Na lange geheime onderhandelingen kwamen de westerse geallieerden en Italië op 3 september 1943 een wapenstilstand overeen, waarop Italië net als in de Eerste Wereldoorlog van bondgenootschap wisselde en zijn vroegere bondgenoot Duitsland de oorlog verklaarde.

Op 10 juli 1943 landden het 8. Britse en het 7. Amerikaanse leger in het kader van ‘Operatie Husky’ op Sicilië en veroverden aansluitend het hele eiland ondanks de weerstand van de Duitse en Italiaanse verdedigers. Deze overwinning voor de geallieerden op Italiaanse bodem deed de positie van de Duce del Fascismo en Capo del Governo Benito Mussolini wankelen. Na het verlies van Palermo keerde de Grote Fascistische Raad in Rome  zich tegen hem, waarop koning Victor Emanuel III. maarschalk Pietro Badoglio op 26 juli als nieuwe regeringsleider aanstelde.

In het licht van te verwachten verdere landingen van de geallieerden op het Italiaanse vasteland en de eerste Brits-Amerikaanse luchtaanvallen op Rome, stond voor Badoglio vast dat hij aan het aandringen van Londen en Washington op een snelle wapenstilstand toe moest geven, anders zou al snel heel Italië tot slagveld worden en blootgesteld worden aan grootschalige bombardementen vanuit de lucht.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Om tegenmaatregelen te voorkomen, liet de nieuwe Italiaanse regering de Duitsers, die op dat moment nog bondgenoten waren, vooreerst in het duister. Zo beklemtoonden hoge gezanten van Rome op de bilaterale conferenties van Tarvis en Bologna niet uit de As Berlijn-Rome-Tokio te willen stappen. Tegelijk beloofde echter de ambassaderaad Blasco Lanza d’Ajeta di Trabia de geallieerden in Lissabon het tegendeel.

Hoe dan ook wisten de Duitsers van het dubbelspel van de Italianen, omdat het hen op 29 juli 1943 gelukt was radiogesprekken tussen de Britse premier Winston Churchill en de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt af te luisteren, waarin de aanstaande wapenstilstand met Italië genoemd werd. Ten gevolge hiervan kondigde het Duitse opperbevel van de Wehrmacht op 1 augustus intern voorzorgsmaatregelen af voor het geval Italië daadwerkelijk uit het bondgenootschap van de Asmogendheden zou stappen. Verder werden er Duitse troepen naar het noorden van Italië gestuurd – dit laatste nog met officiële toestemming van Rome.

Kort daarop begonnen in Lissabon verkennende gesprekken van de Italiaanse brigadegeneraal Giuseppe Castellano met de generaals Walter Bedell Smith van de Amerikaanse en Kenneth Strong van de Britse strijdkrachten, alsmede de Amerikaanse diplomaat George Kennan. In de gesprekken ging het uitsluitend over de militair-technische modaliteiten van de wapenstilstand. Ze werden afgesloten op 24 augustus. Daarop keerde Castellano terug naar Rome en generaalmajoor Giacomo Zanussi arriveerde in de Portugese hoofdstad. Aan hem presenteerden de geallieerden hun uitvoerige voorwaarden voor de wapenstilstand, zoals ze juist op de Conferentie van Quebec door Roosevelt en Churchill opgesteld waren. Onder andere werd nu ook de onvoorwaardelijke overgave van Italië geëist.

Daarop besloot Badoglio, die voor het voortbestaan van zijn regering en van de monarchie vreesde, Zanussi en Castellano naar de geallieerden te sturen voor nieuwe onderhandelingen. Dit treffen kwam tot stand door bemiddeling van de Britse en Amerikaanse ambassadeurs in het Vaticaan, Francis D’Arcy Godolphin Osborne en Myron Charles Taylor.

Op 31 augustus 1943 vond een ontmoeting plaats tussen Zanussi, Castellano, Smith en Strong in Fairfield Camp, het hoofdkwartier van de 15. geallieerde legergroep, dat in het dorp Cassibile niet ver van Syracuse op Sicilië lag. Daar deed Castellano een poging tot revisie van de uitgebreide versie van de wapenstilstandsovereenkomst te bereiken. Smith stond als stafchef van de geallieerde opperbevelhebber Dwight D. Eisenhower uiteindelijk echter op het inwilligen van de hele overeenkomst door de Italianen voor 3 september.

Daarop vloog Castellano terug naar Rome om de politieke en militaire leiding te informeren. Tijdens de afsluitende consultaties op 1 september verklaarde minister van Buitenlandse Zaken Raffaele Guariglia dat er geen andere keuze was dan de voorwaarden van de geallieerden te accepteren. De koning, bij wie Badoglio daarna langs ging, zag het ook zo. Zodoende ging er een telegram van Rome naar Cassibile dat Italië de voorwaarden van de geallieerden accepteerde.

Ook dit bericht kon door de Duitse geheime dienst opgevangen en ontcijferd worden. Daarop trad het zogenaamde ‘Fall Achse’-plan in werking voor de bezetting van Italië en de ontwapening van de Italiaanse strijdkrachten. Ook het feit dat Badoglio nog eens huichelend de trouw van Rome aan Berlijn bezwoer veranderde daar niets aan.

Op 2 september 1943 kwam Castellano opnieuw in Camp Fairfield aan en ondertekende daar de volgende middag in opdracht van Badoglio, die gepoogd had zijn naam buiten de hele zaak te houden, de korte versie van de wapenstilstand, die alleen de twaalf artikels over de modaliteiten van het staakt-het-vuren bevatte. Aansluitend ondertekende Smith voor Eisenhower, terwijl meerdere Britse en Amerikaanse militairen en diplomaten getuige waren.

Met de publieke bekendmaking van het tot stand komen van de wapenstilstandsovereenkomst op de radio werd nog tot 8 september gewacht, in de hoop het in werking treden van de Duitse tegenmaatregelen te vertragen. Op 29 september volgde dan de ondertekening van de lange versie van de wapenstilstand, waarvan de 44 artikels ook de capitulatie van Italië bevatten, door Eisenhower en Badoglio in eigen persoon. Dit gebeurde aan boord van het Britse slagschip Nelson, dat voor Malta lag. Hierna duurde het niet lang of Italië verklaarde op 13 oktober de oorlog aan Duitsland. De geallieerden erkenden Italië hierop als ‘co-belligerent’.

Na de bekendmaking van de wapenstilstand op 8 september handelden de Duitsers zoals gepland. Ten eerste bezette de Wehrmacht twee dagen later Rome, waarbij Badoglio en de koninklijke familie er nog in slaagden op tijd te vluchten. Ten tweede werden tot 21 september meer dan 400.000 Italiaanse soldaten door oprukkende Duitse troepen ontwapend. Ten derde bevrijden parachutisten de afgezette Mussolini uit zijn gevangenschap in het Gran Sasso-massief. De afgezette regeringsleider werd nog eenmaal kort staats- en regeringshoofd van een nieuwe Italiaanse staat, de Repubblica Sociale Italiana, beter bekend als de Republiek van Salo.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.