt symbool van de Revolutie. Zijn bebaarde smoel met het alpinopetje siert ook tegenwoordig nog talloze kledingstukken en gebruiksvoorwerpen. Dat terwijl Guevara een vergelijkbaar wrede geweldpleger ten dienste van het communisme was als Jozef Stalin of Mao Tse-toeng. Niettemin verklaarde links hem tot altruïstische humanist en boegbeeld van het ‘socialisme met een menselijk gezicht’.

Guevara, die op 14 juni 1928 in de Argentijnse havenstad Rosario ter wereld kwam, stamde uit een aan lager wal geraakte burgerlijke familie met Baskische en Ierse wortels. Hij leed van kinds af aan onder astma, waaruit mede zijn latere besluit voortvloeide om geneeskunde te gaan studeren. Guevara, die in 1953 tot doctor in de geneeskunde en de chirurgie promoveerde, zou overigens slechts kortstondig als arts werken en vervolgens de weg inslaan naar een loopbaan als beroepsrevolutionair, waarin niet in de laatste plaats zijn diepe bewondering voor Stalin een rol speelde.

Beroepsrevolutionair

De Argentijn ging deze weg op in 1954, toen hij in Guatemala Nico López ontmoette, die tot de overlevenden van de mislukte bestorming van de Moncada-kazerne in Santiago de Cuba hoorde. Deze maakte Guevara in de zomer van 1954 met de jonge advocaat Fidel Castro bekend, die de revolutiepoging op het Caribische eiland geïnitieerd had. Daarop sloot Che Guevara, zoals hij van nu af genoemd werd, zich bij de 85 rebellen aan die op 2 december 1956 op Cuba landden om de strijd tegen dictator Fulgencio Batista voort te zetten. Aansluitend klom Guevara tot juli 1957 op tot commandant van de tweede colonne van Castro’s strijdmacht en stond daarmee in rang direct onder de aanvoerder van de guerillero’s. Verantwoordelijk hiervoor waren zijn tactische inzicht, maar ook de wrede hardheid waarmee hij vermeende deserteurs en andere ‘tegenstanders van de revolutie’ elimineerde.

Executies, zo stelde Guevara, zijn “een noodzaak voor het Cubaanse volk”. Derhalve vond hij het ook belangrijk zelf aan executies deel te nemen. “Ik [..] dorst naar bloed”, schreef hij destijds aan zijn eerste vrouw Hilda. Nog sterker leefde Guevara deze hang naar wreedheid uit na de overwinning van de revolutionairen op 1 januari 1959. Zo liet hij als commandant van de gevangenis La Cabaña en voorzitter van de hoogste krijgsraad talrijke ter doodveroordelingen uitvoeren – 216 gevallen zijn met naam bekend – en tekende daar bovenuit voor de oprichting van enkele honderden concentratiekampen, waar ook excessief gefolterd werd.

Onbehouwen als minister en diplomaat

Later bekleedde Guevara in het ‘nieuwe Cuba’ twee hoogst verantwoordelijke regeerambten, als minister van Industrie en directeur van de Nationale Bank. Als bekleder van deze functies zette de in economische zaken niet onderlegde Guevara een alomvattende nationalisatie door, om vervolgens tot een centralistische planeconomie over te gaan. Daarmee verdreef hij zowel het buitenlandse kapitaal als ook tien procent van de Cubaanse bevolking. Als gevolg hiervan stortte de verbouw van suiker en andere gewassen in, terwijl de beoogde opbouw van de zware industrie een illusie bleef.

Daarbij kwamen Guevara’s diplomatieke misstappen tegenover de Sovjet-Unie. Met zijn demonstratieve verering van de overleden Stalin en de nog levende Mao wekte hij herhaaldelijk de woede van Moskou. En toen oefende Guevara in februari 1965 op de Afrikaans-Aziatische Solidariteitsconferentie in Algiers ook nog onverbloemde kritiek uit op de zittende leiding van de Sovjet-Unie, nadat hij eerder al geklaagd had dat er tijdens de Cubacrisis geen kernraketten op de VS afgevuurd waren.

Na zijn onbehouwen optreden in Algiers moest Guevara zijn politieke functies neerleggen, want de aanzienlijk pragmatischer ingestelde Castro hield het niet voor verantwoord om het onbesuisde uitweiden van de Comandante, zijn voorliefde voor in diskrediet geraakte ideologische modellen alsmede zijn volstrekte ongeschiktheid als minister nog langer te tolereren. Bovendien werd de ex-guerillero ook steeds ijdeler en humeuriger, wat bij de veteranen van de Revolutie voor aanzienlijk misnoegen zorgde. Een misnoegen dat zich tegen Castro zelf zou kunnen keren wanneer hij werkeloos toe zou zien hoe Guevara te werk ging.

De revolutie exporteren

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


De buiten spel gezette Guevara probeerde vervolgens het model van de Cubaanse Revolutie naar andere landen te exporteren. De eerste poging hiertoe, in Congo, werd een compleet fiasco – waarop Guevara op racistische wijze tekeerging tegen de zwarte Afrikanen. Ook zijn volgende poging de bewoners van een ander land tot opstand aan te zetten eindigde ontnuchterend. “Schijt-Bolivianen” schold hij ditmaal. Na zijn avontuur in Afrika had Guevara de Revolutie namelijk naar Bolivia en Argentinië willen brengen.

Het expeditiekorps uit Havanna ageerde echter grotendeels op eigen houtje, terwijl de boeren van de Andesstaat consequent hun afstand tot de vreemdelingen bewaarden. Zodoende zagen de Cubanen onder Guevara en Juan Vitalio ‘Vilo’ Acuña Nuñez zich zonder rukdekking door de lokale bevolking, toen het Boliviaanse leger jacht begon te maken op het zogenaamde Nationale Bevrijdingsleger (Ejército de Liberación Nacional, ELN).

Interessant genoeg trok Castro juist op dit moment zijn verbindingsman in La Paz terug, wat er op wijst dat hij er heimelijk naartoe werkte de onruststoker Guevara te isoleren en te laten falen. En inderdaad decimeerden de regeringstroepen de guerillero’s dramatisch. Zo werd in augustus 1967 de gehele achterhoede onder Núñez weggevaagd, waarbij in de hinderlaag bij Vado de Puerto Mauricio ook de vroegere slapende agent voor de Stasi Tamara Bunke alias ‘Tania’ sneuvelde.

Guevara’s groep zelf, die op het laatst nog maar uit 14 personen bestond, kwam op 8 oktober 1967 met het leger in aanraking bij de nabij het dorp La Higuera gelegen kloof Quebrada del Churo. Daar raakte de guerilla-leider gewond en in gevangenschap. Hierop volgde een verhoor in het schoolgebouw van La Higuera. Daarna beval de Boliviaanse president René Barrientos Ortuño Guevara zonder verder proces te  executeren. De executie werd op 9 oktober 1967 om 13:10 uur door sergeant Mario Terán uitgevoerd, die zich hiervoor vrijwillig gemeld had. Guevara stierf door negen kogels en werd op het vliegveld van Vallegrande begraven.

Share.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.

Comments are closed.