Chroesjtsjov werd vooral bekend als de Sovjet-leider die de destalinisatie inzette. Als Stalins beschermeling was hij handig door diens zuiveringen heen gekomen. 125 jaar geleden, op 17 april 1894, werd Nikita Sergejevitsj Chroesjtsjov in Kalinovka, Oekraïne, geboren. 

Chroesjtsjov was partijleider van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie van 1953 tot 1964 en regeringsleider van de Sovjet-Unie van 1958 tot 1964. Zijn naam is nauw verbonden met diverse crises tijdens de Koude Oorlog. Daaronder zijn het neerslaan van de arbeidersopstand in Polen en de volksopstand in Hongarije in 1956, de tweede Berlijnse crisis vanaf 1958,  zijn onbehouwen optreden in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in 1960, de bouw van de Berlijnse muur in 1961 en de Cuba-crisis in 1962.

Lot uit de loterij

Anderzijds was Chroesjtsjov in 1956 op een geheime zitting van het 20e partijcongres van de CPSU de eerste die het zwijgen over de misdaden van Jozef Stalin verbrak. Uitgerekend Chroesjtsjov die door Stalin ontdekt en naar voren geschoven was. Tijdens zijn studie had hij Stalins vrouw Nadezjda Alliloejeva leren kennen. Door haar kwam hij in contact met Stalin, die hem te eten uitnodigde. Chroesjtsjov noemde Alliloejeva zijn “lot uit de loterij”.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Snelle carrière

Chroesjtsjovs vader was mijnwerker in het Donetsbekken (Donbass). Zijn zoon nam hetzelfde beroep op. In 1918 werd hij lid van de Communistische Partij en vocht hij in het Rode Leger. Geheel op Stalins politieke lijn, klom hij op in de partij. In 1933 was hij al hoofd van het Moskouse partijcomité, in 1934 zat hij in het Centraal Comité, in 1939 was hij lid van het Politbureau.

Stalins zuiveringen

Hij overleefde niet alleen de bloedige zuiveringen van Stalin, hij ondersteunde die als een van de naaste vertrouwelingen van de dictator. Terwijl andere hoge partijfunctionarissen de een na de ander geliquideerd werden, maakte Chroesjtsjov carrière. Hij slaagde erin in de machtstwisten steeds weg te duiken, de ongevaarlijke dwaas te spelen. Zijn concurrenten onderschatten hem.

Lavrenti Beria met op schoot Stalins dochter Svetlana. Op de achtergrond aan tafel Stalin zelf.

Beria uitgeschakeld

Na de Tweede Wereldoorlog werd Chroesjtsjov secretaris van het Centraal Comité. Deze functie bekleedde hij toen Stalin in maart 1953 overleed. De gevreesde chef van de geheime dienst, Lavrenti Beria, gold als bijzonder kansrijke kandidaat om hem op te volgen. Chroesjstjov hoorde tot zijn tegenstanders. Drie maanden na Stalins dood werd Beria gearresteerd en geëxecuteerd.

Malenkov vernederd

Als “collectieve leiding” deelden Chroesjtsjov als eerste secretaris van het Centraal Comité en daarmee partijleider en Malenkov als minister-president de macht. Dit collectief hield niet lang stand. In 1955 bekritiseerde Chroesjtsjov Malenkov openlijk. Niet veel later trad Malenkov af. Nikolaj Boelganin volgde hem op als regeringsleider. Chroesjtsjov bepaalde nu in toenemende mate de regeringszaken.

De Duitse bondskanselier Konrad Adenauer bezoekt in 1955 Moskou. De gesprekken met Boelganin, Malenkov en Chroesjtsjov zouden leiden tot het opnemen van diplomatieke betrekkingen.

