In de media is er veel aandacht voor vermeende Russische steun aan politieke partijen in diverse Europese landen. Daarbij wordt vooral de aandacht gevestigd op partijen die als ‘extreem-rechts’ of ‘rechts-populistisch’ getypeerd worden.

Buiten het feit dat het Franse Front National een lening heeft gekregen van een Russische bank zijn er eigenlijk vrijwel geen concrete aanwijzingen voor concrete Russische steun aan ‘extreem-rechts’ in Europa. De veronderstelling dat er sprake is van dergelijke steun lijkt vooral gebaseerd te zijn op het feit dat diverse rechtse partijen die niet tot de gevestigde politiek behoren een andere omgang met Rusland bepleiten.

Naast rechtse zijn er echter ook een flink aantal ‘extreem-linkse’ partijen die ontspanning in de relatie met Rusland bepleiten, te denken valt aan Die Linke in Duitsland, Syriza in Griekenland en tot op zekere hoogte ook de SP in Nederland. En zo zijn er meer linkse partijen, groeperingen en commentatoren in Europa te noemen.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Het is niet billijk om te veronderstellen dat in al die gevallen een pleidooi voor een betere verhouding met Rusland voort komt uit financiële bronnen. Maar hoe is dan de overeenkomst in standpunt te verklaren tussen partijen die door sommigen als ‘extreem-rechts’ of ‘extreem-links’ weg gezet worden? “Les extrêmes se touchent”, is een cliché dat niets verklaart; een lapmiddel om het politieke plaatje weer kloppend te maken.

Wat extreem-links en –rechts gemeen hebben, is dat ze zich niet willen houden aan de taboes van de gevestigde politiek. Precies daarom worden ze extreem genoemd, omdat ze zaken willen bespreken die niet bespreekbaar (meer) zijn.

De gevestigde politiek werkt namelijk als een depolitiseringsmachine. In grote politieke kwesties worden besluiten genomen waarachter men vervolgens niet meer terug mag. Of het nu om het ‘homohuwelijk’ of ‘ever closer union’ gaat, het zijn politieke verworvenheden en dat acquis is onaantastbaar. Zo worden steeds meer kwesties gedepolitiseerd, ze worden geacht niet langer het voorwerp van politieke deliberatie te zijn. Het past geheel in deze logica dat wie dergelijke kwesties dan toch ter discussie stelt als extreem geldt.

En naarmate het acquis van gedepolitiseerde kwesties groter wordt, worden het bereik en het nut van de politiek geringer. Daarmee neemt ook de geloofwaardigheid en het gezag van de gevestigde politiek af. Het politieke midden is dus een depolitiseringsmachine die op de lange termijn zijn eigen positie ondermijnt.

Geen wonder dat populisten als Geert Wilders of Donald Trump bloed ruiken en de draak steken met bijvoorbeeld een “nepparlement” dat zichzelf bijvoorbeeld in grote geopolitieke kwesties volstrekt buiten spel heeft gezet door sluipenderwijs grote delen van de Nederlandse soevereiniteit over te dragen aan de Europese instellingen en Nederland qua buitenlands en veiligheidsbeleid haast onlosmakelijk aan Amerika te binden.

Pas op, alternatieven!

Maar het zijn echt niet alleen rechtspopulisten die zich niet wensen te houden aan de politiek-correcte voorschriften van waar wel en niet over gesproken mag worden, wat zich politiek wel of niet laat denken. Ook de uiterst linkse Sloveense filosoof Slavoj Zizek bekritiseert, bijvoorbeeld in zijn boekje Intolerantie, de postpolitiek, de depolitisering van de politiek. Tussen de regels door lees je bij Zizek sympathie voor Le Pen of de Amerikaanse paleoconservatief Pat Buchanan, omdat zij net als hij er op gericht zijn de politiek opnieuw uit te vinden, een repolitisering van de politiek.

Dat begint met het niet accepteren van de Alternativlosigkeit, van het dictum ‘There is no alternative’ (TINA). Politiek is niet de kunst van het mogelijke. Politiek is de kunst van het scheppen van alternatieven, de kunst om datgene mogelijk te maken wat juist zonder politiek niet mogelijk zou zijn. Het referendum over het Associatieverdrag van de Europese Unie met Oekraïne zou dan ook gevierd moeten worden als het toppunt van politiek, maar de gevestigde partijen weten maar slecht te camoufleren dat ze onaangenaam getroffen zijn door de re-politisering van deze kwestie.

Voor zo ver er al sprake is van Russische financiering van ‘extreme’ partijen in Europa, en daar is bar weinig van aangetoond, komt de verontwaardiging natuurlijk niet voort uit het gegeven van buitenlandse financiering op zich, maar veeleer uit het gegeven dat het om geld zou gaan dat niet uit Washington of Brussel komt. Het gaat dan ook niet zozeer om het geld als zodanig, maar vooral om het gegeven dat er een alternatief geluid gehoord wordt. En als er een alternatief geluid gehoord wordt, moeten daar in de perfide logica van de westerse politiek-mediale klasse wel andere financiële stromen achter zitten. Westerse geldstromen zijn immers niet gericht op het stimuleren van alternatieve geluiden, maar op het creëren van een links-liberale bedding waarin alle politieke stromingen ingekapseld kunnen worden om in een gezamenlijk neomarxistisch/neoliberaal/neoconservatief discours met vereende krachten te werken aan de depolitisering van de resterende politieke kwesties. Wie zich daar niet voor leent is extreem en zal wel door Moskou betaald worden.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.