De vuurstorm boven Hamburg had van de Britse en Amerikaanse krijgsmacht de oudtestamentische naam ‘Operation Gomorrah’ meegekregen. Bij de luchtaanvallen van 24 juli tot 3 augustus kwamen naar huidige schattingen 34.000 mensen om het leven, 125.000 liepen zware verwondingen op. De slachtoffers stikten, ademden giftige gassen in of verbrandden, ontploffingen verscheurden hun longen.

Herhaaldelijk hadden de Sovjets hun westerse bondgenoten opgeroepen een tweede front te openen. Maar de Britten en Amerikanen talmden, ze vreesden te grote verliezen voor hun grondtroepen. Ter compensatie boden ze een intensivering van de luchtaanvallen op Duitse steden. “We bombarderen Duitsland, de ene stad na de andere”, had de Britse luchtmaarschalk Arthur Harris in 1942 gedreigd. Hij sprak in lijn met de Britse regering.

Anti-Pegida-activiste refereert anno 2015 aan de moral bombing tijdens WOII, de leus staat op haar blote borsten en buik als referentie aan nageslacht. De boodschap is duidelijk: Het Duitse volk moet van de aardbodem verdwijnen.

Destijds had de Duitse luchtmacht nog als richtlijn om uitsluitend militaire strategische doelen te bombarderen. Voor Harris was het bombarderen van pure woonwijken echter ook strategie. Hij wilde het moreel van de burgerbevolking breken. Deze strategie probeerde hij voor het eerst boven Lübeck. 234 bommenwerpers reduceerden het middeleeuwse centrum van de Hanzestad in maart 1942 op de zaterdag voor Palmzondag tot puin en as. Daarop volgden Rostock en in mei 1942 de eerste ‘1000-bommenwerper-slag’ op Keulen.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Toen de bommen in juli 1943 op Hamburg vielen, zetten de Royal Air Force (RAF) en de 8. Amerikaanse luchtvloot 2.200 toestellen in. De bombardementen leidden tot een ongekend inferno. De eerste aanval werd uitgevoerd door 791 bommenwerpers van de RAF in de nacht van 24 op 25 juli 1943. Het was de inleiding voor vijf nachtelijke aanvallen van de RAF en twee aanvallen overdag van de United States Army Air Forces (USAAF). Bij de eerste aanval werden doelmarkeringen meermaals verkeerd gezet. Daardoor werd 2.300 ton aan bommen boven een relatief groot gebied afgeworpen. In de binnenstad en in Hoheluft, Eimsbüttel en Altona ontstonden grootschalige branden.

De aanvallen volgden de in Lübeck geteste strategie. Het grootste effect werd bereikt door een mengeling van luchtmijnen met spring-, fosfor- en brandbommen. Eerst werden luchtmijnen en springbommen afgeworpen. De ontzettende explosieve kracht van de luchtmijnen vernielde hele huizenblokken, vandaar de Engelse naam ‘blockbuster’. De springbommen moesten onderaardse water- en gasleidingen opbreken. Zo wilde men de inzet van de brandweer onmogelijk maken. De fosfor- en brandbommen zetten vervolgens de door de blockbusters vrij gelegde zolders en trappenhuizen in brand. De inzet van de brandweer werd verder gehinderd door een tweede luchtaanval.

Ten gevolge van de aanvallen in de voorgaande nacht, hinderde sterke rookontwikkeling het zicht toen in de middag van 25 juli Amerikaanse bommenwerpers de volgende aanval inzetten. Nu was de haven van Hamburg het doelwit. Er werden weliswaar ettelijke schepen gekelderd en enkele raffinaderijen beschadigd, maar veel doelen werden ook niet gevonden. 15 bommenwerpers werden neergehaald. Een groep bommenwerpers wierp na een onsuccesvolle missie zijn dodelijke lading boven het kleine stadje Heide in Dithmarschen af. Op de daaropvolgende dag was de haven nogmaals het doel van de Amerikaanse bommenwerpers.

De tweede grote aanval vloog de RAF met 739 bommenwerpers in de nacht van 27 op 28 juli. Dit was de aanval die tot de vuurstorm leidde, waarin 30.000 mensen om het leven kwamen. Het had al weken niet meer geregend, de dagen waren heet. Het kwik steeg tot 32 graden. De combinatie van de massale bombardementen en deze weersomstandigheden leidde tot het ontstaan van de vuurstorm. Van de beginnende branden stegen zeer hete brandgassen op die door koelere luchtmassa’s tot 7.000 meter hoogte gevoerd werden. Daardoor stond een haardeffect, dat de lucht op de grond in Hammerbrook en Rothenburgsort tot een orkaan aanzette.

Deze stadsdelen, alsmede Borgfelde, werden vrijwel volledig vernietigd. De vuurstorm zoog mensen het vuur in, brandende balken vlogen door de lucht, de vonken vlogen als sneeuw door de straten. Toen de vuurstorm ’s morgens afliet, stond er een rookwolk tot op zeven kilometer boven de stad. In dezelfde nacht werden ook de stadsdelen Hamm, Eilbek, Hohenfelde, Barmbek en Wandsbek aangevallen en goeddeels vernietigd.

De derde grote aanval met 726 bommenwerpers van de RAF had het voorzien op de stadsdelen Barmbek, Uhlenhorst en Winterhude. Opnieuw waren grootschalige branden het gevolg. De laatste aanval van Operation Gomorrha vloog de RAF met 740 bommenwerpers in de nacht van 2 op 3 augustus. In de nacht trok een zwaar onweer over Hamburg. Dit ontnam de bommenwerpers de mogelijkheid preciezer te mikken. In de binnenstad veroorzaakten de bombardementen meerdere grote branden. Elk van deze aanvallen had een uitgezocht deel van de stad ten doel. Ter oriëntatie gebruikte men de toren van de Nikolaikerk, die men later als gedenkteken heeft laten staan.

De balans van de vernieling laat zien wat het doel van deze ‘moral bombing’ was. Toen de bommenwerpers verdwenen, waren 277.330 woningen, 580 industriële bedrijven, 2.631 handelsondernemingen, 24 ziekenhuizen, 277 scholen, 58 kerken vernietigd. Daarnaast werden slechts 80 faciliteiten van de Wehrmacht door de bommen getroffen.

In het geheugen van de stad gegrift stonden de doden ten gevolge van de bombardementen. Een groot deel van hen stikte in de schuilkelders doordat de brand alle zuurstof onttrok. Anderen stierven door giftige gassen, vrijgekomen door de branden, die kelders binnendrongen. Veel slachtoffers werden na de aanvallen aangetroffen alsof ze sliepen. Ze waren aan rookgasvergiftiging gestorven. Anderen raakten dodelijk oververhit tussen de brandende puinhopen. De verschrikkelijke hitte liet waterleidingen barsten, waardoor sommigen verdronken of gekookt werden. In andere gevallen stortten plafonds in onder de last van het puin en begroeven de mensen eronder.

Ondanks het grote aantal slachtoffers, ging het plan van de geallieerden om de industrie te vernietigen en het moreel van de bevolking te breken niet op. Reeds eind augustus 1943 was een groot deel van de geëvacueerde Hamburgers al weer terug in de stad, aan het eind van het jaar was de productie voor de Wehrmacht al weer op 80 procent van de productie voor Operatie Gomorrha.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.