Britse eurosceptici waren begrijpelijkerwijs uitgelaten toen bleek dat de Britten in een referendum voor een vertrek uit de Europese Unie gestemd hadden. Eurosceptici uit andere EU-lidstaten zullen het hun Britse collega’s van harte gunnen, tegelijk betekent het echter ook dat eurosceptische fractievorming in het Europees Parlement moeilijker wordt.

Het Verenigd Koninkrijk levert momenteel 72 van de in totaal 751 leden van het Europees Parlement. Die 72 zijn verdeeld over maar liefst zeven van de acht fracties. Over de grootste Britse delegaties beschikken de Europese Conservatieven en Hervormers (ECR), de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten (S&D) en Europa van Vrijheid en Directe Democratie (EFDD) met elk 20 Britten van respectievelijk de Conservatieve Partij, Labour en UKIP.

Voor deze Europarlementsfracties betekent het vertrek van de Britten een grote aderlating. Voor de S&D-fractie wordt het er zo bepaald niet gemakkelijker op om de EPP-fractie te verdringen als grootste fractie. Maar voor de gematigd eurosceptische ECR-fractie en de eurosceptische EFDD-fractie staat er meer op het spel, namelijk hun voortbestaan. De Britten waren immers een van de belangrijkste, zo niet dé drijvende kracht achter de totstandkoming van deze min of meer eurosceptische fracties.

EFDD kan niet voortbestaan

Aan het begin van de afgelopen zittingsperiode leek het er sterk op dat UKIP-leider Nigel Farage er niet in zou slagen zijn EFD-fractie voort te zetten. De ECR kaapte immers de Deense Volkspartij en Ware Finnen weg en ook de Nederlandse SGP vertrok naar de ECR. Uiteindelijk kon de EFD-fractie toch gecontinueerd worden als EFDD, doordat de Italiaanse Vijfsterrenbeweging (M5S) zich aansloot. In de loop van de zittingsperiode probeerde de M5S aansluiting te zoeken bij een andere fractie, maar slaagde daar niet in. Het zit er dik in dat M5S tegen 2019 opnieuw probeert aansluiting te vinden bij een andere fractie dan wel een eigen fractie te vormen. M5S zal daarbij echter de nodige nieuwe bondgenoten moeten zien te vinden, die zich vooralsnog niet aandienen. De overige leden van de EFDD-fractie zijn een Tsjechische afgevaardigde van een libertarische partij waarvan het zeer de vraag is of hij opnieuw over de kiesdrempel komt, een dissident van het Front National, die na de verkiezingen vanzelfsprekend niet terugkeert, Beatrix von Storch van de Duitse AfD die inmiddels vooral contacten heeft aangeknoopt met de ENF-fractie, een lid van de Poolse libertarische partij KORWIN (maar niet Korwin zelf), de Litouwse nationaal-conservatieve partij ‘Orde en Gerechtigheid’ (TT) en de nationalistische Zweden Democraten. De kans dat de EFDD-fractie na de verkiezingen van 2019 voortgezet kan worden is al met al zeer gering, omdat de samenbindende factor in de persoon van Farage zal ontbreken en veel van de samenstellende delen niet meer voor handen zullen zijn.

Kansen voor de ENF

Dat roept de vraag op bij welke fracties de EFDD-delegaties die na de verkiezingen wel terug zullen keren zich aan zullen sluiten. TT en KORWIN zijn voor de hand liggende partners voor de ENF-fractie. Ook in 2014 sprak de ENF al met TT en het Poolse Congres van Nieuw Rechts (KNP, waarvan KORWIN een afsplitsing is), maar koos de TT uiteindelijk voor Farage waarmee ze al langer samenwerkten, terwijl de ENF uiteindelijk niet met Janusz Korwin-Mikke in zee wilde gaan vanwege uitspraken die controverse opriepen. Later sloten twee van de vier KNP-europarlementariërs zich bij de ENF-fractie aan, terwijl één europarlementariër van KORWIN lid is van de EFDD en Korwin zelf fractieloos. Als de ENF-fractie wil groeien, ligt het voor de hand dat ze tegen 2019 alsnog met KORWIN gaan praten, want de KNP stelt zonder Korwins leiderschap electoraal niets voor. Misschien wordt een en ander vergemakkelijkt als niet Korwin zelf, maar iemand anders in het Europees Parlement gekozen wordt voor zijn partij. Ook voor TT zal de ENF-fractie zijn best moeten doen, want de ECR-fractie zal daar ook op azen. De Zweden Democraten zullen wellicht aansluiting proberen te vinden bij de ECR-fractie, ook omdat de Deense Volkspartij, die zij als natuurlijk bondgenoot zien, daarbij aangesloten is. Maar andere delegaties in de ECR-fractie, met name de Nederlandse en Belgische, zullen aansluiting van de Zweden Democraten waarschijnlijk blokkeren, of het moet zijn dat ze zelf hun lidmaatschap van de ECR-fractie niet voortzetten. De EFDD-fractie kan dus niet voortbestaan en dat schept vooral kansen om nieuwe bondgenoten te verwerven voor de ENF en in mindere mate voor de ECR.

