Begin april 1919 heerste in de provincie Punjab, in het noordwesten van Brits-Indië, een hoogst explosieve situatie. Het zou leiden tot het bloedbad van Amritsar, een slachting onder ongewapende burgers door Britse koloniale troepen. 

Indiase postzegel, 1989

Verantwoordelijk hiervoor was in de eerste plaats de in de maand daarvoor van kracht geworden Rowlatt Act. Deze wet stond het de Britten toe iedere terrorisme-verdachte zonder rechtsprocedure gevangen te zetten. Dit gebeurde vervolgens ook in het geval van Saifuddin Kitchlew en Satya Pal. De leiders van respectievelijk de nationale beweging in Punjab en de stad Amritsar, het spirituele centrum van de religieuze gemeenschap van de Sikhs, verdwenen op 10 april achter de tralies. Dit leidde tot grote demonstraties en massale stakingen.

Oorlogsdreiging en aanslagen

In de tweede plaats dreigde een inval van troepen uit het aangrenzende onafhankelijke emiraat Afghanistan. Die begon op 6 mei 1919 ook daadwerkelijk. In de derde plaats vonden er geregeld aanslagen plaats op overheidsinstanties, banken, treinen en telegraafstations. Hierbij vielen ook gewonden en doden onder Britse burgers en soldaten. Veel militairen vreesden dan ook dat een vergelijkbaar grote opstand als in 1857 zou ontstaan, toen zo’n 6.000 Europeanen gedood werden.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Staat van beleg

Tegen deze achtergrond stelde de Britse luitenant-gouverneur van de Punjab, Michael O’Dwyer, in de morgen van 13 april 1919 de staat van beleg in. Hij droeg brigadegeneraal Reginald Dyer op in het bijzonder in Amritsar rust en orde te herstellen: “Provocaties en oploopjes mogen niet worden toegestaan. U heeft op alle samenscholingen te schieten.”

Jallianwala Bagh

Generaal Reginald Dyer, ca. 1919

Aanhangers van Kitchlew en Pal hadden echter enkele uren daarvoor opgeroepen tot een grote demonstratie in het Jallianwala Bagh-park, vanaf 16:30 uur. Dyer kreeg dit ook al snel te horen van zijn verspieders. Hij besloot daar een voorbeeld van te maken. Ondertussen stroomden enkele duizenden sikhs, moslims en hindoes het park binnen, dat 200 bij 200 meter groot en door zes meter hoge muren omringd is, waarin zich enkele relatief smalle ingangen bevinden. De mensen hadden het nieuwjaarsfeest Vaisakhi gevierd en bevonden zich nu deels op weg naar de aangekondigde demonstratie. Velen liepen echter ook simpelweg door het park op weg naar huis.

Schieten in de menigte

Dyer stuurde een vliegtuig om de situatie in Jallianwala Bagh te verkennen stuurde vervolgens een kleine troepencontingent in de richting van het park. Dit bestond uit 90 leden van de 8. Jalandhar-brigade, allen Indiërs en Nepalezen die in het Britse koloniale leger dienden. Daarbij kwamen twee vrachtwagens met daarop gemonteerde machinegeweren. Deze pasten echter niet door de smalle poorten van het park. Nadat Dyer de hoofdtoegang had laten blokkeren, gaf hij tegen 17:30 uur het bevel om zonder waarschuwing in de menigte te schieten waar deze het meest opeengepakt was. Aansluitend losten zijn ondergeschikten in tien minuten 1650 schoten – tot hun munitie compleet opgebruikt was.

Ter gedachtenis heeft men een deel van een oude muur waarin nog kogelinslagen van het bloedbad te zien zijn laten staan.

Slachtoffers

Volgens officiële cijfers werden bij de actie 379 mensen gedood en 1500 verwond, daaronder talrijke vrouwen en kinderen, een daarvan slechts zeven maanden oud. In werkelijkheid zullen echter veel meer mensen om het leven zijn gekomen. Velen werden ook in de ontstellende massapaniek vertrapt of stierven aan hun verwondingen, doordat ze vanwege de versperring van de uitgangen niet op tijd verpleegd konden worden.

Dyers verdediging

Na het bloedbad beweerde Dyer tegenover zijn meerderen dat hij in Jallianwala Bagh op een “revolutionair leger” gestuit zou zijn. Daarop ontving hij van generaal-majoor William Beynon het volgende telegram: “Uw actie was correct en de gouverneur bevestigt dit.” Niettemin kwam er van verschillende kanten heftige kritiek op het optreden van de officier. Een onderzoekscommissie onder leiding van Lord William Hunter kwam tot de conclusie dat Dyers poging om de moraal van de Punjabi’s te breken door militair geweld in te zetten tegen ongewapende burgers strikt te veroordelen was.

De inmiddels uit zijn commando ontheven Dyer had kort daarvoor gesteld: “Ik houdt het voor alleszins mogelijk dat ik de samenscholing had kunnen beëindigen zonder te schieten.” Om er aan toe te voegen dat hij dan echter niet serieus genomen zou zijn door de Indische massa’s.

Onafhankelijkheidsbeweging

De wrede slachting van Amritsar gaf de onafhankelijkheidsbeweging wind in de zeilen, niet alleen in Punjab, maar in de gehele kolonie. Het bezorgde Mohandas Karamchand Gandhi’s latere burgerlijke ongehoorzaamheidsacties grote toeloop. In zoverre luidde het het begin van het einde van de Britse heerschappij in Indië in.

Moord op O’Dwyer

Udham Singh wordt door de politie afgevoerd nadat hij O’Dwyer vermoord heeft in Caxton Hall.

O’Dwyer werd ruim twee decennia na het bloedbad, op 13 maart 1940, door de gebeurtenissen ingehaald. Op die dag schoot de sikh Udham Singh, een ooggetuige van het bloedbad, tijdens een bijeenkomst van de East India Association en de Central Asian Society in de Londense Caxton Hall twee kogels door zijn hart. Singh zag hem als de eindverantwoordelijke voor de massamoord. Singh, die vanwege deze aanslag ter dood veroordeeld en op 31 juli 1940 in de Pentonville-gevangenis verhangen werd, geldt in India als nationale held en “koning der martelaren”.

Geen verontschuldigingen

Verontschuldigd voor het bloedbad hebben de Britten zich tot op de dag van vandaag niet. Weliswaar legde koningin Elizabeth II op 14 oktober 1997 een krans bij het gedenkteken in Jallianwala Bagh. Maar ze zei daarbij alleen “een moeilijke episode” uit de Britse koloniale geschiedenis te willen gedenken. Toenmalig premier David Cameron ging bij zijn staatsbezoek in februari 2013 ook slechts zover van een “diep beschamende gebeurtenis” te spreken. Maar misschien leidt het momenteel plaatsvindende debat over het bloedbad van Amritsar in het House of Lords er 100 jaar na deze misdaad alsnog toe.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.