Op 4 oktober is het 60 jaar geleden dat Charles de Gaulle officieel de Vijfde Franse Republiek uitriep, nadat 80 procent van de kiezers zich op 28 september 1958 voor de daaraan ten grondslag liggende nieuwe grondwet had uitgesproken.

Aanleiding voor de invoering van een nieuw staatsbestel, die de overgang van het parlementaire stelsel van de Vierde Republiek naar het semi-presidentiele systeem van de Vijfde inhield, waren de instabiele coalitiemeerderheden die het land ten tijde van de Vierde Republiek in politieke chaos stortten.

Na het begin van de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog in 1954 trad de verlamming door interne verdeeldheid van de opeenvolgende regeringen bijzonder drastisch aan de dag, zodat na de putsch van Algiers in 1958 uiteindelijk De Gaulle als redder van de parlementariërs op het politieke toneel teruggeroepen werd. De Gaulle koesterde een grote afkeer van de meerpartijenstaat en zag daarin een van de hoofdoorzaken voor de politieke zwakheid van de regeringen sinds de Tweede Wereldoorlog.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Door de sterke positie te creëren van een in twee stembusgangen direct door het volk te kiezen president, die boven de dagelijkse politiek zou staan en de regering zou benoemen en ontslaan, dacht De Gaulle de macht van de partijen te kunnen breken.

Dit meerderheidsstelsel met twee stembusgangen vinden we in Frankrijk op alle bestuursniveaus terug. Bedoeling ervan is de macht van de partijen te breken en door een ideologisch bipolair systeem stabiliteit te creëren. Maar hoe ziet het eruit als we 60 jaar na de oprichting van de Vijfde Republiek de balans op maken van dit stelsel?

Door de oorspronkelijk zeven- en inmiddels nog vijfjarige ambtstermijn van de president is het zonder twijfel gelukt, om met name het buitenlandbeleid van Frankrijk, het domein van de president, en in mindere mate de binnenlandse politiek te stabiliseren.

Het meerderheidsstelsel, waarin in de tweede ronde van verkiezingen alleen die kandidaten deel (kunnen) nemen die in de eerste ronde meer dan 20 procent van de stemmen wonnen, vormt echter een democratisch probleem. In de regel overleven slechts twee, hooguit drie kandidaten de eerste ronde, zodat voor veel kiezers in de tweede ronde niets anders overblijft dan een keuze voor het vermeende kleinere kwaad. In de afgelopen jaren neemt de bereidheid tot dergelijke compromissen onder de kiezers af. Bij veel stembusgangen bereikt het aantal niet-stemmers inmiddels de vijftig procent.

Een ander probleem is de wijdverbreide praxis om in de eerste ronde niet op kandidaten te stemmen waar men ideologisch sympathie voor heeft maar waarvan men de kansen als gering inschat, uit angst dat een kandidaat met meer kans de tweede ronde niet haalt. Door deze praxis wordt de macht van de grote partijen verder geconsolideerd, terwijl deze steeds minder kiezers vertegenwoordigen.

Het kiesstelsel maakt het de gevestigde partijen verder mogelijk om door systematische allianties in de tweede stemrondes het voormalige Front National – nu Rassemblement National – al sinds de jaren ’80 de representatie te ontzeggen die het op grond van zijn stemmen zou moeten hebben. Hoewel de partij soms wel een derde van de stemmen vergaarde, was ze door de jaren heen niet vertegenwoordigd in de Nationale Vergadering of slechts met een zetel aantal dat in geen verhouding staat tot het aantal stemmen. Als gevolg hiervan boycotten veel kiezers van FN/RN de tweede stemrondes en voelen zich gepiepeld door het systeem.

Het Rassemblement National, maar ook diverse kleine partijen eisen daarom reeds lang een grondwetswijziging ten faveure van een proportioneel kiesrecht, zoals in de Vierde Republiek. De communisten en de nieuwe links-radicale partij La France Insoumise, hadden in 2017 samen een vergelijkbaar aandeel van de stemmen als het Front National, maar bezetten meer zetels in het parlement, omdat de Socialisten en Groenen als ze de tweede ronde niet halen voor hen kiezen. Niettemin willen die radicaal-linkse partijen de “presidentiële monarchie”, zoals FI-leider Jean-Luc Mélenchon de Vijfde Republiek noemt, vervangen door een democratischer systeem, om zo de kloof tussen burger en politiek te dichten.

Nog een ander probleem is de verkorting van de ambtstermijn van de president tot vijf jaar en de gelijktijdigheid van de presidentsverkiezingen met de verkiezingen voor een eveneens voor vijf jaar gekozen Nationale Vergadering door Jacques Chirac in 2000. Deze maatregel is destijds weliswaar genomen om een instabiele ‘cohabitatie’ van een president en een parlementaire meerderheid van onderscheiden politieke kleur te voorkomen, omdat de kiezers in de regel bij kort na elkaar plaats vindende verkiezingen in meerderheid beide malen links dan wel rechts stemmen, maar dit stabiliserende element heeft tegelijk tot verzwakking van de machtendeling en tot vergroting van de macht van de gevestigde partijen geleid.

Sinds de verkiezing van Emmanuel Macron (ex-PS) tot president, dankzij een nog niet eerder geziene gezamenlijke propagandacampagne van alle mainstream media treedt nog een andere zwakke plek van het Franse systeem aan de dag: de gevoeligheid voor absolutistisch leiderschap. Macrons beweging ‘La République en Marche’ (LREM) is geen partij in de gebruikelijke zin van het woord, maar een vergaarbak voor dikwijls incompetente personen die totaal afhankelijk zijn van de president en in de meeste gevallen geen zelfstandige politieke verankering in hun kiesdistrict hebben. LREM heeft als enige programmapunt om in het parlement zonder mitsen of maren voor de in de campagne vaag gehouden beloftes van de huidige president te stemmen. Alle LREM-kandidaten moesten zodoende voor hun plaatsing op de kieslijsten een contract met Macron tekenen, waarin ze zich verplichtten, precies dat te doen. Daarmee is de scheiding der machten praktisch opgeheven.

Al met al laat zich concluderen dat de Vijfde Republiek met zijn meerderheidsstelsel het land ten koste van een parlementaire vertegenwoordiging van de wil van de kiezers politieke stabiliteit gebracht heeft. Op grond van de dominante rol van de president is het politieke systeem bijzonder kwetsbaar voor autoritarisme en machtsmisbruik – in het bijzonder wanneer de president op een parlementaire meerderheid van zijn eigen partij kan bogen, zoals meestal het geval is.

Noud Ingen-Housz ~ Zo bezig met zichzelf. Een politieke biografie van Frankrijk

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.