Wat is er niet gezegd over president Obama’s falen om Pyongyang en zijn ballistische raketten aan te pakken? Dat hij niet het nodige in huis had. Dat hij weifelachtig was. Dat hij niet zeker was van zichzelf. Dat hij zwak, zwak, zwak was. Te zwak voor deze specifieke klus, te zwak voor het presidentschap in het algemeen.

Na 20 januari 2017, zo werd ons verteld, zou dat allemaal veranderen. Een nieuwe en besluitvaardige, zij het mentaal wat gestoorde, president zou het overnemen in het oval office. Hij zou zijn handen niet laten binden door politieke correctheid. Om hem van advies te voorzien, zou hij zich niet met de laffe, softe types van Buitenlandse Zaken laten omringen, maar door flinke, no-nonsense, voormalige generaals (inclusief een die van zijn gelijken de bijnaam ‘Mad Dog’ had gekregen). Hij zou geen acht slaan op diplomatieke vormen. Hij zou zeggen waar het op staat. En hij zou actie ondernemen, beslissende actie. Inclusief, als niets anders zou werken, militaire actie.

Twee derde van een jaar is voorbijgegaan. Kim Jong-un is doorgegaan “de wereld te provoceren” door zijn ballistische raketten te testen. Hier zou het wel de moeite waard kunnen zijn even op te merken, tussen haakjes, dat er eigenlijk geen reden is waarom Noord-Korea, een soeverein land dat lange tijd onder belegering verkeerd heeft, niet zou mogen hebben en doen wat andere staten, inclusief de Verenigde Staten, al enkele decennia hebben en doen. En ook dat, voor een klein land als Noord-Korea vrijwel de enige manier om zich te verdedigen tegen de grote dwingeland, de VS, ligt in het verkrijgen van kernwapens en de projectielen om die mee af te leveren.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Na iedere test werden er weer schreeuwerige nieuwskoppen de wereld in geslingerd over een op handen zijnde “crisis”. Iedere keer werden er haastig “op het hoogste niveau” conferenties belegd. De strijdkrachten van diverse landen werden in staat van paraatheid gebracht en militaire eenheden werden zo dicht mogelijk naar de gedemilitariseerde zone die de twee Korea’s van elkaar scheidt gestuurd om oefeningen te houden. En dan, niets… behalve eerder deze maand nog eens een rondje sancties waarvan iedereen al weet dat ze niets zullen bereiken.

De directe reden dat er zo weinig is gebeurd, zijn natuurlijk Noord-Korea’s strijdkrachten. Door gebruik van de conventionele artillerie kon Kim Jong-il enorme schade toebrengen aan Seoul. Door gebruik van zijn ballistische raketten, aannemend dat ze kernkoppen dragen, zou Kim Jong-un nog veel grotere schade kunnen toebrengen aan zowel Zuid-Korea als ook Japan, een belangrijke Amerikaanse bondgenoot, en misschien zelfs aan delen van de VS zelf.

Met name met kernwapens geconfronteerd, is het geen wonder dat president Trump, ongeacht al zijn beleden liefde voor het bij de genitaliën grijpen van vrouwen, zichzelf ontmand vond. Een lot dat menig heerser, zowel Amerikaans als buitenlands, zich al dikwijls beschoren heeft geweten in de afgelopen 72 jaar. Een een lot waarin, haast ongeacht eventuele ontwikkelingen die er nog plaats zouden kunnen vinden op het gebied van anti-ballistische raketverdediging, waarschijnlijk ook nog vele toekomstige leiders zullen delen.

Zowel binnen als buiten de regering hebben aardig wat mensen hun hoop op China gesteld. Peking, zo zeggen ze, heeft wat nodig is om z’n lastige cliënt tot de orde te roepen. Door ernstige economische sancties toe te passen die Noord-Korea, dat weinig andere grote handelspartners heeft, moeilijk zou kunnen overleven. Of door troepen samen te ballen aan de grens en die oefeningen te laten houden. Of zelfs door een beperkte aanval (het zou wel beperkt moeten zijn, want anders zou het tot een nucleair treffen kunnen komen). Kortom, alles wat maar de kastanjes uit het vuur zou kunnen halen voor Washington D.C.

Klinkt aardig. Maar wat hebben de VS China in ruil daarvoor te bieden? Er zijn verschillende opties. Misschien een terugtrekking, gedeeltelijk of geheel, van zijn troepen uit Zuid-Korea. Of misschien de banden met Taiwan wat losser maken (in plaats van er wapens aan te verkopen, zoals Trump recent aankondigde te zullen doen). Of concessies doen in de Zuid-Chinese Zee, een gebied dat China, niet zonder enige reden, als historisch van haar en strategisch van vitaal belang voor haar toekomstige ontwikkeling beschouwt.

Waarom doen de Verenigde Staten met Trump aan het hoofd dan niets in deze richting? Naar zich laat aannemen zijn er vele redenen, één er van is waarschijnlijk dat Trump zich, als zelfverklaarde stoere vent, de schade aan het imago dat hij zo gecultiveerd heeft niet kan veroorloven.

Dit alles doet me denken aan een oud verhaal over een andere zelfverklaarde stoere vent, Benito Mussolini. In november 1922 ging de pas aangestelde, jonge – hij was 39 – Italiaanse premier naar Territet, nabij Montreux in Zwitserland. Daar ontmoette hij – zoon van een smid uit een klein dorpje, ooit dagloner, agitator en recent opperbullebak, de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Lord Curzon, 24 jaar ouder dan hem. Zo’n antieke, welopgevoede, hoffelijke en onbuigzame representant van de Britse heersende aristocratie als je maar kon vinden.

Mussolini opende het gesprek door aan te kondigen dat hij “een nieuw principe in de diplomatie” had bedacht: “niets voor niets”. “Heel interessant, heel interessant”, zou Curzon geantwoord hebben. “En vertelt u eens, weledele heer, wat heeft Italië te bieden?”

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Martin van Creveld

Emertitus-hoogleraar Martin van Creveld (Rotterdam, '46) is een Israëlisch militair historicus en één van de meest gezaghebbende auteurs in zijn vakgebied. Van Creveld schreef een groot aantal boeken, waaronder recent in het Nederlands verschenen: De evolutie van de oorlog (2007), Oorlogscultuur (2009) en De bevoorrechte sekse (2013).