Zijn Oostenrijkers Duitsers? Het is een vraag die nog altijd fikse discussies oplevert, ook doordat ze belast is met het recente verleden. 80 jaar geleden, op 13 maart 1938 voltrok de nationaalsocialistische regering in Wenen de Anschluß aan het Duitse Rijk. De meerderheid van het volk juichte het destijds toe.

Toen Adolf Hitler de dag daarvoor bij zijn geboorteplaats Braunau de grens was overgestoken, luidden de klokken. Vanaf het balkon in Linz verklaarde hij dat het zijn opdracht was zijn heimat terug te voeren in het rijk. In 1924/25 had hij reeds in Mein Kampf geschreven: “Duits Oostenrijk moet weer terug naar het grote Duitse moederland.” Zelf had hij in 1925 zijn Oostenrijkse staatsburgerschap afgelegd en was in 1932 op 43-jarige leeftijd rijksburger geworden. Vanaf het balkon van de Hofburg in Wenen verkondigde Hitler op 15 maart 1938 “de toetreding van mijn heimat in het Duitse Rijk”. Naar schatting 250.000 mensen juichten hem enthousiast tot uitgelaten toe.

Adolf Hitler en zijn gevolg worden juichend binnengehaald in Wenen op 15 maart 1938.

Zo ontmoette Hitler ook veel instemming toen hij Oostenrijk de “oudste Ostmark van het Duitse volk” en het “jongste bolwerk van de Duitse natie” noemde. Bij de parade op de Ringstraße marcheerden naast soldaten van het 8. leger ook eenheden van de SA en SS. Tanks rolden voorbij en jachtvliegtuigen werden getoond aan de feest vierende menigte.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


De mensen juichten alsof de voorgeschiedenis van druk en geweld er niet geweest was. Nog in 1937 had Hitler ook een militaire actie tegen Oostenrijk overwogen. Tegelijk hoopte hij op een machtsovername door de nationaalsocialisten in Oostenrijk. De druk op Wenen werd opgevoerd.

Kurt Schuschnigg volgde in 1934 Engelbert Dollfuß op, nadat deze door Oostenrijkse nationaalsocialisten in een mislukte staatsgreep was vermoord. Dollfuß, die sinds 1932 premier was, had in 1934 een nieuwe grondwet ingevoerd, de nationaalsocialistische partij verboden en van Oostenrijk een een-partijstaat gemaakt, om de jonge republiek ten minste enige stabiliteit te verlenen en met de intentie om tot een corporatieve staatsinrichting op katholiek-sociale leest te komen.

In februari 1938 bezocht de Oostenrijkse katholiek-conservatieve bondskanselier Kurt Schuschnigg Hitler op de Berghof bij Berchtesgaden. Hitler wist tot welke toegevingen de Oostenrijkse regering bereid zou zijn, om de onafhankelijkheid van Oostenrijk veilig te stellen. Hij stelde zijn eisen als ultimatums. De maaltijd deelden ook de generaals die indien nodig de invasie van Oostenrijk zouden leiden. Zo onder druk gezet, gaf Schuschnigg toe aan Hitlers eisen.

Daaronder de opheffing van het verbod van de Nationaalsocialistische partij in Oostenrijk en hun opname in de regering. Arthur Seyß-Inquart – die later rijkscommissaris van het bezette Nederland zou worden – stond destijds als een gematigd nationaalsocialist bekend en werd als minister van Binnenlandse Zaken ingezet. Schuschnigg dacht hiermee de onafhankelijkheid van Oostenrijk gekocht te hebben, maar moest al snel vaststellen dat hij alleen het einde van zijn regering bespoedigd had.  Daartoe droeg ook de verklaring van de Britten bij, dat de aanspraken van het Duitse Rijk op Oostenrijk in principe gerechtvaardigd waren.

Kurt Schuschnigg bezwoer zijn landgenoten voor de radio: “Tot in de dood! Rood-wit-rood! Oostenrijk!” Hij plande een referendum over “een vrij en Duits, onafhankelijk en sociaal, een christelijk en verenigd Oostenrijk”. Overheidsdienaren moesten en bloc aan dat referendum deelnemen, hun stembiljetten aan hun chef overhandigen. Op de biljetten zou alleen ‘Ja’ moeten staan en de telling van de stemmen zou uitsluitend uitgevoerd moet worden door het Vaderlandse Front. Het kabinet was echter niet betrokken in de opzet van dit referendum. Daarmee ging het referendum tegen de grondwet in, zoals de nationaalsocialistische leden van het kabinet vaststelden.

Hitler beval hierop de mobilisatie. Op 11 maart bracht Hermann Göring Hitlers eisen over: Aftreden van Schuschnigg, inzet van Seyß-Inquart als bondskanselier. Nationaalsocialisten bezetten met geweld het bureau van de bondskanselier. Met de woorden “God bescherme Oostenrijk” trad Schuschnigg af. Het Oostenrijkse Bundesheer kreeg aanwijzingen van de nieuwe regering onder leiding van Seyß-Inquart om geen weerstand te leveren tegen de intocht van de Wehrmacht.

Toen op 12 maart 1938 Rijks-Duitse soldaten en politie-agenten, in totaal 65.000 man, de grens overstaken, werden ze begroet door hakenkruisvlaggen aan de openbare gebouwen. Overal had de bevolking een enthousiast onthaal voorbereid. Hitler werd in een proclamatie als bevrijder gevierd, die de noodlijdende broeders te hulp was gekomen. Dat kwam grosso modo overeen met de publieke opinie.

Vlnr: Arthur Seyß-Inquart, Adolf Hitler, Heinrich Himmler, Reinhard Heydrich in Wenen, maart 1938 (foto: Bundesarchiv)

Als officiële dag van de Anschluss gold 13 maart 1938. Op die dag ondertekenden Hitler en Seyß-Inquart in Linz de “wet over de hereniging van Oostenrijk met het Duitse Rijk”. Daarmee was de Alpenrepubliek deel van het Duitse Rijk. De federale regering onder Seyß-Inquart bleef aan als deelstaatregering.

Met de feestvreugde was het overigens voor velen al snel gedaan. Binnen enkele dagen werden 70.000 critici van het nationaalsocialistische bewind gevangen gezet, waaronder ook Schuschnigg. Nu was het Hitler die een volksraadpleging in scène zette. Op 10 april werd de mensen in het oude Rijksgebied en in Oostenrijk deze vraag voorgelegd: “Ben je het eens met de op 13 maart 1938 voltrokken hereniging van Oostenrijk met het Duitse Rijk en stem je voor de lijst van onze leider Adolf Hitler?” De aanloop naar het referendum ging uiteraard met veel propaganda gepaard. Veel kiezers maakten hun keuze onder het toeziend oog van de chef van het stembureau om niet de verdenking op zich te laden dat men tegen was. En zo kan als uitkomst van het referendum gemeld worden: Opkomst in Oostenrijk 99,71 procent, instemming 99,73 procent; opkomst in het oude rijk 99,59 procent, instemming 99,08 procent.

Onder historici zijn de meningen verdeeld over de vraag of de uitkomst er onder andere omstandigheden veel anders uit gezien zou hebben. In ieder geval zou er hoogstwaarschijnlijk sowieso een meerderheid voor de aansluiting geweest zijn. Alleen heimelijk werd er kritiek geuit op de regering Seyß-Inquart met het spotversje: “Scheiß in Quart, scheiß in Quint, beschissen sind wir vorn und hint.“

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.