Het treffen van de juiste balans tussen economische, sociale en culturele waarden, dat is waar Arjo Klamer in zijn boek ‘In hemelsnaam! Over de economie van overvloed en onbehagen’ voor pleit. Klamer observeert dat de meeste mensen wanneer het over economie gaat, slechts de staat, de markt en het individu als actoren identificeren. Individualisme en collectivisme zijn twee zijden van één medaille. Zo brengt hij effectief socialisten en liberalen onder één noemer. Zij hebben volgens Klamer teveel aandacht voor de homo economicus en te weinig voor de homo socialis en homo moralis.

De hoogleraar van de Economie van de cultuur aan de Erasmus Universiteit Rotterdam betoogt dat deze kijk op de economie maar slecht aansluit op het werkelijke leven, dat niet alleen bestaat uit de sferen van de staat en de markt. De mens is geen individu, maar maakt deel uit van verschillende sociale verbanden. De belangrijkste van die verbanden is wat Klamer de oikos noemt, Grieks voor ‘thuis’. Je zou dit ook ‘gezin’ of ‘familie’ kunnen noemen, iets dat Klamer bewust vermijdt om niemand tegen de haren in te strijken. Oikos heeft evenwel duidelijk een andere gevoelswaarde dan het zuiver economische begrip ‘huishouden’. De andere verbanden bevinden zich in wat hij ‘de derde sfeer’ noemt en door anderen wel civil society of maatschappelijk middenveld is genoemd. Aan de verschillende sferen zijn verschillende waarden verbonden. Economische waarden hebben slechts beperkte geldigheid buiten de economische sfeer, daar moeten andere, sociale, culturele en morele waarden de overhand hebben. Het zijn namelijk niet slechts economische goederen die het welbevinden van mensen bepalen, maar ook sociale en culturele. Zowel in de sfeer van de staat als die van de markt is in de afgelopen decennia het management opgerukt, binnen de derde sfeer heeft dit echter geen plaats, daar worden zaken informeel geregeld en gelden waarden als convivialiteit, goed nabuurschap, compassie en zo meer.

Tegenover de visie op de samenleving waarin zaken ofwel voor rekening van de staat dan wel voor rekening van de markt komen, stelt Klamer in de lijn van een visie die hij ‘neotraditionalisme’ noemt, een visie die hij in de lijn van Alysdair MacIntyre en Pim Fortuyn stelt. “Het neotraditionalisme onderscheidt zich van andere moderne manieren van denken door zijn aandacht en respect voor tradities in het goede menselijk samenleven. Het neemt de geschiedenis serieus omdat die de verhalen levert van waaruit we de huidige toestand kunnen plaatsen en duiden. Het richt verder de aandacht op de betekenis van het gemeenschapsgevoel voor de vorming en bevestiging van waarden en daarmee op het belang van iets eigens. In al deze opzichten staat het haaks op het modernisme. Maar zijn geest bant niet alle lessen en inzichten van het modernisme uit. [..] Tradities liggen niet vast; van tijd tot tijd zijn ze onderwerp van heftige onderhandelingen. [..] Het kan anders, het kan beter. Maar in plaats van iets geheel nieuws te bedenken, iets utopisch, ben ik eerder geneigd te denken vanuit bestaande voorwaarden en waarden. Hardnekkig vasthouden aan het bestaande werkt verlammend, maar het bestaande negeren is arrogant en uiteindelijk zielloos. Het helpt te beseffen dat we op de schouders van onze voorouders staan. Die voorouders negeren of zelfs verwerpen is onverstandig.” Klamer realiseert zich dat dit conservatief klinkt, zeker voor wie postmodernistisch denkt. Hij wijst er echter fijntjes op dat zelfs wie alles relativeert, in de praktijk niet zo leeft. Hij geeft de postmodernisten gelijk dat alles aan verandering onderhevig is – daarom noemt hij zich ook neo-traditionalist – zij onderschatten echter de inertie van de cultuur, de duurzaamheid van tradities.

In het tweede deel van zijn boek werkt Klamer zijn neotraditionalistische visie uit op een aantal praktische punten. Zo voert hij bijvoorbeeld een pleidooi voor financiering van de kunsten vanuit de derde sfeer in plaats van door de staat of de markt, voor de klassieke universiteit en voor het binnen de perken houden van de Europese integratie. ‘In hemelsnaam!’ is al met al geen zware economische kost, maar veeleer een moraalfilosofische aanzet tot denken van een cryptoconservatieve linkse rakker.

Arjo Klamer, In hemelsnaam! Over de economie van overvloed en onbehagen (Uitgeverij Ten Have, Amsterdam, 2005) 175 blz.

Share.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.

3 reacties

  1. Pingback: De wereldburger bestaat niet - Novini.nl

  2. Pingback: De Euro en haar voorlopers. Een korte geschiedenis van de monetaire unie - Novini.nl

  3. Pingback: Zorgzame marktwerking - Sargasso

Geef een reactie