De presidentsverkiezingen in Azerbeidzjan, die oorspronkelijk op 17 oktober plaats zouden vinden, zijn onverwachts per presidentieel decreet een half jaar naar voren gehaald. Om de verkiezingscampagne in het voordeel van de zittende president te verkorten, zo beklagen de oppositiepartijen.

President Ilham Alijev had eerder reeds aangekondigd een vierde ambtstermijn te ambiëren. “De Alijevs zijn al 45 jaar aan de macht en dat druist in tegen de principes van een democratische republiek”, aldus Ali Kerimli, leider van de grootste oppositiepartij, het liberale ‘Azerbeidzjaanse Volksfront’. De vader van de huidige president, Haidar Alijev was niet alleen de eerste president van de huidige, onafhankelijke republiek Azerbeidzjan, maar was al ten tijde van de Sovjet-Unie de belangrijkste politicus in de Azerbeidzjaanse Sovjetrepubliek. Een dergelijke continuïteit in het leiderschap is er verder in de opvolgende staten van de Sovjet-Unie alleen in Kazachstan.

Ilham Alijev kwam in 2003 aan de macht, na de dood van zijn vader Haidar, die het land vanaf 1969 vrijwel ononderbroken geregeerd had. In 2008 en 2013 werd hij onder twijfelachtige omstandigheden herkozen. In 2009 wijzigde Alijev voor het eerst de grondwet van het land, om een onbeperkt aantal ambtstermijnen mogelijk te maken. In 2016 werden er, na een referendumuitslag met 91% van de stemmen voor, ingrijpende grondwetswijzigingen doorgevoerd die greep van de president op de macht verstevigden. De ambtstermijn van de president werd van vijf naar zeven jaar verlengd. Verder werd het ambt van vice-president in het leven geroepen en de minimumleeftijd van 35 jaar voor het presidentschap geschrapt. Hiermee is de weg vrijgemaakt voor Ilhams zoon Haidar, die pas 19 is om zijn vader op te volgen wanneer die met pensioen besluit te gaan. Dat Alijevs drijfveren nepotistisch zijn werd op zijn laatst duidelijk toen hij na de grondwetswijziging zijn vrouw, Mehriban Alijeva, tot vicepresident benoemde.

Diverse oppositiepartijen hebben reeds aangekondigd niet aan de verkiezingen in april deel te zullen nemen. Met welk verkiezingsthema de zittende president opnieuw een grote overwinning in de presidentsverkiezingen wil veiligstellen, maakte hij twee dagen na de aankondiging van de vervroeging duidelijk. Hij wil het decennia oude conflict met buurland Armenië weer verscherpen en zo aan het nationale gevoel van de kiezers appelleren. Het is een beproefde tactiek van Alijev om problemen in eigen land toe te schrijven aan het ongeliefde buurland, dat grote delen van de overwegend door Armeniërs bewoonde regio Nagorno Karabach bezet heeft. De president deed er in zijn eerste campagneoptreden dit jaar echter nog een schepje bovenop, door niet alleen de teruggave van Nagorno Karabach te eisen, maar zelfs aanspraak te maken op de Armeense hoofdstad Jerevan, in een kennelijke poging een woedende reactie te ontlokken aan de Armeense regering. Historisch is Jerevan “ons territorium” zo stelde Alijev in een toespraak voor het congres van zijn partij ‘Nieuw Azerbeidzjan’ in de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe. “Jerevan is historisch ons territorium en wij Azerbeidzjanen zouden in dit gebied terug moeten keren”, aldus Alijev.

Gezien de ferme greep van de Alijev-dynastie op de macht in Azerbeidzjan en het besluit van de president nog een tandje bij te zetten in zijn claims tegen Armenië, lijkt het des te onwaarschijnlijker dat het conflict over Nagorno Karabach in de voorzienbare toekomst op een vredige manier bijgelegd wordt. Alijev kan zich deze opstelling veroorloven door de immense inkomsten uit de verkoop van aardgas.

Voorgeschiedenis

Alijevs aanspraak op Jerevan is gebaseerd op het kanaat Jerevan, een kortstondige Perzische vazalstaat op het territorium van het Armeense stamland die halverwege de achttiende eeuw ontstond, totdat de Russische tsaar het gebied in 1828 veroverde.

De huidige grens tussen Armenië en Azerbeidzjan stamt uit Sovjet-tijd en houdt net zo min rekening met de reële etnische samenstelling van de bevolking als de grenzen van veel andere sovjet-republieken. Door de grenzen van Sovjet-republieken zo te trekken dat binnen iedere republiek wel een of meer substantiële minderheden woonden – al of niet met hun eigen autonome republiek, bemoeilijkte de Sovjet-Unie pogingen tot afscheiding.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Zodoende was Nagorno Karabach dan ook ondanks of eigenlijk juist vanwege zijn overwegend Armeense bevolking deel van Azerbeidzjan geworden. In de jaren ’90 verklaarde de regio zich met hulp van Armenië onafhankelijk en bezetten de Armeniërs ook een aangrenzend gebied dat de regio met Armenië verbindt. Tot op de dag van vandaag is er geen vredesverdrag, maar slechts een wapenstilstand aan het ingegraven front, waar van tijd tot tijd weer schermutselingen op beschietingen plaatsvinden. De felste oplaaiing van het geweld was er in april 2016, toen Azerbeidzjaanse troepen er in slaagden enkele vierkante kilometers territorium aan de frontlinie in Nagorno Karabach te heroveren.

Geopolitiek knooppunt

Azerbeidzjan wordt niet alleen gesteund door zijn traditionele bondgenoot Turkije, maar ook door de Europese Unie enigermate ontzien qua kritiek op de mensen- en burgerrechtensituatie in het land, omdat het een belangrijke gasleverancier – en in die zin een alternatief voor Rusland – is. Rusland, de traditionele bondgenoot van Armenië, heeft de Armeniërs niet laten vallen, maar heeft sinds 2015 wel de banden aangehaald met Azerbeidzjan en levert wapens aan zowel Jerevan als Bakoe.

Een andere belangrijke wapenleverancier van Azerbeidzjan is Israël. Wat ook verklaart waarom Israël de Armeense genocide van 1915 niet erkent. De belangrijkste bondgenoot van Armenië na Rusland is Iran, dat Azerbeidzjan ervan verdenkt het separatisme in de gelijknamige Iraanse provincie te steunen. Verder spannen de Amerikanen zich in om zoveel mogelijk hun invloed te doen gelden in de Zuid-Kaukasus, die immers een belangrijke transportcorridor vormt tussen Rusland en Iran (en verder naar de Perzische Golf en het Indisch subcontinent) enerzijds en tussen de Zwarte Zee en Kaspische Zee, oftewel Europa en Centraal-Azië anderzijds.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.