Keizer Wilhelm II was zijn peetoom, Adolf Hitler hielp hem aan zijn volledige naam. Toen Alfried Krupp von Bohlen und Halbach vijftig jaar geleden, op 30 juli 1967, overleed, stierf daarmee ook de dynastie uit. Hij was de laatste die het concern Friedrich Krupp AG in zijn eentje bezat en de laatste die die naam droeg.

De geschiedenis van het bedrijf Krupp begon in 1811, toen Friedrich Krupp in Essen een fabriek begon voor het vervaardigen van Engels gietijzer. In de vierde generatie erfde Bertha Krupp op 16-jarige leeftijd het tussentijds tot Aktiengesellschaft (vergelijkbaar met een naamloze vennootschap) omgevormde bedrijf. Ze trouwde in 1906 onder bemiddeling van de keizer met de Pruisische consul bij de Heilige Stoel, Gustav von Bohlen und Halbach. Bij koninklijk-Pruisisch besluit kreeg hij daarbij uitdrukkelijk toestemming om de naam van zijn vrouw aan zijn eigen naam toe te voegen en zodoende de naam ‘Krupp von Bohlen und Halbach’ te voeren. Voorwaarde daarvoor was het persoonlijk eigendom van de onderneming. Na het huwelijk nam Gustav Krupp von Bohlen und Halbach dan ook de voorzitterspositie in de raad van toezicht in.

Bertha en Gustav Krupp von Bohlen und Halbach kregen acht kinderen. De oudste was zoon Alfried Felix Alwyn, geboren op 13 augustus 1907 in Essen. Aangezien volgens het koninklijk decreet de naam ‘Krupp’ gebonden was aan het persoonlijke eigenaarschap van het bedrijf, werd hij als ‘von Bohlen und Halbach’ aangegeven bij de burgerlijke stand. Daar zou pas in 1943 verandering in komen, toen door de ‘Lex Krupp’ de Krupp AG weer van rechtsvorm veranderde en in handen van zoon Alfried kwam.

Krupp en de nazi’s

De Lex Krupp was een initiatief van Hitler op verzoek van Alfrieds ouders. Hierdoor kon hij ook de naam Krupp aan zijn naam toevoegen. Daarnaast had de Lex Krupp nog het aangename effect dat de familie er 400 miljoen rijksmark aan successierechten mee bespaarde. De verhouding van de ouders met Adolf Hitler en de nationaalsocialisten was aanvankelijk op zijn minst tweeslachtig geweest. Gustav Krupp von Bohlen und Halbach was er bij toen in 1933 bij een geheim treffen van vertegenwoordigers van de industrie, grote bedrijven als IG Farben, AEG, Siemens en Opel, de NSDAP drie miljoen rijksmark toezegden voor de verkiezingscampagne. In 1940 verleende Hilter hem de gouden partijonderscheiding.

Bertha Krupp von Bohlen und Halbach had meer moeite met de toenadering. Voor haar was Hitler een onbehouwen parvenu. Nog in 1934 wees ze zijn bezoek aan Villa Hügel in Essen af. Toen dat in 1935 niet mogelijk was en als welkomsgroet de swastika gehesen werd, zo ze tegen een personeelslid gezegd hebben: “Moet je zien hoe diep we gezonken zijn.”

Bij Alfried Krupp von Bohlen und Halbach lagen de zaken anders. Hij was in 1931 begunstigend lid van de SS. In 1937 kreeg hij net als zijn vader de eretitel van Wehrwirtschaftsführer. Hij vertegenwoordigde zijn vader als voorzitter van het Adolf Hitler Fonds. Van de NSDAP zou hij echter pas in 1938 lid worden. Na het begin van de oorlog was hij verantwoordelijk voor de demontage van bedrijven in de bezette gebieden om die in Duitsland weer op te bouwen. Als erkenning hiervoor werden hem het Kriegsverdienstkreuz 2e en later ook 1e klasse verleend.

Dwangarbeiders en plundering van bezet gebied

Als leidende onderneming in de wapenindustrie zette Krupp op grote schaal dwangarbeiders in, burgers, krijgsgevangenen en gevangenen uit concentratiekampen. In het later proces tegen de leiding van Krupp documenteerde de rechtbank voor het gehele concern de inzet van 69.989 buitenlandse dwangarbeiders, 4.978 dwangarbeiders uit concentratiekampen en 23.076 uit krijgsgevangenschap. Vanwege “slavenarbeid” en plundering van economische goederen in het bezette buitenland werd Alfried Krupp von Bohlen und Halbach in 1948 in een van de twaalf processen na Neurenberg tot twaalf jaar gevangenschap en inbeslagname van zijn gehele vermogen veroordeeld. Met hem aangeklaagd waren alle nog levende leden van het bestuur. In 1951 werd Alfried na zes jaar voortijdig vrijgelaten uit de gevangenis in Landsberg am Lech. Zijn vermogen bleef onaangetast, de Verenigde Staten waren op stramme koers tegen communistische invloed in Duitsland.

Krupp (voorgrond) tijdens de Neurenbergprocessen

Toen het Britse dagblad Daily Mail hem jaren later vroeg of Krupp “enig gevoel van schuld” had, antwoordde hij zonder op zijn persoonlijke rol in te gaan: “Wat voor schuld? Voor dat wat er onder Hitler is gebeurd? Nee. Het is echter betreurenswaardig dat het Duitse volk zelf toeliet door Hitler zo bedrogen te worden.”

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Niet de zoon die hij gewild had

Vanaf 1953 stond Alfried Krupp von Bohlen und Halbach weer aan het hoofd van de onderneming. Tegelijk haalde hij Berthold Beitz aan boord om het daadwerkelijk bestuur voor zijn rekening te nemen van het bedrijf dat volledig was overgeschakeld op civiele producten. Beitz kwam als buitenstaander uit het bestuur van een verzekeraar en had geen verstand van staal. Niettemin werd hij de zakelijke steun en toeverlaat van de chef, tot 1967 als algemeen gevolmachtigde, vanaf 1970 was het voorzitter van de raad van toezicht, vanaf 1989 erevoorzitter. Deze wonderlijke carrière is misschien te verklaren uit het feit dat Alfried Krupp von Bohlen und Halbach nooit de zoon kreeg die hij gewild had.

Uit zijn eerste huwelijk stamde de zoon Arndt. Alfried scheidde in 1941 van Arndts moeder en de jongen groeide bij zijn verbitterde moeder op. Dat zal begrijpelijk niet zonder invloed op zijn latere ontwikkeling gebleven zijn. Arndt von Bohlen und Halbach zorgde door zijn escapades geregeld voor koppen in de roddelbladen. Dat maakte hem niet bepaald geschikt voor de leiding van de firma. Op 29-jarige leeftijd stuurde Krupp de nazaat met pensioen en de garantie van een jaarlijks apanage van twee miljoen mark. Daarvoor deed hij afstand van zijn erfdeel.

Alfried Krupp-ziekenhuis in Essen, mogelijk gemaakt door de stichting

Alfried Krupp von Bohlen und Halbach stierf op 30 juli 1967 aan longkanker. Zijn gehele vermogen ging over in de Alfried Krupp von Bohlen und Halbach-Stiftung. Berthold Beitz werd voorzitter van het curatorium van die stichting tot zijn overlijden in 2013. Leden van de familie Krupp zijn uitdrukkelijk uitgesloten. De stichting is grootaandeelhoudern van ThyssenKrupp en bevordert vooral activiteiten in de sport en de kunst.

Share.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.

Comments are closed.