Vrijdagnacht kwam dan eindelijk de langverwachte luchtaanval op Syrië. Om volgens het Westen een rode lijn ten aanzien van chemische wapens te handhaven werd het Syrische leger gestraft voor zijn vermeend gebruik van chemische wapens tegen de burgerbevolking van Douma. Over de vraag of deze laatste aanval in Douma ook werkelijk aan het Syrische leger kan worden toegeschreven bestaat nog steeds twijfel.

Verschillende bronnen uit Open Source Investigation werden aangehaald om te staven dat de aanval wel degelijk werd uitgevoerd door het Syrische leger. Belangrijke bedenking is dat dit soort bronnen niet altijd betrouwbaar zijn. Ze zijn vaak gekleurd en dus niet objectief en tegelijkertijd valt de waarheidsgetrouwheid ervan nooit volledig te bevestigen. Voor het antwoord op de uiteindelijke schuldvraag moeten we dus wachten op de bevindingen van betrouwbare en erkende onderzoeksinstanties zoals het OPCW.

Er zijn nog steeds 2 hypotheses die worden geopperd over deze chemische aanval:

  • Het Syrische leger gebruikte chemische wapens om Jaysh al-Islam (Leger van de Islam) door middel van chemische wapens te dwingen om de aanslepende strijd te staken en de aftocht te blazen naar Jarablus.
  • De Islamitische extremisten van Jaysh al-Islam fabriceerden zelf een chemische aanval om een westerse interventie uit te lokken en zich zo op het Syrische leger te vergelden.

Beide partijen hebben de mogelijkheid de aanval te hebben gepleegd maar toch schuift het Westen automatisch de schuld af op het Syrische leger van president Assad. Het Westen negeert daarbij (bewust) dat Jaysh al-Islam evenzeer de dader kan zijn. Zo hebben deze islamitische extremisten in 2016 al eens chloorgas gebruikt in hun strijd tegen de YPG (Koerdische milities) in het Koerdische district Sheikh Maqsoud van Aleppo. Waarom werd dezelfde rode lijn niet gehandhaafd voor Jaysh al-Islam toen zij in 2016 chloorgas inzetten? Het antwoord op deze vraag is duidelijk: de aanval op Syrië van afgelopen nacht heeft niets te maken met het gebruik van chemische wapens maar past in de dynamiek van het conflict dat zich tussen de verschillende partijen op Syrische bodem afspeelt.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Het Syrische conflict toont aan dat we in een overgangsfase zitten in de wereldpolitiek. De uni-polaire dominantie van het Westen die na het einde van de Koude Oorlog ontstond brokkelt langzaam maar duidelijk af. Syrië is niet Kosovo of Irak waar het Westen destijds zonder weerstand van andere landen zijn wil kon opleggen. In Syrië zien we dit duidelijk doordat (regionale) grootmachten ten nadele van het Westen hun invloed laten gelden. Met de beperkte luchtaanval en het grootschalig machtsvertoon maakt het Westen duidelijk dat het – ondanks het feit dat het geen regimewissel in Damascus heeft kunnen bewerkstelligen en dus aan invloed heeft moeten inboeten – het niet zomaar van plan is zijn wereldwijde en regionale leiderschap en dominantie af te staan.

De oorlog die niet eindigt

Met het verdrijven van Jaysh al-Islam uit Oost-Ghouta heeft het Syrische leger weer  de volledige controle over de hoofdstad Damascus. Het houdt dus in dat er geen directe militaire bedreiging meer is voor de hoofdstad. Ook de Damascus-Homs snelweg is weer vrij en binnenkort bruikbaar, op deze manier heeft Assad weer een sterkere greep op de rest van het land verkregen. Daarnaast houdt het einde van de gevechten in Oost-Ghouta ook in dat er zich andere slagvelden voor het Syrische leger en zijn bondgenoten openen. Zoals bijvoorbeeld in het noorden van het land in de provincie Idlib – de beruchte vuilnisbelt voor jihadisten uit eerder verloren veldslagen- maar ook in het zuiden rond de stad Daraa. Vooral die laatste stad is een reden voor nervositeit voor onder andere Israël. Mocht het Syrische leger de controle over dit gebied verwerven dan houdt het in dat Iraanse troepen aan de Israëlische grens staan. Volgens de Israëlische premier Netanyahu een directe bedreiging voor de veiligheid van het land. Het gevaar voor een Iraans-Israëlische escalatie in Syrië wordt dus steeds groter.

Het Westen weet dat het in de Syrische oorlog het grondgebied ten westen van de Eufraat is verloren aan Russisch/Iraanse invloed. Maar dit feit betekent niet dat ze dit zomaar zullen laten gebeuren. Zolang er nog (islamistische) strijders zijn om tegen het Syrische leger en zijn bondgenoten te vechten is de overwinning van Assad nog steeds niet definitief. De luchtaanval van afgelopen nacht maakt geen verschil in het verloop van de oorlog en het Syrische leger zal zijn offensief blijven voortzetten. Maar het Westen en zijn bondgenoten zal iedere gebiedsverovering ten westen van de Eufraat op menselijk, militair en economisch vlak zo kostbaar mogelijk willen maken voor het Syrische leger en zijn bondgenoten. Tegelijkertijd zal het Westen verhinderen dat het Syrische leger of zijn bondgenoten de Eufraat oversteken naar het oostelijke deel van Syrië dat door Koerdische troepen wordt gecontroleerd. Het oostelijke (en ook olierijke) deel van het land zal men binnen de westerse invloedssfeer willen blijven houden. Dit wordt duidelijk aangetoond door de luchtaanval op Syrische troepen en hun bondgenoten toen deze in februari de Eufraat probeerden over te steken. En terwijl dit machtsspel zich blijft afspelen wordt de wens van de Syrische bevolking voor vrede genegeerd. Maar ondertussen zullen zij de prijs blijven betalen voor het internationale conflict dat zij nooit wilden maar dat men nog  steeds op het grondgebied van hun land uitvecht.

Share.

Over de auteur

Jens De Rycke

Jens De Rycke ('89) is onderzoeksjournalist en studeerde internationale research journalistiek aan de Thomas More Hogeschool in Mechelen. Hij reisde de afgelopen jaren in het door oorlog verscheurde Syrië door het gebied onder controle van de regering in Damascus. In 2017 verscheen bij Polemos van zijn hand 'Het dagboek van granaten in Damascus'.

Comments are closed.