De vis rot vanaf de kop, luidt een gezegde. Voor wat de Ondergang van het Avondland (1917) van Oswald Spengler betreft, begon dat in de achttiende eeuw. Het waren de encyclopedisten, vooral Voltaire en Rousseau, hun voorlopers en hun aanhangers waarmee het verval inzette. Het was de filosoof Kant die ruimte op één lijn stelde met tijd, waar in de klassieke oudheid tijd in de spiegel stond van de eeuwigheid. De ruimte speelde toen nog een ondergeschikte rol, maar met de Verlichting brak de relatie tussen de natuur (de zichtbare ruimte) en de onzichtbare bovennatuur, wat het einde betekende van de metafysica in de filosofie. Waar de vooruitgangsapostelen die verbreking nemen voor een bevrijding, zien de profetische geesten het intreden van de duisternis. Want zoals Johan Huizinga demonstreert in zijn In de schaduwen van morgen (1935), die vooruitgang blijft beperkt tot de materie, het lichaam, het ruimtelijke dus. Het bevattingsvermogen verslapt, het amorele en irrationele vieren hoogtij in de kunsten en de wetenschappen. En in zijn onvoltooid gebleven Geschonden wereld (1943) voorziet hij dat de doorsnee mens van morgen ´niet meer zal leven vanuit de voorstellingen van kruisdood, verlossing, opstanding, uitverkiezing en oordeel´.  Maar Academia, de cultuurpolitiek en het liberalisme in het algemeen benadrukken dat  dankzij de Franse Revolutie de dageraad aanbrak van de Tolerantie, de Gelijkheid, Vrijheid van Meningsuiting, vrijheid van godsdienst (alle godsdiensten zijn gelijk) en, last but not least, het kapitalisme, waartegen het marxisme weliswaar in opstand kwam, maar met erkenning van de Economie als bepalend principe voor mens en maatschappij.

Een recente studie toont dat de z-generatie – volgend op de millennials (de dertigers van nu), ook wel de y-generatie – geen binding meer heeft met het christendom en zich als agnostisch of atheïstisch profileert. Zonder het christendom, stelde Huizinga, vervallen de rechtsorde en de cultuur. Voor de liberalen is godsdienst okay, mits achter de voordeur. Ieder voor zich, is hun devies. Wetenschappers mogen gelovigen zijn, mits hun geloof gescheiden blijft van hun proefondervindelijke research. Wat liberalen ons wijsmaken is dat de overheid, inclusief de wetenschap, neutraal hoort te zijn. Dat is uiteraard onmogelijk. Waardevrij onderzoek en waardevrij onderwijs bestaan net zo min als dat er een landsbestuur bestaat zonder ideologie, hoe pragmatisch dat bestuur zich ook voordoet.

Cultuur is een maximum aan individuele vrijheid binnen veilige grenzen en met economische zekerheid. Aldus omschrijft Jacob Burckhardt dat begrip in 1860 (Die Kultur der Renaissance in Italien). Spengler ziet een halve eeuw later de cultuur verdwijnen in de ‘beschaving’. Beschaving (Zivilisation) noemt hij de overweldiging van de overzichtelijke cultuurstad door de miljoenen-metropolen van onze tijd. De demografische wildgroei, de ruimtehonger van wat hij de ‘faustische mens’ noemt  voltooit de ondergang van het Avondland. Nietzsche had al korte metten gemaakt met de cultuur als substituut voor religie.

Culturen zijn als planten of bloemen die ontkiemen, opgroeien, openbloeien, verwelken en sterven. Daarna komt er weer een nieuwe, die een aantal dingen van de gestorvene overneemt. Zo verging het Rome na de ondergang van Griekenland, en christelijk Europa na de ondergang van het oude Rome. Het is een natuurlijk proces, in fasen. Zo zien wij nu de geseculariseerde Europese Unie als een lichaam zonder ziel, of een lijk in ontbinding. Dat is de laatste fase van het proces dat begon in de achttiende eeuw. Het is een proces zoals toen in het jaar 500 Friezen, Franken en Saksen het moerasland aan de Noordzee binnentrokken, waar op dat moment de Batavieren woonden. Het is zoals toen in 711 Noord Afrikaanse berbers het Iberisch schiereiland overrompelden en het in korte tijd islamiseerden. Het is zoals de Osmanen die in 1453 een einde maakten aan het Byzantijnse Rijk. Zo gaat het in de geschiedenis.

