Officieel werd de NAVO 70 jaar geleden opgericht voor de collectieve verdediging van het Westen tegen de Sovjet-Unie en haar satellietstaten. In werkelijkheid diende het ‘Atlantisch bondgenootschap’ van begin af aan vooral de geostrategische belangen van de Verenigde Staten. 

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog wist de Amerikaanse regering, ondanks alle andersluidende retoriek, heel goed dat er van de Sovjet-Unie geen serieuze militaire dreiging voor West-Europa uitging. De economische staat van de Sovjet-Unie noch de slagkracht van het Rode Leger lieten op dat moment verdere uitbreiding toe. Bovendien bezaten de VS de atoombom, waarover Moskou pas vier jaar later zou beschikken.

De machthebbers in het Kremlin rond Jozef Stalin “willen de strijd om Duitsland en Europa winnen, maar niet door militaire acties”, schreef de chef-strateeg in het Amerikaanse State Department, George Kennan aan minister van Buitenlandse Zaken George Marshall en president Harry Truman. Zij weerspraken Kennans vaststellingen op geen enkele manier.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Propaganda over Sovjet-dreiging

Desalniettemin probeerde Washington de indruk te wekken, dat West-Europa voor een dreigende Sovjet-invasie beschermd moest worden. Daarmee wilden de VS zoveel mogelijk Europese staten aan zich binden. Sommige van die staten beschikten immers over koloniën met voorraden strategisch belangrijke grondstoffen. Te denken valt aan de Belgische Congo, waar vandaan de VS het uranium voor hun eerste kernwapens betrokken. Daarnaast ging het om de voortgaande invloed op het continent na het verslaan van Duitsland.

Marshallplan

Dit gebeurde enerzijds door middel van het Marshall-plan voor landen als Groot-Brittannië, Frankrijk, Portugal, België en Nederland. Hierdoor beoogde men zo veel mogelijk economische afhankelijkheden tot stand te brengen. Anderzijds werd een alliantie opgericht, die naar buiten als op collectieve verdediging gericht werd gepresenteerd.

Verdrag van Brussel

Aan de oprichting van deze alliantie ging de sluiting van het Verdrag van Brussel op 17 maart 1948 tussen het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de Benelux-landen vooraf. Duitsland was ondertussen gedemilitariseerd en stond onder toezicht van de Geallieerde Controleraad. De Amerikaanse krijgsmacht was dan ook nog altijd nadrukkelijk aanwezig in West-Europa. Uiteindelijk zou het collectieve verdedigingsaspect van het Verdrag van Brussel onder de NAVO geschaard worden.

Een Douglas C-54 Skymaster met levensmiddelen landt op Tempelhof in West-Berlijn, 1948

Staatsgreep in Tsjechoslowakije en blokkade van Berlijn

Rechtvaardiging voor dit alles was het Sovjet-imperium. Dat ondernam rond die tijd diverse acties die een focusverlegging van de westerse propaganda naar het “communistische gevaar” zeer vergemakkelijkten. Te noemen zijn hier de communistische staatsgreep in Tsjechoslowakije in februari 1948 en de blokkade van Berlijn, die op 24 juni 1948 begon. Op grond hiervan vroegen diverse West-Europese landen de VS formeel om bijstand.

Vandenberg-resolutie

Op 11 juni nam het Amerikaanse Congres de zogenaamde Vandenberg-resolutie aan. Deze door de Republikeinse senator Arthur H. Vandenberg in gebrachte resolutie maakte het de Amerikaanse regering voor het eerst in de geschiedenis van de VS mogelijk om al voor het begin van een oorlog verdragsrechtelijke bijstandsverplichtingen aan te gaan.

Vlnr: senator Arhur H. Vandenberg, senator Tom Connally, minister George C. Marshall, president Harry S. Truman

Noord-Atlantisch Verdrag

Vervolgens vonden vanaf 6 juli 1948 consultaties over de aard van het nieuwe, grotere bondgenootschap inclusief de VS plaats. De uitkomst daarvan was het Noord-Atlantisch Verdrag, waarmee de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) werd opgericht. Overeenkomstig zijn definitie regelt artikel 5 van het verdrag de verplichting tot collectieve verdediging als één van de partners militair aangevallen wordt.  De ondertekening van het document, waarmee de NAVO werd opgericht, vond plaats op 4 april 1949 in de Amerikaanse hoofdstad Washington ten overstaan van talrijke journalisten uit de hele wereld. De Amerikaanse radio zond live uit hoe president Harry S. Truman voor de ondertekening verklaarde: “We hopen met dit pact een beschermingsschild op te richten, een bolwerk tegen agressie en angst… Het Noord-Atlantisch pact zal niet negatief maar positief uitwerken op de vrede in de wereld.”

De Amerikaanse president Truman ondertekent het Noord-Atlantisch Verdrag omringd door zaakgelastigden van andere betrokken landen.

Uitbreiding

Onder degenen die toen het verdrag, dat formeel op 24 augustus in werking trad, ondertekenden, waren naast de Amerikaanse president vertegenwoordigers van Canada, België, Denemarken, Frankrijk, Groot-Brittannië, IJsland, Italië, Luxemburg, Nederland, Noorwegen en Portugal. Bij deze twaalf NAVO-landen van het eerste uur kwamen in 1952 nog Griekenland en Turkije, in 1955 de Bondsrepubliek Duitsland, in 1982 Spanje en vanaf 1999 een hele reeks Midden-, Oost- en Zuidoost-Europese landen. De opname van West-Duitsland was in eerste instantie fel omstreden. In het bijzonder voor Frankrijk, waar men de voormalige vijand geen gelijkwaardige lidmaatschapsrechten toe wou staan. Deze bezwaren werden echter overtroefd door de VS, die in West-Duitsland immers toch al militaire bases hadden ingericht.

Warschaupact

In reactie hierop initieerde de Sovjet-Unie op 14 mei 1955 de oprichting van een defensiebondgenootschap van het Oostblok, het Verdrag van Warschau. Analoog aan het Noord-Atlantische pact, sprak men al snel van Warschaupact.

 

Kernwapens

De eerste, vanaf 6 januari 1950 geldende NAVO-doctrine ‘Strategisch Concept voor de Verdediging van het Noord-Atlantisch gebied’ was gebaseerd op het idee dat de Sovjet-Unie over meer middelen zou beschikken dan West-Europa, wier bescherming van Amerikaanse kernwapens af zou hangen. En daadwerkelijk was het aanvankelijk weinig concrete gevaar van een Sovjet-aanval inmiddels ietwat reëler geworden, aangezien de Sovjet-Unie sinds 29 augustus 1949 eveneens over de atoombom beschikte.

Na de aanslagen van 11 september 2001 werd voor het eerst beroep gedaan op artikel 5 van het Noord-Atlantisch Verdrag. Op de foto secretaris-generaal Robertson en de Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld in oktober, nadat de NAVO-raad eerder die maand besloot de casus foederis toe te wijzen.

Artikel 5 en de ‘War on Terror’

Artikel 5 van het NAVO-verdrag werd evenwel pas lang na het einde van de Koude Oorlog en het uiteenvallen van zowel het Warschaupact als de Sovjet-Unie in een concreet geval van toepassing verklaard. Aanleiding hiervoor was – vergelijkbaar met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog – niet een militaire aanval op een van de bondgenoten, maar de aanslagen van 11 september 2001, die veel ruimte boden voor speculatie over wie er achter zat. Dit zou vervolgens dan ook gebruikt worden als voorwendsel om Afghanistan en Irak binnen te vallen.

Verder lezen:

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.