Toen in de nacht van 29 op 30 september 1938 de regeringsleiders van Duitsland, Frankrijk,  Engeland en Italië hun handtekening onder het Verdrag van München zetten, werd daarmee feitelijk niet alleen het lot van de kunstmatige staat Tsjechoslowakije bezegeld, maar ook dat van een maandenlange geheime samenzwering met het oog op een couppoging in Duitsland.

Aan het hoofd van deze aanvankelijk onontdekt gebleven samenzwering stonden talrijke Duitse officieren. Hun doel was Adolf Hitler af te zetten en het nationaalsocialistische bewind omver te werpen nog voor het tot oorlog zou komen. De concessies die de geallieerden op de Conferentie van München aan de Duitse regering deden, maakten dat deze plannen gedoemd waren te mislukken.

Tot op heden is onduidelijk wat de westerse mogendheden van het Septembercomplot binnen de Duitse generale staf wisten en waarom de beoogde omverwerping van Hitler niet steunden. Bekend is dat er gedurende het hele nazi-bewind talrijke contacten bestonden tussen leden van het militaire verzet tegen de nationaalsocialisten en Franse, Amerikaanse en Britse regeringsfunctionarissen. Bijzonder intensief waren deze contacten rond de Sudetencrisis die aan het Verdrag van München vooraf ging.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Nog in goede stemming door de geslaagde Anschluß van Oostenrijk in maart 1938, liet Hitler onder de codenaam ‘Studie Grün’ vanaf april de eerste scenario’s maken door de Wehrmacht, die ook de optie van het militair verslaan van de veelvolkerenstaat Tsjechoslowakije omvatten. Tsjechoslowakije had echter zowel een bijstandspact met Frankrijk als met de Sovjet-Unie gesloten en beschikte destijds over een van de best uitgeruste legers van Europa. Met een eventuele aanval op Tsjechoslowakije riskeerde Duitsland derhalve een voortslepende tweefrontenoorlog.

Generaal Ludwig Beck in 1937, hij zou later ook betrokken zijn bij de mislukte aanslag op Hitler in 1944 (foto: Bundesarchiv).

Hitlers plannen stuitten dan ook op aanzienlijk weerstand onder de militaire leiding. Deze zagen de Wehrmacht als slechts ontoereikend uitgerust voor een nieuwe oorlog. Bij een ontmoeting van leidende generaals op 4 augustus 1938 was men het er over eens, dat een militair conflict met de westerse mogendheden in een catastrofe voor Duitsland moest uitmonden. Desalniettemin slaagde generaal Ludwig Beck, generaal-stafchef van het Heer (de landmacht) en een van de leidende figuren in de samenzwering tegen Hitler, er niet in de andere over te halen tot gezamenlijk aftreden als Hitler het bevel zou geven om Tsjechoslowakije aan te vallen.

Beck wist dat de positie van de tegenstanders van het regime binnen de krijgsmacht begin 1938 aanzienlijk verzwakt was, nadat minister van Oorlog, Werner von Blomberg vanwege zijn huwelijk met een voormalige prostituee uit het ambt ontheven was en de opperbevelhebber van het Heer, Werner von Fritsch, valselijk beschuldigd van homoseksuele contacten gedwongen ontslag had moeten nemen. Beide generaals golden als conservatieve tegenstrevers van Hitler.

De samenzweerders rond Beck volgden zodoende een dubbele strategie. Door geheime contacten met de westerse mogendheden moesten deze ertoe bewogen worden de diplomatieke en militaire druk op Duitsland op te voeren om Hitler uiteindelijk te dwingen in de Sudeten-kwestie toe te geven. Mocht dit niet lukken, dan moest de geallieerde dreiging er ten minste toe dienen om de tot dan toe loyale officieren uit zorg om een militaire nederlaag in het kamp van de putschisten te drijven en zou de slagingskans van een staatsgreep te vergroten.

Tijdens een officieel bezoek in Parijs in juni 1938 openbaarde Beck Hitlers plannen voor het eerst aan de Britse militaire attaché, die ze meteen doorgaf aan het ministerie van Buitenlandse Zaken in Londen. Bij deze gelegenheid lichtte de Duitse generaal de Britse diplomaat ook in over het verzet onder de Duitse generaals.

Carl Goerdeler, politicus voor de nationaal-conservatieve DNVP, ook hij zou later betrokken zijn bij de mislukte moordaanslag op Hitler.

Een andere belangrijke gezant was de voormalige Oberbürgermeister van Leipzig en Rijkscommissaris voor Prijsbewaking Carl Goerdeler. Onder de dekmantel van vertegenwoordiger van de eveneens tegen Hitler gekante industrieel Robert Bosch had Goerdeler de Britse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Robert Gilbert Vansittart reeds in juli 1937 driemaal voor een gesprek ontmoet. Bij deze gelegenheid verried de samenzweerder ook geheimen van de Duitse wapenindustrie. Vansittart, die tijdens zijn politieke carrière een verklaarde vijand van Duitsland was, hield Goerdeler voor zonder meer geloofwaardig. Hij vatte zijn opgedane kennis over de precaire economische situatie van Duitsland en de samenzwering binnen het officierskorps van de Wehrmacht in een memorandum voor het Britse kabinet samen en pleite ervoor de putschisten te ondersteunen.

Maar zijn memorandum zou de vergadertafel van het kabinet nooit bereiken. Minister van Buitenlandse Zaken Anthony Eden, hield het om nog altijd onduidelijke redenen achter. “Door Eden verdonkeremaand”, noteerde Vansittart uiteindelijk op zijn voorstel.

Etnische kaart van Oostenrijk-Hongarije

Ook Vansittart speelde evenwel een dubbelspel. Terwijl hij zich enerzijds bij iedere gelegenheid voor een harde koers tegen Duitsland uitsprak, verzekerde hij anderzijds Konrad Henlein, de leider van de Sudetenduitse Partij, er bij twee ontmoetingen in Londen in 1937 en 1938 van dat er in het geval van aansluiting van het Sudetenland bij Duitsland niet gevreesd hoefde te worden voor militaire interventie door de westerse mogendheden. Henlein gaf dit ogenblikkelijk door aan Hitler en sterkte hem daarmee in zijn koers om een onbuigzame opstelling te kiezen in de Sudetenkwestie.

Ook Goerdeler had er in zijn onderhoud met Britse functionarissen overigens steeds voor gepleit de door Duitsers bewoonde gebieden los te maken uit de kunstmatige Tsjechoslowaakse staat en bij Duitsland te voegen. Goerdeler wekte hierdoor aanzienlijk wantrouwen in Londen. De Britten zagen er niets in om een couppoging tegen Hitler te ondersteunen om vervolgens een andere Duitse regering tegenover zich te hebben die eveneens actief aan het herwinnen van Duitse vestigingsgebieden werkte.

Met het sluiten van het voor Hitler gunstige Verdrag van München viel echter de op dat moment belangrijkste basis onder het verzet binnen het leger weg en kwamen Beck en Goerdeler meer alleen te staan.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.