ECR valt fors terug

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


De ECR-fractie wist aan het begin van deze zittingsperiode zoveel nieuwe bondgenoten te verwerven, dat ze De Groenen/EVA en de liberale ALDE-fractie voorbij streefde om de op twee na grootste fractie te worden. Sinds het begin van de zittingsperiode zijn er wat overlopers van andere fracties bijgekomen, Italianen en een Roemeense, maar hun splinterpartijen maken weinig kans om op eigen kracht in het EP te komen in 2019, daarnaast werden de twee resterende AfD-europarlementariërs uit de fractie gezet, mede op initiatief van Arne Gericke van de Duitse Gezinspartij. Gericke is inmiddels vanwege een partijintern conflict overgestapt naar de Freie Wähler, die bij de ALDE-fractie zijn aangesloten en geen reële kans maken om meer dan één zetel te halen in 2019. De europarlementariërs die zich van de AfD hebben afgescheiden en nog altijd in de ECR zitten, hebben ook geen realistische kans om na de verkiezingen terug te keren. Zodoende zal de ECR na 2019 hoogstwaarschijnlijk niet alleen geen Britse maar ook geen Duitse delegatie in haar gelederen meer hebben.

De Poolse nationaal-conservatieve en christendemocratische regeringspartij ‘Recht en Gerechtigheid’ (PiS) zal de grootste delegatie vormen en de fractie domineren. In grootte zal ze waarschijnlijk gevolgd worden door de Deense Volkspartij, die daardoor ook een beeldbepalende rol kan krijgen. De afsplitsing van de Ware Finnen is nog te recent om te voorspellen welke gevolgen dit zal hebben voor de Finse deelname aan de ECR-fractie, zodat we dit aspect voor nu buiten beschouwing laten. De vertegenwoordiger van de Ierse Fianna Fail (die van zijn partij eigenlijk in de ALDE-fractie zou moeten zitten), keert waarschijnlijk niet terug en van de Kroatische en Griekse ECR-leden is dat ook maar zeer de vraag. Het meer liberale smaldeel bestaat dan alleen nog uit de Tsjechische ODS, die vanaf het begin bij de ECR betrokken was en de relatieve nieuwkomers van de N-VA en de Slowaakse SaS. Het is de vraag hoe aantrekkelijk het voor deze partijen is om in de nieuwe, meer nationaal-conservatieve, ECR te blijven participeren, zeker voor de N-VA zal de keuze om bij een andere fractie aan te sluiten snel gemaakt zijn. Wat dan resteert is een fractie van in de dertig zetels, die binnen het Europees Parlement nauwelijks impact heeft. Het is dan ook geen irreële vraag of zelfs de Polen niet naar andere opties zullen gaan kijken. Het probleem van PiS is echter dat men op zijn laatst met het naar voren schuiven van Jacek Saryusz-Wolski als alternatief voor Donald Tusk in de verkiezing van de voorzitter van de Europese Raad haar laatste beetje goodwill in de EPP heeft verspeeld. PiS heeft dus weinig andere opties dan de na de verkiezingen gedecimeerde ECR op te lappen.

Samenvattend

Na het aanzwellen van het eurosceptische geluid in het Europees Parlement na de verkiezingen in 2014, zal het vertrek van de Britten uit de EU er toe leiden dat het eurosceptische geluid in het Europees Parlement fors moet inboeten. Met Nigel Farage verdwijnt de meest eloquente euroscepticus uit Straatsburg en Brussel en met hem ook zijn fractie, die onder verschillende namen al sinds 2004 bestond. De in 2009 opgerichte, gematigd eurosceptische ECR-fractie, die in 2014 uit wist te groeien tot de op twee na grootste fractie, zal na de verkiezingen van 2019 fors inboeten en door het vertrek van de Britse regeringspartij minder aantrekkelijk zijn voor potentiële leden. Zodoende ligt het in de lijn der verwachting dat de ECR tot onbeduidende proporties krimpt en nauwelijks nog impact zal hebben. De nationalistische ENF-fractie kan waarschijnlijk het meest profiteren van de ineenstorting van de EFDD. Op de ENF komt het dan aan om een duidelijk eurosceptisch geluid te laten horen in het halfrond, tegelijk staat fractieleider Marine Le Pen na de verloren presidentsverkiezingen binnenlands onder druk om minder nadruk te leggen op haar euroscepsis. Na de Brexit ziet het er kortom niet veelbelovend uit voor de eurosceptici in het Europees Parlement.

Share.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.

Comments are closed.