Tijdens de Tweede Wereldoorlog hielden de geallieerden meerdere grote conferenties. De eerste daarvan vond 75 jaar geleden, van 14 tot 26 januari 1943, plaats in de Marokkaanse havenstad Casablanca en resulteerde in de eis van een ‘onvoorwaardelijke overgave’ van Duitsland, Japan en Italië, die de oorlog verlengde en miljoenen mensenlevens meer zou kosten.

Begin 1943 had de militaire situatie zich duidelijk ten gunste van de geallieerden gewijzigd. Zo konden de Verenigde Staten na het winnen van de vliegdekschepenslag om Midway tot het offensief overgaan tegen Japan. Intussen moest het ooit zo slagkrachtige Duitse Afrika-Korps zich terugtrekken naar Tunesië. En aan het Oostfront won het Rode Leger de strijd om Stalingrad en de Kaukasus en rukte op richting het Donetsbekken.

Derhalve hielden de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt en de Britse premier Winston Churchill het nu voor het moment om keuzes te maken voor het verdere verloop van de oorlog en de tijd daarna. Stalin bleef uit de buurt van de bijeenkomst en stuurde ook geen vertegenwoordiger, omdat hij niet bereid was zich de kaarten te laten kijken wat zijn oorlogsdoelstellingen aanging.

Naast maatregelen om het U-botengevaar meester te worden, alsmede offensieven in de Stille Oceaan en Birma, werden de beide regeringsleiders en hun entourage van hoge militairen het op de conferentie eens om, in plaats van het door Moskou gewenste tweede front in Frankrijk, voorlopig slechts een tweede front te openen in Italië. De westerse geallieerden stelden de landing in Frankrijk onder andere uit om hun positie in het Middellandse Zeegebied te bestendigen, waar vooral Churchill veel aan gelegen was. Dit zou zich later als in zoverre contraproductief bewijzen, dat Stalin daardoor in staat gesteld werd zijn invloedssfeer in Centraal-Europa en op de Balkan te vergroten.

Keulen in puin in 1945 (foto: US DoD)

Moral Bombing

Verder werd er besloten tot een combinatie van dag- en nachtbombardementen van de Britse en Amerikaanse bommenwerpers op Duitsland. Zo moest de Duitse luchtafweer, de Jagdwaffe en de werkende bevolking geen pauze gegund worden, de wapenindustrie vernietigd en het moreel onder de burgerbevolking ondergraven worden.

Overeenkomstig de arbeidsdeling vlogen voortaan meestal de Amerikaanse bommenwerpers overdag om militaire doelen te bombarderen, terwijl de Britse de burgerbevolking ’s nachts met terreuraanvallen op woonwijken niet alleen van hun slaap maar ook van have en goed moesten beroven. Met deze zogenoemde Moral Bombing hoopte met frictie op te wekken tussen de nationaalsocialistische leiding en de Duitse bevolking, dit effect bleef echter uit. Veeleer smeedde de haat tegen de daders beide samen.

Een stapel lijken wacht op crematie na een bombardement op Dresden (foto: Bundesarchiv)

Onvoorwaardelijke overgave

Over de bilaterale overeenkomsten werden de circa 50 geaccrediteerde westerse journalisten op 24 januari geïnformeerd. De vertegenwoordigers van de pers kwam een en ander weinig spectaculair voor. Zij stortten zich dan ook op Roosevelt met de vraag ook iets te zeggen over de toekomstige politiek tegenover de Asmogendheden. Daarop zei de Amerikaanse president dat het doel de “onvoorwaardelijke overgave” van Duitsland, Italië en Japan was. Dit moest ook een teken zijn aan Stalin, dat de westerse mogendheden geen afzonderlijke vrede nastreefden. Roosevelt en Churchill  negeerden hiermee het onderscheid tussen de volken van Duitsland, Italië en Japan enerzijds en hun respectievelijke politieke leiding anderzijds. Saillant detail is dat ze op de Conferentie van Placentia Bay in 1941 juist een Atlantisch Handvest hadden aangenomen, volgens welke iedere natie het recht zou hebben soeverein en zonder druk van buiten over zijn aangelegenheden te beslissen. Dit geschipper met principes doet denken aan het handelen van president Woodrow Wilson, die na de Eerste Wereldoorlog ook van zijn ambitieuze 14-puntenprogramma afweek waar het bijvoorbeeld om het zelfbeschikkingsrecht van de Duitsers of Hongaren ging.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


De eis van onvoorwaardelijke overgave had ernstige gevolgen, zoals de Britse minister van Arbeid van 1940 tot 1945 en van Buitenlandse Zaken van 1945 tot 1951, Ernest Bevin, na de oorlog in een zitting van het Lagerhuis constateerde: “Omdat met op onvoorwaardelijke overgave stond, restte [er]niets waarop men voort had kunnen bouwen: geen wet, geen constitutie, geen persoonlijkheid waarmee onderhandeld kon worden.” Dit was ook precies de bedoeling van Roosevelt en Churchill, die later voorwendde dat de Amerikaanse president hem met zijn uitspraak overvallen zou hebben. Het ging er immers niet slechts om drie dictatoriale regimes te verslaan, maar minstens even belangrijk was de duurzame uitschakeling van wereldpolitieke en economische concurrenten.

Zoals te verwachten was, had de eis van onvoorwaardelijke overgave, die vanaf 26 januari door de westerse media verbreid werd, een verlammend effect op de Duitse verzetsbeweging tegen Adolf Hitler. Vooral regimekritisch ingestelde militairen lieten het nu na zich bij de oppositie aan te sluiten, omdat ze er nu vanuit moesten gaan dat de geallieerden Duitsland ook bij een succesvolle putsch tegen Hitler geen gunstiger vredesvoorwaarden zouden toestaan. Daarmee bleven er voor de meesten alleen nog de opties van strijd tot de ‘Endsieg’ of de ondergang van het vaderland.

Ook anderszins profiteerde de nationaalsocialistische leiding aanzienlijk van de eis van een onvoorwaardelijke overgave. Dat laat niet in de laatste plaats de gelaten reactie van de Duitsers op de Sportpalastrede van propagandaminister Joseph Goebbels op 18 februari 1943 zien, waarin de Duitsers tot ‘totale oorlog’ verplicht werden.

Wolk van de vuurstorm rond het middaguur na het afwerpen van de Amerikaanse atoombom op Hiroshima om kwart over acht ’s morgens (foto: US Military).

Analoog was de situatie in Japan. Aangezien de mogelijkheid van vrede onder eervolle en het nationale bestaan veilig stellende voorwaarden van tafel was, werd de oorlog in de Stille Oceaan met verbetenheid voortgezet, wat aan beide zijden nog een geweldige tol zou eisen, totdat uiteindelijk het afwerpen van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki een einde aan de strijd in de Stille Oceaan brachten.

Share.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.

Comments are closed.