Op 1 april 1939 ondertekende generaal Francisco Franco een bulletin dat de Spaanse Burgeroorlog voor beëindigd verklaarde. Daarmee eindigde officieel een sinds juli 1936 aanhoudend bloedvergieten. De strijd over de oorzaken en aanleidingen voor de burgeroorlog woedt tot op de dag van vandaag.

In april 1931 verliet koning Alfons XIII het land. Een coalitie van linkse krachten had namelijk een provisorische regering gevormd. Deze riep de Tweede Republiek uit. De stemming was verhit. In mei 1931 hadden aanhangers van de monarchie een partij op willen richten. Hun vergadering werd echter door een meute bestormd. 24 uur later hadden de onlusten zich over het hele land verspreid. In plaats van op te treden tegen de anarchisten, verbood de regering rechtse kranten en arresteerde monarchisten.

Regionale opstanden

Anarchisten ontketenden regionale opstanden. In Asturië riep in 1934 een ‘rood leger’ een ‘socialistische republiek’ uit. Priesters, monniken en nonnen werden vermoord, het geld afgeschaft, universiteiten en kerken opgeblazen. De anarchie woedde twee weken, toen werd de opstand door de regering met hulp van generaal Francisco Franco beëindigd. Eindbalans van de anarchie: 1355 doden. Het burgerlijke Spanje was als verlamd. Aan het eind van 1935 telde met bijna driehonderd gewapende overvallen.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Linkse krachten wilden burgeroorlog

De Spaanse Burgeroorlog was uitgebroken voor hij deze naam kreeg. Het was niet, zoals vaak gesteld, een strijd van het democratische Spanje tegen het fascisme. Sterke krachten in het linkse kamp wilden een burgeroorlog ontketenen die het eind van staat en kerk dichterbij moest brengen. Ze wilden revolutie. Daarbij rekenden ze op steun van buiten. In Moskou had Jozef Stalin besloten tot de opbouw van zogeheten volksfronten. De these dat alle niet-communistische partijen uiteindelijk als ‘fascistisch’ gezien moesten worden, liet men varen. Het Volksfront moest als Trojaans paard de burgerlijke samenleving binnenkomen.

Volksfront wint verkiezingen

De parlementsverkiezingen in maart 1936 wonnen de partijen van het Volksfront duidelijk. Burgerlijk rechts zag de republiek als mislukt en een communistische machtsgreep als aanstaande. Er volgden spontane bezettingen van grond door anarchisten en straatgevechten. Al in het voorjaar van 1936 leverden twee vrachtschepen uit de Sovjet-Unie oorlogsmateriaal af in Spaanse havens. Bij de strijdkrachten formeerde zich ondertussen verzet tegen het Volksfront. Ongewenste officieren, die naar afgelegen eilanden of naar Marokko verband waren, ageerden buiten de controle van Madrid.

Richtlijnen voor het openingsgevecht

Tegelijk bracht de communistische partij aan al haar functionarissen richtlijnen voor het openingsgevecht (“Ordenas y Consignas”) over. De moord op de monarchistische oppositieleider José Calvo Sotela op 13 juli was het sein voor de burgeroorlog. Anarchisten en links-radicalen zagen hun uur gekomen. Nog dezelfde dag trokken gewapende milities op, landarbeiders werden naar de steden getransporteerd, kerken geplunderd, oppositieleden gevangen genomen. Generaal Emilio Mola had als planner van een militaire opstand 18 juli vastgesteld als begindatum. Een dag later proclameerde hij die in Navarra. Het was de laatste stap naar dit grote Europese conflict.

Internationale vrijwilligers

Al op 3 augustus 1936 riep de Communistische Internationale (Komintern) tot de vorming van een Internationale Brigade op. Communistische partijen in diverse landen rekruteerden vrijwilligers. Franco vroeg Berlijn en Rome om hulp.

Voor Adolf Hitler was Spanje een slagveld voor de afweer van het bolsjewisme. Hij hielp onmiddelijk met wapenleveranties en de instelling van een luchtbrug. De pantserschepen Deutschland en Admiral Scheer beveiligden in de Straat van Gibraltar troepentransporten. In november 1936 arriveerden 12.000 vrijwilligers van het Legion Condor. Vanaf 1937 nam deze aan alle grote slagen deel. Ze hadden 100 tanks ter beschikking.

Mussolini

Ook in Rome kreeg Franco’s roep om hulp gehoor. Voor Mussolini speelde vooral een rol dat hij vreesde dat Volksfrontregering in Spanje en Frankrijk zouden samenspannen tegen Italië. De steun uit Rome was veel groter dan die uit Berlijn. De vrijwilligersverbanden bereikten een omvang van 80.000 leden. Daarnaast werden 1.000 vliegtuigen, 2.000 stukken artillerie en 1.000 pantserwagens geleverd. Verder streden er nog 12.000 Portugezen en 700 Ierse vrijwilligers mee.

Rode Leger

Alle deelnemende partijen streden met gesloten vizier. Herkenningstekens werden bedekt, namen onherkenbaar gemaakt. Bijzonder succesvol verhulde de Sovjet-Unie de inzet van het Rode Leger. Als vrijwilligers voerden leden hiervan in veel gevallen het bevel over de Internationale Brigades. Drie kwart van de compagnieën werd aangevoerd door een luitenant van het Rode Leger.

Franco’s troepen winnen

In de loop van de Burgeroorlog begon het rechtse kamp geleidelijk de overhand te krijgen. In december 1938 begonnen Franco’s troepen met de verovering van Catalonië. Al snel hadden ze twee derde van het land onder controle. De strijdkrachten van het Volksfront waren altijd nog 500.000 man sterk. Minister-president Juan Negrín wou met hen het einde van de oorlog rekken. Hij hoopte dat de burgeroorlog in Spanje uit zou monden in een grotere oorlog tussen de Europese mogendheden en dat die gewonnen zou worden door het communistisch-socialistisch kamp.

Dal der gevallenen

Zo zou het echter niet gaan. In februari 1939 erkenden Frankrijk en Groot-Brittannië de Franco-regering diplomatiek. Enkele dagen later deed het Volksfrontleger nog een poging tot staatsgreep in Madrid. Op 27 maart 1939 Franco’s troepen echter Madrid. En op 1 april werd de oorlog voor beëindigd verklaard. Delen van het Volksfront zouden ondergronds nog tot 1951 een guerrilla-oorlog voeren. Maar zelfs toen nam de strijd geen definitief einde. In juni 2018 besloot de Socialistische regering van Spanje immers dat het stoffelijk overschot van Franco uit het mausoleum in het ‘Dal der gevallenen’ verwijderd moest worden.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.