Ahmed Davutoglu is afgetreden als premier van Turkije en als voorzitter van de regerende AK-Partij. Hij kondigde zijn aftreden aan na een gesprek met president Recep Tayip Erdogan. Erdogan ontdoet zich op deze wijze van een partijgenoot die de personificatie was van een mislukt neo-ottomaans buitenlandbeleid.

Ahmed Davutoglu is de belangrijkste propagandist van het zogenaamde neo-ottomanisme, dat sinds 2009, toen Davutoglu aantrad als minister van Buitenlandse Zaken, een belangrijk uitgangspunt van het Turkse buitenlandbeleid vormde. De hoofdlijnen van deze doctrine staan beschreven in een boek getiteld ‘Strategische diepte’ dat Davutoglu reeds in 2001 publiceerde. Volgens het boek moet Turkije zijn invloed in de geopolitieke ruimte van het voormalige Ottomaanse rijk herstellen. Dit idee ging in de praktijk samen met Davutoglu’s banden met de Moslimbroederschap, die de vertrekkende premier benaderde toen hij begin jaren ’90- aan de Islamitische Universiteit van Kuala Lumpur verbonden was. Deze componenten van het Turkse buitenlandbeleid maakten dat Turkije dichter bij de positie van Qatar kwam te liggen en een sponsor van de zogenaamde ‘Arabische lente’ werd. Davutoglu’s neo-ottomanisme doorkruiste effectief een pragmatische politiek gericht op het veiligstellen van de Turkse nationale belangen, om van Turkije een internationaal islamitisch centrum te maken.

Dit beleid sluit goed aan bij het Midden-Oosten-beleid van de Verenigde Staten. Het resultaat van Davutoglu’s beleid was een reeks kleurenrevoluties en burgeroorlogen van Tunesië tot Syrië. Het neo-ottomanisme verdrong zo het pragmatische Turkse buitenlandbeleid van ‘nul problemen met buurlanden’. Naast de spanningen in de relaties met Griekenland, Cyprus en Armenië, ontstonden zo ernstig verstoorde relaties met Syrië en Irak, doordat Turkije het noorden van Irak binnenviel en zich van het begin af aan in het Syrische conflict mengde. Door de inval in Irak werd ook de relatie met Iran op het spel gezet, die tot dan toe relatief normaal was geweest. Een bijgevolg van het rampzalige buitenlandbeleid van Turkije is het oplaaien van de Koerdische onafhankelijkheidsstrijd – ook op Turkse bodem – geweest. En dat terwijl Erdogan eerder juist vooruitgang in de omgang met de Koerdische minderheid had weten te boeken.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Binnen het Turkse leiderschap was het Davutoglu die de meest verregaande voorstellen deed voor een militair ingrijpen in Syrië. Maar de premier speelde ook een belangrijke rol in het verstoren van de relatie met Rusland. Volgens de Turkse pers gaf immers Davutoglu op 24 november van vorig jaar opdracht om een Russisch gevechtsvliegtuig boven de Turks-Syrische grens neer te halen. De Turkse strijdkrachten handelden op zijn bevel, aldus Davutoglu. De verstoring van de relatie met Rusland maakte het geïsoleerde Turkije des te afhankelijker van de VS en Qatar.

Binnen de AK-Partij was Davutoglu Erdogans belangrijkste tegenstrever. Het falende buitenlandbeleid van de regering straalde echter ook op Erdogan als staatshoofd af. Het neo-ottomanisme droeg zo bij aan de destabilisatie van het Erdogan-bewind, de verslechterende internationale positie zou immers op de middellange termijn zijn economische uitwerking niet missen. De verbetering van de concrete economische situatie van veel gewone Turken is echter een belangrijke factor in de populariteit van Erdogan onder de plattelandsbevolking. Zodat Davutoglu indirect aan de poten van Erdogans zetel zaagde.

In het geval Erdogan ten val zou komen, beschouwden de VS Davutoglu als zijn meest waarschijnlijke opvolger. Niet voor niets wordt Davutoglu in de westerse media regelmatig als liberaal en gematigd afgeschilderd, terwijl Erdogan een autoritaire boeman is.

Door Davutoglu nu de laan uit te sturen, verwijdert Erdogan kortom zijn belangrijkste rivaal in de strijd om de macht en een belangrijke geleider van Amerikaanse invloed op de Turkse regering. Mogelijk spreekt hieruit een bereidheid om het Turkse buitenlandbeleid te herzien of op zijn minst bij te stellen in een meer rationele, pragmatische richting, met het oog op de nationale belangen van Turkije.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.