Als het besluit om het wapenembargo voor Syrië te laten verlopen iets aantoont, is het wel dat er geen sprake meer is van gezamenlijk EU-buitenlandbeleid op de momenten dat het er echt op aankomt. Het buitenlandbeleid van de Europese Unie vereist terecht unanimiteit, aangezien het om zaken gaat die, zoals ook hier het geval is, zeer zwaarwegende gevolgen kunnen hebben als het gaat om oorlog en vrede. Door de omstandigheid dat het EU-wapenembargo voor Syrië niet voor onbeperkte tijd gold, maar komende vrijdag afloopt en dus actief verlengd had moeten worden om van kracht te blijven, heeft het nu zo kunnen lopen dat een minderheid van twee landen, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, die het wapenembargo wilden opheffen, indirect hun zin krijgen door het te laten verlopen.

Zo kan het gebeuren dat 25 lidstaten instemmen met een compromis dat die naam nauwelijks waard is. Het resultaat is dat het wapenembargo verloopt, er is echter de afspraak gemaakt dat geen wapens geleverd worden aan Assad, verder blijven de economische embargo’s van kracht. Vooral het neutrale Oostenrijk betoonde zich een groot tegenstander van het opheffen van het wapenembargo. De Oostenrijkse minister Spindelegger benadrukte dat de EU hier een kans had om de onlangs in ontvangst genomen Nobelprijs voor de Vrede eer aan te doen en te laten zien dat ze een organisatie voor de vrede is. Spindelegger vreest ook voor de slordige driehonderd Oostenrijkse soldaten die deel uit maken van een VN-missie in de bufferzone tussen Syrië en de door Israël geannexeerde Golanhoogten. Met het oog op Israël sprak zodoende ook Tsjechië zich sterk tegen het opheffen van het wapenembargo uit en ook Zweden uitte bezwaren tegen wat zij ‘olie op het vuur’ noemde. Andere lidstaten waren minder uitgesproken, maar toch tegen opheffing. Normaal gesproken hadden de ministers in zo’n situatie niet tot het besluit kunnen komen wapenleveranties toe te staan, ware het niet dat het benodigde besluit andersom lag, zo trok de minderheid dan toch aan het langste eind en konden de Britten en Fransen een voor hun voordelig compromis afdwingen.

De conservatieve ministers van Buitenlandse Zaken van het Verenigd Koninkrijk en Oostenrijk, William Hague en Michael Spindelegger, vonden zich tijdens het beraad van de EU-ministers, dat een dag en een nacht voortsleepte, diametraal tegenover over elkaar.

De conservatieve ministers van Buitenlandse Zaken van het Verenigd Koninkrijk en Oostenrijk, William Hague en Michael Spindelegger, vonden zich tijdens het beraad van de EU-ministers, dat een dag en een nacht voortsleepte, diametraal tegenover over elkaar.

Per saldo zijn Frankrijk en Groot-Brittannië er in geslaagd om de strategische druk van de EU eenzijdig tegen het bewind van Assad en ten faveure van de opstandelingen in te zetten. De beide ministers van Buitenlandse Zaken Fabius en Hague benadrukken weliswaar dat ze nog geen concrete voornemens hebben om wapens te leveren, maar het laten verlopen van het wapenembargo vooral willen gebruiken als drukmiddel. Daarmee plaatsen de landen zich echter zonder enige reserve achter de opstandelingen en doorkruisen ze de pogingen van de Verenigde Staten en Rusland om tot onderhandelingen tussen de strijdende partijen te komen. Rusland bekritiseerde het besluit van de EU dan ook in niet is te verstane bewoordingen. De VS laten in dezen een januskop zien, aangezien ze enerzijds samen met de Russen proberen tot de-escalatie van het conflict te komen, terwijl ze anderzijds allang betrokken zijn bij wapenleveranties aan de opstandelingen. De VS leveren weliswaar niet direct wapens, maar CIA-agenten adviseren staten als Qatar en Saoedi-Arabië wie de wapens te leveren. Het is een poging tegen beter weten in, om te voorkomen dat de wapens in de handen van aan Al Qaida gelieerde groepen komen. Volstrekt illusoir, inmiddels is dan ook al vastgesteld dat Kroatische wapens die op deze wijze aan rebellengroepen geleverd zijn ook hun weg hebben gevonden naar de meest radicale elementen onder de gewapende groepen.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


In dit licht is het dan ook cynisch dat de Fabius Rusland kritiseerde in haar besluit eerder afgesloten overeenkomsten voor de levering van luchtverdedigingswapens aan Syrië door te laten gaan. Het gaat hier immers om defensieve wapens, die niet tegen burgers ingezet kunnen worden. Ze kunnen echter wel een belangrijke rol spelen wanneer landen zoals Frankrijk zouden besluiten tot luchtbombardementen zoals in Libië, wellicht was de minister daarom zo gepikeerd. Terwijl de Russische minister van Buitenlandse Zaken Lavrov zich ten volle inzet om het conflict langs vreedzame weg op te lossen, ondersteunen diverse Arabische staten, NAVO-lid Turkije en indirect de Amerikanen één partij in het conflict.De Britten en de Fransen scharen zich nu moreel aan hun zijde en het wachten is op een materialisering van deze steun, die lijkt slechts een kwestie van tijd.

Ronduit cynisch is ook dat uitgerekend de Britten zich zo ferm uitspraken voor het opheffen van het EU-wapenembargo voor de Syrische opstandelingen. De Britten die nog vers in het geheugen ligt hoe een Britse soldaat off-duty in de straten van Londen op brute wijze werd vermoord door islamitische radicalen, moeten nu toezien hoe hun regering zich uitspreekt voor de mogelijkheid wapens te verspreiden die als het zover komt grotendeels in de handen van islamitische radicalen terecht zullen komen en allicht nog eens tegen Britse soldaten of burgers gebruikt zullen worden. Was dat soms waar één van de moordenaars op doelde met zijn oproep: ‘Werp jullie regeringen omver, ze geven niets om jullie!’ ?

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.