Het in juli 1967 in een oorlog uitmondende conflict om Biafra liet het wereldpubliek voor het eerst de explosiviteit zien van de door kunstmatige grensbepalingen geschapen multi-etnische staten. Het beeld van de ondervoede Biafra-kindjes werd tot symbool van honger en ellende. Afrika veranderde van een continent van de hoop in een continent van de catastrofe.

In de veelvolkerenstaat Nigeria heerste na de onafhankelijkheid van Groot-Brittannië en fragiel evenwicht, dat in mei 1967 verstoord werd. Oorspronkelijk werd er een grootse toekomst voorspelt voor het land. In plaats daarvan kwam het tot een oorlog, die de hoop op vreedzame ontwikkeling snel de grond in sloeg.

Na militaire staatsgrepen in het noorden van Nigeria braken smeulende conflicten tussen verschillende etnische en religieuze groepen definitief uit en leidden in pogroms tot systematische moord op leden van het christelijke Igbo-volk. De Igbo waren bijzonder ongeliefd bij islamitische bevolkingsgroepen, omdat ze meestal goed opgeleid waren en zodoende veel sleutelposities bezetten in Nigeria. Na maandenlange slachtingen waren er 30.000 doden te beklagen en waren er een miljoen mensen op de vlucht.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


De militaire gouverneur kolonel Odumegwu Ojukwu riep hierop de in het zuidoosten gelegen en door Igbo bewoonde provincie Biafra tot onafhankelijke republiek uit. Deze stap viel hem lichter door de kort tevoren ontdekte aardolievoorraad in de Niger-delta. Dit betekende voor van Nigeria echter het verlies van de belangrijkste inkomstenbron voor de regering en het wegvallen van miljarden-business. Dit wilde Lagos koste wat kost voorkomen.

Dientengevolge kwam het in juli tot het binnentrekken van Nigeriaanse troepen in Biafra en het blokkeren van de havens, om de bevolking uit te hongeren. In de tweeënhalf jaar durende wrede oorlog met de slecht uitgeruste Igbo, sneuvelden zo’n 100.000 soldaten en stierven 180.000 burgers door gevechtshandelingen. Naar schatting stierven nog eens twee miljoen mensen van de honger.

Nadat het wereldpubliek het gebeuren waarnam en de beelden van graatmagere kindertjes velen als op het netvlies gebrand stonden, organiseerden private organisaties maandenlang hulp voor de ingesloten, noodlijdende bevolking van Biafra en lieten door middel van een luchtbrug hulpgoederen afwerpen. De regering van Nigeria stelde dat Ojukwu door de hulp slechts tijd zou winnen om nieuwe wapens in te voeren. Als hij zijn bevolking echt zou willen helpen, moest hij Biafra maar terugleiden in de staat Nigeria, zo stelde Lagos.  De separatisten waren echter een gecoördineerde pr-campagne begonnen om het conflict en de uitwerkingen ervan in de wereld bekend te maken.

De Zweedse aristocraat Carl Gustaf von Rosen vloog in zijn Malmö MFI-9 voor de strijdkrachten van Biafra.

Beide zijden in het conflict werden ook door huurlingen ondersteund – zo vlogen Zuid-Afrikanen en Egyptenaren met MiG-gevechtsvliegtuigen van de Nigeriaanse regering en bombardeerden steden in Biafra. En diverse Europeanen onder leiding van de Zweed graaf Carl Gustaf von Rosen vlogen met bewapende sportvliegtuigjes voor de strijdkrachten van Biafra.

Formele politieke steun kreeg Biafra nauwelijks. Israël leverde wapens en Frankrijk hielp stiekem. De nieuwe staat had in essentie de slechtere hand kaarten – zowel het Westen als de Sovjet-Unie stonden overwegend achter de centrale regering in Nigeria; de Verenigde Staten stelden zich neutraal op.

Op 12 januari 1970 moest Biafra capituleren. Dit werd bekend gemaakt via Radio Biafra. Drie dagen later werd de overgave door de opvolger van de gevluchte staatsleider in de hoofdstad Lagos nog eens officieel voltrokken – een lang nawerkende vernedering voor de Igbo.

Desalniettemin gaan er ook tegenwoordig van tijd tot tijd onder de Igbo nog stemmen op voor onafhankelijkheid. Dat mag niet verwonderen, gezien het feit dat de levensomstandigheden in de provincie Biafra nauwelijks verbeterd zijn, de inkomsten uit de olievelden naar de nieuwe elites in het noorden van het land vloeien en de regering nauwelijks in de ontwikkeling van de regio investeert terwijl deze gekenmerkt wordt door snelle bevolkingsgroei.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur