Op 14 maart 1939 ontstond er voor het eerst in de geschiedenis een Slowaakse natiestaat. Slowakije kon onafhankelijk worden door zich los te maken van het politiek zwaar gehavende Tsjechoslowakije. De Slowaken hadden in deze staat een vergelijkbaar slechte behandeling gekregen als de andere niet-Tsjechische etniciteiten.

In mei 1918 waren Tsjechische en Slowaakse ballingen het in het Amerikaanse Pittsburg eens geworden over de oprichting van een gezamenlijke staat. De Tsjechen beloofden de Slowaken daarbij autonomie en gelijke behandeling. Kort na de proclamatie van de Tsjechoslowaakse Republiek op 28 oktober 1918 braken de Tsjechen deze belofte aan de Slowaken echter al. Ze behandelden Slowakije als een Tsjechische kolonie. Derhalve was in de jaren ’20 steeds vaker de leuze ‘Slowakije voor de Slowaken!’ te horen.

Repressie

Andrej Hlinka, 1937

Praag reageerde hier demonstratief hard op: Zo werd het Slowaakse parlementslid Vojtech Tuka (die later een rol zou spelen in de deportatie van de Slowaakse joden) in 1929 onder het voorwendsel van spionage voor Hongarije tot 15 jaar gevangenschap veroordeeld. Dit zou echter slechts olie op het vuur blijken voor de Slowaakse onafhankelijkheidsbeweging. Het leidde tot een radicalere opstelling van de Slowaakse Volkspartij onder de leiding van de katholieke geestelijke Andrej Hlinka.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Verdrag van München

Hlinka’s moment kwam pas met de ondertekening van het Verdrag van München op 29/30 september 1938 en de Eerste Scheidsrechterlijke Uitspraak van Wenen van 2 november 1938. De Tsjechoslowaakse regering in Praag had noch het verlies van het Sudetenland aan Duitsland, noch het afstaan van een strook in het zuiden van Slowakije aan Hongarije kunnen verhinderen.

In rood de gebieden die in 1938 afgestaan moesten worden aan Hongarije.

Praag bevond zich zodoende in een dermate zwakke positie, dat het moest toegeven aan het aandringen van Hlinka’s partij op formele autonomie. Op 22 november 1938 werd de grondwet van Tsjechoslowakije aangepast en kreeg Slowakije verreikende zelfstandigheid en een eigen landsregering. Aan het hoofd van die regering stond de Rooms-Katholieke priester en theoloog Jozef Tiso, die na de dood van Hlinka op 16 augustus 1938 de leiding had overgenomen.

Drie opties

Rudolf Beran

Kort daarvoor had Adolf Hitler tot de annexatie van romp-Tsjechië besloten. Derhalve dacht men in Berlijn ook na over het lot van Slowakije na de inname van Tsjechië. Daarbij waren er de volgende opties: aansluiting bij de Duitse Ostmark, complete toebedeling aan Hongarije of nationale onafhankelijkheid. De uiteindelijke Duitse beslissing resulteerde uit het handelen van de regering in Praag vanaf 2 maart 1939. Op die dag eiste de autoritair-nationalistische Tsjechoslowaakse premier Rudolf Beran een loyaliteitsverklaring van de Slowaakse regeringsleider Tiso ten aanzien van het voortbestaan van Tsjechoslowakije. Verder eiste Beran dat er een eind zou komen aan de uitrusting van Slowaakse troepen en dat er meer Tsjechische militairen in Slowakije gestationeerd zouden worden. Dat wees de regering in Bratislava echter categorisch af.

Homola-putsch

Daarop kwam het in de nacht van 9 op 10 maart 1939 tot de zogeheten Homola-putsch. De Tsjechische generaal Bedrich Homola, die het bevel voerde over het in Centraal-Slowakije gestationeerde 7. legerkorps, kondigde in afstemming met de Tsjechoslowaakse president Emil Hácha de noodtoestand af in Slowakije. Tegelijk rukten andere Tsjechische troepen op naar Bratislava, waar ze het Slowaakse parlement ontbonden. Vervolgens ontsloeg Hácha Tiso en verving hem op 11 maart door zijn partijconcurrent Karol Sidor.

Ribbentrops list

De Duitse reactie op dit alles bestond erin zowel Sidor als Tiso te souffleren om de hulp van Berlijn in te roepen en tegelijk de volledige afscheiding van Slowakije uit te roepen. Beide politici wezen dit aanvankelijk echter van de hand, omdat ze naar een vreedzame afscheiding streefden. Desalniettemin kwam Tiso op 13 maart 1939 op uitnodiging van Hitler naar Berlijn. Daar werd hem medegedeeld dat Duitsland Slowakije aan zijn eigen lot over zou laten als Tiso niet als de bliksem de onafhankelijkheid uit zou roepen. Om het kracht bij te zetten, beweerde de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Joachim von Ribbentrop valselijk dat Hongaarse troepen reeds oprukten naar de Slowaakse grens. Tiso stelde hierop dat hij het parlement in Bratislava zou vragen om een onmiddellijk besluit.

Slowaakse Republiek

De volgende dag kwam het Slowaakse parlement al bijeen en proclameerde om 12:07 uur na korte toespraken van Tiso en Sidor unaniem de “zelfstandige en onafhankelijke Slowaakse staat”. Na de vaststelling van een grondwet op 21 juli 1939 zou deze staat de Slowaakse Republiek gaan heten. De Slowaakse Republiek werd vervolgens niet alleen door Duitsland, maar ook door talrijke andere staten, zoals Engeland, Italië, Frankrijk, de Sovjet-Unie, Japan, China, Spanje, Zwitserland en Hongarije, erkend.

Duitse protectie

Met het Duits-Slowaakse Protectieverdrag van 23 maart 1939 en het hierbij aanknopende Protectiezonestatuut van 28 augustus leunde de nieuwe republiek ook formeel op Duitsland. Zodoende behoorde het land later ook tot de Asmogendheden en nam het aan de zijde van het Duitse Rijk aan de Tweede Wereldoorlog deel. Hierdoor bleef het land gevrijwaard van bezetting door de Wehrmacht. Althans tot de zogenaamde Slowaakse Nationale Opstand in 1944. Alleen in het dal van de Váh (grijs gearceerd in de kaart boven), langs de grens met Moravië waren enige Duitse troepen gestationeerd.

Muitende onderdelen van het Slowaakse leger ontketenden de ‘Slowaakse Nationale Opstand’ (foto: Pavel Pelech).

Heroprichting Tsjechoslowakije

Met de Slowaakse Nationale Opstand kwam het feitelijke einde van de eerste Slowaakse republiek. Voor de uitbraak van de opstand was de Tsjechoslowaakse regering in ballingschap in Londen verantwoordelijk. Maar feitelijk werd deze door zowel de Amerikanen als de Sovjets mogelijk gemaakt. In reactie op de opstand namen troepen van de Wehrmacht en de Waffen-SS onder SS-Obergruppenführer Gottlob Berger de controle over. Dit zou echter slechts tot april 1945 duren, toen Slowakije werd ingenomen door het Rode Leger. Hierop werd Slowakije ongevraagd weer opgenomen in het heropgerichte Tsjechoslowakije, dat van 1948 tot 1989 onder Communistisch bewind stond. Daarna konden de Slowaken zich opnieuw aan de Tsjechische dominantie ontworstelen en in 1993 een tweede Slowaakse Republiek oprichten.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.