Vorige week is de Spaanse premier Mariano Rajoy uit het ambt gezet door een motie van wantrouwen van alle oppositiepartijen, met uitzondering van de liberale Ciudadanos. Daarmee kwam ook een einde aan de regering van de liberaal-conservatieve Partido Popular (PP).

In de zes jaar dat de PP regeerde, en zich eerder als liberaal dan conservatief liet kennen, heeft Spanje zich in een neerwaartse spiraal begeven in zowel sociaal, economisch, nationaal als internationaal opzicht. Dat terwijl Rajoy in 2012 nog met de belofte aantrad de problemen aan te zullen pakken die de voorgaande sociaaldemocratische regering van Zapatero niet de baas was geworden dan wel veroorzaakt had. Wat zijn de successen waarop Rajoy bij zijn aftreden kan wijzen?

De Baskische ETA

Als grootste succes viert Rajoy de vreedzame ontbinding van de Baskische terroristische organisatie ETA. De “overwinning van de democraten op de ETA” is echter geen verdienste van Rajoy, maar werd nog door zijn voorganger Zapatero in samenwerking met de Basken – inclusief terroristen – en met internationale partners voorbereid. Rajoys regering heeft inzake terrorismebestrijding geen eigen vooruitgang geboekt, maar simpelweg het bestaande beleid voortgezet, inclusief concessies aan terroristen.

Economische groei en werkgelegenheid

Rajoy stelt een economisch gesaneerd Spanje achter te laten. Wanneer je echter beziet waarop de huidige economische groei in Spanje gebaseerd is, lopen je de rillingen over de rug: Het is vooral gebaseerd op speculatie, met name in de vastgoedsector, precies zoals het geval was voorafgaand aan de economische crisis van 2008, die Spanje trouwens nog altijd niet helemaal te boven is. Met andere woorden: De ‘bubbel’ is terug en dankzij het nul-rentebeleid van de ECB groter dan ooit. Alleen zo heeft Spanje in de afgelopen jaren aan de verbetering van de wereldconjunctuur mee kunnen doen.

De rest van de economische groei is te herleiden tot de toeristensector. Hoe je het ook wendt of keert, de Spaanse groei is niet door de Spanjaarden zelf bewerkstelligd, maar komt bijna geheel op buitenlands conto. Het enige dat Rajoy wezenlijk gedaan heeft, was de economie dereguleren en de staatsschuld tot recordhoogte opdrijven. Dankzij de publieke uitverkoop wordt ondertussen het sociale woningaanbod in voor het toerisme aantrekkelijke steden als Madrid en Barcelona door buitenlandse investeringsfondsen opgekocht.

Bij het creëren van arbeidsplaatsen lijkt Rajoy meer succes te hebben gehad. Dit is bereikt door wat eufemistisch “verbetering van de randvoorwaarden” heet. Dat wil zeggen verslechtering van de arbeidsvoorwaarden, toestaan van lagere lonen, versoepeling van het ontslagrecht. Het creëren van deze slecht betaalde arbeidsplaatsen hangt echter samen met de bredere economische ontwikkeling: Er zijn weer miljoenen serveersters en bouwvakkers nodig.

Corruptie

Heeft Rajoy dan tenminste zijn belofte ingelost om iets tegen de in Spanje endemische corruptie te doen? Als we zien dat Rajoy zelf onder verdenking van corruptie staat en niet alleen andere politici van de PP van corruptie verdacht worden, maar ook de partij als zodanig, dan komt Rajoys belofte voor als die van een vos die aan een boer beloofde op zijn kippen te passen.

Het is dan ook de corruptie van zijn partij, die nu ook door de rechter is vastgesteld, die Rajoy politiek de kop heeft gekost. Het meest recente schandaal rond de vroegere president van Madrid, Cristina Cifuentes, heeft aan het licht gebracht met welke vanzelfsprekendheid PP-functionarissen hun ambt misbruikten. Cifuentes had op haar CV aangegeven een Master-graad te bezitten. Om dit af te dekken, toverde de Madrileense universiteit Rey Juan Carlos een document met vervalste handtekeningen tevoorschijn, waarbij men niet terugdeinsde voor het intimideren van een docent.

Maar ondanks deze valsheid in geschrifte, intimidatie enzovoort hielden Rajoy en zijn partij Cifuentes de hand boven het hoofd. Pas toen een paar jaar oud filmpje opdook dat liet zien hoe de toenmalige vicepresident op de cosmetica-afdeling van een supermarkt winkeldiefstal pleegde en daarbij ook nog betrapt werd door de beveiliging, trad Cifuentes onder druk van haar partij terug uit alle politieke ambten.

De Catalaanse kwestie

De PP en Rajoy zijn goede patriotten. Als zodanig zijn ze tegen iedere separatistische versplintering van Spanje. Desalniettemin heeft de PP in het verleden op Baskische en Catalaanse separatisten gesteund voor meerderheden en zo indirect meegewerkt aan de versplintering van Spanje. Dat de PP bereid was tot deze onnatuurlijke samenwerking, is te verklaren uit haar hang aan de macht en de bijbehorende middelen.

Voor de keuze gesteld ‘geld en macht of het vaderland’, kiezen de PP-politici zonder blikken of blozen voor geld en macht. Om deze reden worden de fundamentele problemen van Spanje door PP-regeringen steeds op de lange baan geschoven in de verwachting de gevolgen van hun eigen doortraptheid aan hun opvolgers na te laten. Rajoy ging niet veel anders te werk. Zijn kunstgreep voor het aanpakken van het Catalanenprobleem bestond erin om een fundamenteel politiek conflict in een juridische kwestie te veranderen. Rajoy dacht de zaak hiermee wel baas te worden, maar het draaide zoals we weten uit op politie die burgers neerknuppelde. Op de langere termijn heeft Rajoy Spanje daar geen dienst mee bewezen.

Democratie en justitie

Zoals we in de Catalaanse kwestie al zagen hechten Rajoy en zijn partij grote waarde aan constitutionaliteit, rechtsstaat en democratie. Dat hebben ze de afgelopen jaren althans uitentreuren herhaalt. Tegenover de nieuwe linkse partij Podemos, stelde Rajoy voor het gezonde verstand te staan.

‘Geen experimenten!’ – dat moet dan het conservatieve aan Rajoys liberalisme geweest zijn. Hoezeer Rajoys regering daadwerkelijk de democratie aan het hart ging, kon men tot voor kort aan de Spaanse publieke televisie zien; terwijl onder Zapatero de berichtgeving nog onafhankelijk was, werd er vanaf 2012 weer aan gewerkt een regeringsgetrouwe lijn door te zetten, zoals ook al gebruikelijk was onder Rajoys politieke peetvader José Maria Aznar.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


De klassieke afhankelijkheid van de Spaanse rechtspraak van de politiek werd ook niet minder, maar veeleer tot ongekende hoogte opgedreven, zodat de gehechtheid van de PP aan de rechtsstaat ook niet meer dan een holle frase was. Als voorbeeld hiervoor kan Rajoys eigen dagvaarding vanwege het onderzoek naar de dubbele boekhouding van zijn partij in juli vorig jaar dienen. Niet alleen rechter en openbaar ministerie stonden hem daarbij behulpzaam terzijde. Als premier was Rajoy geen simpele getuige en ook geen eventuele medeplichtige meer.

Sánchez neemt het over

Wordt zonder Rajoy dan alles beter? Dat weten we natuurlijk niet. Het enige dat zeker is, is dat de nieuwe sociaaldemocratische premier Pedro Sánchez Castejón een augiasstal geërfd heeft en niet over de nodige middelen beschikt, om van parlementaire meerderheden en berekenbare coalitiepartners maar te zwijgen, om echt iets wezenlijks uit te richten.

Sánchez heeft politieke moed getoond, maar als leider van een minderheidskabinet zal hij zich nauwelijks kunnen bewijzen. De peilingen wijzen er momenteel dan ook op dat niet Sánchez’ PSOE, maar de liberale partij Ciudadanos van Alberto Rivera de eerstvolgende parlementsverkiezingen zal winnen. Daarna ligt een regering onder leiding van Rivera, met de PP als juniorpartner zowel getalsmatig als qua politieke compatibiliteit voor de hand. Met zijn miserabele economische en nationale beleid heeft Rajoy de klassieke volkspartij PP in de vernieling geholpen, zodat zijn partijgenoten straks als bijrijders mogen toezien hoe de Ciudadanos aan het stuur zitten.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.