Eerste aanzet tot destalinisatie

Na het 20e partijcongres in 1956, het eerste na de dood van Stalin, nodigde de eerste partijsecretaris geselecteerde afgevaardigden uit voor een geheime zitting. Notities en bandopnames waren niet toegestaan. Chroesjtsjov beweerde later weliswaar dat hij spontaan gesproken zou hebben, maar hij las zijn toespraak woord voor woord van papier. Hij zei dat Stalin als een Übermensch met goddelijke eigenschappen voorgesteld was en dat hij onderwerping had geëist. Wie zich tegen Stalin verzette, werd vernietigd. Volgens Chroesjtsjov was Stalin een tiran die zijn macht misbruikte om grote aantallen partijfunctionarissen te laten liquideren.

Boelganin overtroefd

Een kleine meerderheid in het politbureau, waaronder Boelganin, poogde in 1957 in reactie op deze toespraak om Chroesjtsjov af te serveren. Dat mislukte echter. Het jaar daarop zou de partijsecretaris ook Boelganins ambt als minister-president overnemen. Daarmee verenigde Chroesjtsjov de ambten van partij- en regeringsleider weer in een persoon.

Tweede Berlijnse crisis

In 1958 ontketende Chroesjtsjov de tweede Berlijnse crisis, toen hij de terugtrekking van de westerse geallieerden uit West-Berlijn eiste. Berlijn moest in zijn visie een gedemilitariseerde onafhankelijke stad worden. Het Westen onder leiding van de Amerikaanse president John F. Kennedy wees dat af. Ondertussen schoten de Sovjets een Amerikaans spionagevliegtuig neer, waarop een geplande topontmoeting in Parijs afgezegd werd.

Amerikaanse en Sovjet-tanks tegenover elkaar bij Checkpoint Charlie, 1961

De situatie was extreem gespannen, toen Chroesjtsjov in 1960 aan de Algemene Vergadering van de VN in New York deelnam. Onderwerp van discussie was de dekolonisatie. Een afgevaardigde van de Filipijnen had de Sovjet-Unie ervan beschuldigd de grondrechten tenietgedaan te hebben. Chroesjtsjov hamerde met zijn schoen op de tafel en schuimbekte: “Waarom mag deze nietsnut, deze vleier, deze imperialistenknecht en domkop – waarom mag deze lakei van de Amerikaanse imperialisten hier vragen bespreken die niet tot het discussieonderwerp behoren?” De wereld lachte om het pijnlijke optreden. Maar dat zou niet lang duren.

Cuba-crisis

De Sovjet-Unie besloot in 1962 om Fidel Castro met wapens en militaire trainers te ondersteunen. Chroesjtsjov dreige dat een ingrijpen van de Verenigde Staten een derde wereldoorlog tot gevolg zou hebben. Kennedy antwoordde hierop echter dat hij “zo nodig met wapengeweld” zou antwoorden, als geprobeerd zou worden vanuit Cuba het communisme naar andere landen te exporteren. Ook de inzet van kernwapens sloot hij niet uit. Inmiddels hadden de Sovjets middellange afstandsraketten op Cuba gestationeerd. De Amerikanen stelden een zeeblokkade in. Castro mobiliseerde zijn troepen.

Chroesjtsjov gepensioneerd

Uiteindelijk gaf Chroesjtsjov toe, de raketten werden teruggetrokken. De Sovjet-Unie stond er als verliezer op. De Cuba-crisis was een van de factoren die tot de afzetting van Chroesjtsjov zouden leiden. Zijn voorzichtige toenadering tot de Bondsrepubliek Duitsland, de gestoorde verhouding met de Communistische Partij van China en mislukkingen in de hervorming van de landbouw waren andere factoren. Op 14 otober 1964 verloor Chroesjtsjev zijn ambten als partijleider en minister-president. De Pravda meldde pas twee dagen later dat Chroesjtsjov “vanwege zijn gevorderde leeftijd met pensioen gegaan” zou zijn. De pensionado trok zich op zijn datsja terug. Daar stierf hij op 11 september 1971 door hartfalen.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.