Wat is er mis met leerstelligheid? Met dogma’s? Ik werd onlangs met deze vraag geconfronteerd toen ik op een open dag van een middelbare school een godsdienst-docent sprak die op een nogal negatieve wijze het woord ‘leerstellig’ uitsprak.

Mensen zouden zich volgens hem steeds minder ergens in willen verdiepen en zouden steeds meer vereenzamen, en dat zou volgens hem komen uit reactie op de leerstelligheid van hun opvoeding en van ‘vroeger’ en door ‘sociale media’.

De verleiding was voor mij groot om hier op te reageren door het ideologische debat aan te gaan: welke leerstellingen waren dan fout? Of door er in mee te gaan door het verstikkende klimaat van die ‘leerstelligheid’ te beamen, maar te moeten constateren dat de reactie nu toch wel is doorgeslagen. Ik deed geen van beide.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Ik besloot het over een andere boeg te gooien door hem deze eenvoudige vraag te stellen: “Heeft u ook een speciale logeerkamer in uw huis waar alleen logeetjes of familie e.d. mogen slapen?” Nee, dat had hij niet. Ik evenmin, zo beaamde ik. Frappant, niet waar? Onze huizen zijn groter geworden, onze gezinnen kleiner, maar ik kan me nog herinneren dat wij ‘vroeger’, net zoals mijn grootouders, nog een speciale logeerkamer hadden. Het beeld was herkenbaar voor de docent.

Dus trapte ik daarna de bal in het doel: “De klassieke woning had nog een leerstellige ruimte voor logees en gastvrijheid; de moderne woning is een ruimte die vol is met onze bezigheden en hobby’s, waarin bezoek altijd geïmproviseerd moet worden, er nooit tijd is voor spontane visite. Dit terwijl onze huizen groter zijn dan die van onze ouders en onze gezinnen kleiner.”

Ik liet de beste man alleen met deze gedachte en vervolgde mijn weg langs andere presentaties van verschillende vakken. Maar de gedachten stapelden zich bij mij op. Het moderne huis is een plaats waar steeds minder vaak steeds minder mensen zijn, maar waar het altijd vol is met persoonlijke bezigheden, en altijd chaotisch door uiteenlopende agenda’s en verplichtingen. De mens gaat steeds meer zijn eigen weg. Zonder leidraad van leerstelligheid, voortdurend improviserend. Met als gevolg tallozen die ergens van afhaken.

Deze gedachte werd daarna versterkt tijdens een gesprek met een mentrix annex docente Duits. Naar aanleiding van de gemeenplaats dat leerkrachten steeds meer kinderen tegenkomen met problemen en rugzakjes, constateerden we beiden dat onze samenleving steeds minder ruimte biedt aan mensen met een eenzijdigheid, noem het afwijking of probleem. Overgevoelige mensen, autisten, ADHD’ers, noem maar op. Ik vergeleek het met het beeld uit mijn jonge jaren van oudere mensen die een zoon met een verstandelijke handicap altijd op sleeptouw namen door hem overal mee naar toe te nemen. Dat zie je niet meer. Mensen worden steeds minder aan de hand meegenomen, maar afgerekend op daden, falen en eigenschappen die niet passen in het moderne patroon.

Het is lastig om dit patroon te doorbreken. Onze levens zijn immers overvol. De bereidheid tot mantelzorg neemt volgens het SCP snel af. We kunnen wel raden waardoor: natuurlijk wegens de druk om allebei zoveel en zolang mogelijk buiten huis te gaan werken. Mensen hebben minder vriendschappen. Deuren zijn steeds vaker op slot. Wat verdwijnt is het spontane. Het schijnbaar doelloze. De ruimte die gevuld kan worden. Alles moet worden gecomprimeerd. Opvoedingstijd is ‘quality time’. Hetzelfde geldt voor het onderhouden van je relatie: prik een vaste avond anders komt het er niet van. Er ligt steeds meer op ons bordje en daardoor wijkt de liefde.

Deze gedachte ontlook tijdens dezelfde avond op school, toen ik sprak met weer een andere docent, namelijk van Duits en Latijn. Volgens deze man heb je steeds meer vakken op school. Het gevolg is dat vakken als Duits qua uren moeten worden geminimaliseerd tot één a twee uur per week en dat er hierdoor bijna geen tijd is om leerlingen zich te laten verdiepen in de Duitse literatuur, poëzie, cultuur en ze bijvoorbeeld Duitse kranten te laten lezen. Met andere woorden: het wordt steeds moeilijker ze daardoor liefde voor een bepaald vak bij te brengen. Het systeem van uren en vakken zit potdicht en laat zelfs op gymnasiaal niveau bijna geen ruimte voor verrijking en verdieping.

Het is een systeemtheoretische waarheid: door alles effectief, efficiënt en doelgericht te maken, instrumentaliseer je alles en raak je meer kwijt dan je denkt. Antwoorden raken zo beperkt tot wat er in de vraag besloten ligt. Je komt niets méér te weten dan wat je al dacht of had vermoed. En mensen, zaken, motieven en invalshoeken ‘haken af’ zonder dat je het in de gaten hebt.

Wie bezoek beperkt tot een vrij weekend, wie deuren overdag gesloten moet laten, wie bezoek beperkt tot ‘visite’ op een geagendeerd tijdstip, verliest het sociale wat het klassieke, leerstellige huis nog wel kende: de spontaniteit van het bezoek. Van iemand – een buurvrouw, een geestelijke of kennis – die even langskwam. Toen hulpverleners nog langs kwamen zonder dat er sprake was van een concreet probleem dat moest worden opgelost. En daardoor veel eerder en veel vaker signalen oppikten van wat er leefde onder de mensen.

Het was als met een moderne ondervragingstechniek: juist door de ondervraagde af te leiden, kom je als ondervrager aan je informatie. Zo werkt het bij een mens: zonder agenda en tijdsdruk laten mensen meer kwijt van wat er in hun binnenste leeft dan met.

Het klassieke leerstellige huis had dikwijls een opening in de vorm van een open deur. De leerstellige woning – en daarmee het leerstellige leven van weleer – was open en toegankelijk. De gemeenschappelijke maaltijd was geen keurslijf, maar een ontmoetingsmoment. De vaste bezoeken aan oudere familieleden idem dito. Deze zaken, en nog vele andere, zijn aan het verdwijnen. En juist dit gebrek aan leerstelligheid maakt van onze samenleving een koude kermis. Waarbij door onze fixatie veel problemen, bedoelingen en motieven onder de oppervlakte zijn gegaan. Veel ontmoetingen zijn instrumenteel geworden en missen derhalve hun uitwerking.

Er is alleen nog tijd en die wordt tot de nok toe gevuld. En hoe voller we alles stoppen, hoe meer we kwijtraken. Als je alle nieuws via je smartphone wil volgen, heb je geen tijd meer om in de pauze met je collega’s te praten. Als je van sportvereniging naar muziekles vliegt, is er geen tijd om het veranderende gedrag van je buurman op te merken. En een leraar, dominee of priester die alleen voor problemen nog bij de mensen komt, heeft geen vertrouwensbasis om bij de mensen te horen wat er echt bij ze leeft. We moeten meer chillen. Net zoals onze leerstellige voorouders dat deden. Doelloos rond hangen en praatjes maken. Bezoek ontvangen en laten logeren zonder agenda. We moeten de leerstellige kern van het chillen herontdekken.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Erik van Goor

In een vorig leven conservatief. Thans werkend huisfilosoof met reactionaire trekjes.