Forum in het Amsterdamse debatcentrum De Rode Hoed over ‘De ondergang van onze beschaving’

Uiteraard gaat het proces niet zonder slag of stoot. De ingezetenen proberen aanvankelijk de nieuwkomers nog tegen te houden, maar in een lichaam zonder ziel ontbreken de krachten om dat lang vol te houden. Het loopt geleidelijk uit op een compromis waarbij interraciale huwelijken een mengbevolking scheppen, waarin het oude en het nieuwe in elkaar opgaan. Momenteel horen en lezen we regelmatig dat Europa islamiseert, versneld door de grote hoeveelheden immigranten die sinds 2015 het Avondland binnenstromen ten gevolge van de mislukte Arabische Lente, het militair ingrijpen van Amerika en Europa in het Midden Oosten, en aangevuld met armen zonder perspectief uit de voormalige Afrikaanse koloniën. De autochtonen proberen de binnenkomers nog zoveel mogelijk tegen te houden. Maar binnen de muren is de verrotting te ver gevorderd, en met alleen een economische en technologische voorsprong valt  het tij niet te keren.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Profetische geesten waren nooit populair. Ze worden afgedaan als ‘cultuurpessimisten’. Een van Neerlands grootste auteurs, Louis Couperus, noteerde in zijn roman Metamorfose uit 1897 het volgende: “De historie ontrolde zich als een drama, geschreven door het lot. Hij zag het verleden aangolven en het heden worden. Hij zag het einde van deze eeuw, de eigen tijd. En als in een Apocalyps zag hij er de grote dingen van: de tronen, die wankelden; de bloedrode schijnsels aan de kimmen, het aandreunen van de tragische toekomst. Hij zag de mensen rond knoeien. Ze deden, dachten, handelden, bewogen zich met reuzen-grote beweging, terwijl de toekomst naderde. Daar, in de Apocalyps der dingen, wankelden de tronen, vermolmd en wormdoorknaagd.  De armoede was om de schuld der mensen, hun eigen schuld, hun eigen reuze egoïsme. De mensen waren reuzen van egoïsme, het egoïsme was de Staat. Ieder mens leefde voor zichzelf, poogde zich zijn kleine hoekje te veroveren in het leven, en dacht: Nu zorgt vooral de Staat. De staatsgodsdienst zorgt voor de ziel der mensheid. De mensheid, dat waren de anderen, die geen hoekje konden veroveren. De Staatswet zorgde voor de orde, en de orde werd de regelmaat van het Egoïsme. Er waren krachtigen en zwakken. De warme hoekjes van de eersten werden de paleizen waar het goud zich ophoopte. Dan gaven zij van hun overvloed aan de instellingen, de liefdadige. Als zij één procent gaven, werden zij alom geprezen  en richtte men standbeelden voor hen op. Ze meenden naïef het goede te doen. Ze dachten niet anders dan mild te zijn. Ze vonden zich edel. Het Egoïsme, boze kanker, woekerde onzichtbaar in hun ziel. Maar de ellende werd niet genezen, de armoede niet gelenigd. Want de Staat, die het Egoïsme was – samenstel van miljoenen egoïsmen –, was in zijn beginsel onmachtig te genezen en te lenigen omdat hij miste: zielengemeenschap. De vorsten, de priesters, misten haar. Ze baden niet om liefde op aarde en troost: ze stichtten kathedralen, eerst wellicht om mystieke droom, maar al heel gauw om de oppermacht.  En al de andere leden van de maatschappij van Egoïsme oefenden hun macht niet uit, uit zielengemeenschap. Ze bekleedden hun betrekking om hun warme hoekje en later een pensioen. Niet om elkaar te helpen.”

De tronen wankelden tien jaar later, de grote monarchieën, het tsaristische Rusland, de Habsburgse Donaumonarchie, het Duitse keizerrijk stortten in. De landkaart van Europa veranderde totaal, en de opkomst kwam van kleine nationalistische staten. Het communisme en het fascisme bonden de mensen aan de overheid, de Tweede Wereldoorlog  bracht het failliet van het Avondland.  De economische – louter economische! – opbloei van Europa schiep de verwende generatie van 1968, een generatie van roes en doodsdrift. Het humanisme weet geen raad met het bestaan van het kwaad, het lijden, de zin van het leven. Links droomt, en dromen levert geld, posities, macht op. ‘Nieuw Rechts’ wil niet weten dat er geen marxisme was geweest zonder het voorafgaande liberalisme. Het wil niet weten dat de opkomst van de islam het gevolg is van het loslaten van het christendom. Het wil geen verband leggen tussen die opkomst en de staat van mentaal en moreel verval waarin Europa verkeert. Religie was altijd de binding van een volk. Die is er niet meer. We spartelen in een multicultureel moeras van verwoede identiteitzoekers (ergens bij horen) en uitgesproken individualisten. Er is niet een democratie, maar een economie. Nederland is een bedrijf, aldus de liberale premier. De Dictatuur van het Geld is, aldus Spengler, het laatste en meest moordende symptoom van de Ondergang van het Avondland. En ondertussen blijven de politici dromen verkopen, handelen in hoop.

Maar is er dan geen oplossing? Nee, die is er niet. Of die is er wel, maar die ligt niet op het vlak van de collectiviteit.


Bovenstaande tekst is een aangepaste versie van mijn betoog tijdens het forum over “De ondergang van de beschaving” in de Amsterdamse Rode Hoed op 20 maart 2018.

Over de auteur

Robert Lemm

Robert Lemm ('45) is hispanist, bekroond vertaler en schrijver van enkele tientallen boeken, waaronder in 2017 'Het labyrint van de filosofie' (Uitgeverij De Blauwe Tijger).