Terwijl het Westen, Rusland en islamitische staten als Turkije en Saoedi-Arabië op de westelijke Balkan om invloed concurreren, kon zich de afgelopen jaren op kousenvoeten een andere macht een positie verwerven: China.

De Volksrepubliek heeft voor haar engagement op de zuidoostelijke flank van Europa zowel economische als politieke redenen. Sinds september 2013 werkt Peking aan het ambitieuze project van een ‘Nieuwe Zijderoute ter Zee’, die China via de Indische Oceaan en het Suezkanaal met Europa moet verbinden en in de laatste etappe door de Middellandse Zee naar Griekenland moet leiden. Doel van het project is dat het transport van Chinese goederen naar West-, Centraal en Noord-Europese afzetmarkten eenvoudiger wordt. Hierdoor muteert de Balkan tot een belangrijke doorvoerregio. Derhalve investeert China nu massief in de verkeersinfrastructuur daar.

Infrastructurele projecten

De belangrijkste projecten in dit kader zijn de uitbreiding van de Griekse haven van Piraeus voor bijna een miljard euro en de nog duidelijk kosten-intensievere opwaardering van het spoortraject tussen Belgrado en Boedapest. Bedoeling van dat laatste is dat daar vanaf 2023 goederentreinen met 200 kilometer per uur kunnen rijden.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


De opdrachten voor de bouw van de meestal met krediet gefinancierde verkeersaders, energiecentrales of logistieke centra gaan vrijwel uitsluitend naar Chinese firma’s.

Kolencentrales

Ecologisch problematisch is dat Peking de plannen van Bosnië-Herzegovina, Servië, Macedonië, Roemenië, Griekenland en Kosovo voor de uitbouw van de energievoorziening door talrijke nieuwe kolencentrales ondersteunt. Nu al staan twaalf van de dertig meest vervuilende centrales ter wereld in deze regio. Maar de uitvoering van Pekings plannen vereist nu eenmaal grote hoeveelheden goedkope energie.

Bruinkoolmijn en -centrale bij Megalopolis, Griekenland (foto: Peter Tzeferis)

En daar komen bijvoorbeeld de 15 miljard ton bruinkool onder de grond in Kosovo – meer dan in heel China – van pas. In Europa beschikken alleen Duitsland en Polen over grotere bruinkoolvoorraden. Tegen deze achtergrond komen de pogingen van de EU om de CO2-uitstoot in Europa te reduceren haast deerniswekkend voor.

Politieke bondgenoten

China’s engagement op de Balkan belooft naast economische ook politieke voordelen. De Volksrepubliek kan in de mondiale concurrentiestrijd met de VS bondgenoten goed gebruiken, wanneer het bijvoorbeeld onder vuur wordt genomen ten aanzien van zijn beleid in de Zuid-Chinese Zee of ten aanzien van de islamitische Oeigoeren in Sinkiang. En zulke bondgenoten heeft China nu ook op de Balkan.

Dit blijkt onder andere uit het feit dat Griekenland herhaaldelijk verhinderd heeft dat de EU Peking unaniem veroordeelde voor bepaalde mensenrechtenschendingen of acties die op gespannen voet staan met het internationaal recht.

Volgens de Frankfurter Allgemeine Zeitung zijn er ook aanwijzingen voor een discrete invloed op het Griekse binnenlandse beleid. Zo zou de Chinese ambassadeur in Athene, Zou Xiaoli, in februari 2016 bij de Griekse premier Alexis Tsipras geïntervenieerd hebben, toen asielzoekers in de Grieks-Macedonische grensplaats Idomeni het spoor blokkeerden en daarmee ook de levering van Chinese goederen naar West-Europa ophielden. De Griekse politie zou destijds opvallend snel en effectief gereageerd hebben.

Chinese ‘kolonisatie’ versus Europees paternalisme

Europese Unie vreest inmiddels dat de Balkanlanden door het Chinese engagement in de regio zowel politiek als economisch afhankelijk zouden kunnen worden van Peking. Sommigen in Brussel spreken zelfs van splijting van Europa of het inrichten van Chinese ‘kolonies’ in Europa. Daarbij miskent men de geopolitieke realiteiten van deze tijd. Het traditionele model van de globalisering is passé nu het Oosten in veel opzichten op ooghoogte met het Westen komt.

De Bulgaarse premier Boyko Borisov, hier op een ’16+1′ CEEC-top van Midden- en Oost-Europese landen plus China in Boedapest, 2017, benadrukte desgevraagd dat alle betrokken landen profiteren van de samenwerking van Balkanlanden met China, die “ten doel heeft Europa te versterken, niet te splijten”.

Daardoor is een echte concurrentiesituatie ontstaan, die de Balkanlanden geschikt weten te benutten. In deze landen geldt de EU niet meer uitsluitend als een aantrekkelijke club, waar men tegen elke prijs bij wil horen, maar ook als een paternalistische kolos, die de opbouwsubsidies en -investeringen aan eindeloos veel voorwaarden verbindt. De Balkanlanden zijn het echter beu steeds weer met de eis van hervormingen geconfronteerd te worden die de eigen visie weerspreken – bijvoorbeeld als Russische of Chinese projecten om geopolitieke redenen tegengewerkt worden, onder het voorwendsel van mededingsregels.

Strategische visie

Peking weet dit en presenteert zich dan ook bewust als tegendeel van de EU. Chinese investeringen zijn niet aan belerende observaties of politieke vereisten verbonden. Bovendien ontbreekt het Brussel aan strategische visie – geen wonder gezien de permanente crisismodus waarin de EU al jaren verkeert.

De Volksrepubliek, waarmee landen als Joegoslavië en Albanië al ten tijde van het socialisme nauw samenwerkten, belooft daarentegen snelle en duurzame welvaartsgroei zonder de voor de EU kenmerkende bedilzucht.

Het enige toekomstperspectief dat men daar in Brussel tegenover weet te stellen, is de opening van oeverloze toetredingsonderhandelingen. Landen als Servië, Albanië, Bosnië-Herzegovina en Macedonië zijn echter nog zo verwijderd van de EU-maatstaven, dat de EU deze landen moeilijk kan weerhouden van economische samenwerking met China.

Toenemende presentie op wereldzeeën

China werkt al jaren aan een grootschalige versterking op zee en beschikt inmiddels over de op een na sterkste krijgsvloot ter wereld, na de VS. De Chinese marine beoogt daarbij in toenemende mate ook ver van de kusten van het moederland te opereren.

Dat blijkt bijvoorbeeld uit het plan om al met al zes vliegdekschepen in gebruik te nemen. Daarbij komt de inrichting van militaire bases in het buitenland, zoals bij Obock in Djibouti aan de Hoorn van Afrika. Van hieruit laten zich de handelsroutes in de richting van het Suez-kanaal en Oost-Afrika bewaken.

Militaire en economische wedloop tussen Amerika en China

Want het hoofddoel van de stormachtige uitbouw van de Chinese marine bestaat naast het doorzetten van de aanspraken van Peking in de Zuid- en Oost-Chinese Zeeën in het bewaken van de ‘Nieuwe Zijderoute ter Zee’. Derhalve probeert de Volksrepubliek nog meer marinebases in te richten in de landen aan de Indische Oceaan.

Daarnaast opereren eenheden van de Chinese marine inmiddels regelmatig in de Middellandse Zee en andere Europese randzeeën. In de zomer van 2017 namen Chinese eenheden zelfs aan manoeuvres van de Russische marine in de Oostzee deel.

Parallel hieraan bouwt China zijn civiele infrastructuur langs de maritieme zijderoute uit. Voorbeelden hiervan zijn, naast de grote investeringen in de haven Piraeus in Griekenland, het engagement in Pakistan, Birma en Sri Lanka. De haven van Hambantota werd zodoende door Peking voor 99 jaar gepacht van Sri Lanka en dient nu als tussenstation naar Oost-Afrika, de Perzische Golf en Europa. Dezelfde functie vervult de voor 40 jaar gepachte diepzeehaven van Gwadar in Zuidwest-Pakistan. Bij Jiwani, tussen Gwadar en de Iraanse grens moet verder nog een basis van de Chinese marine ontstaan.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.