Op 16 februari wordt in Litouwen gevierd dat het honderd jaar geleden is dat Litouwen zich onafhankelijk verklaarde van Rusland. Dat werd mogelijk gemaakt door de Duitse bezetter.

In de Middeleeuwen ontstond het grootvorstendom Litouwen, dat veel groter was dan de huidige republiek. Aanvankelijk omvatte het ook delen van Wit-Rusland en op zijn grootst ook delen van het huidige Oekraïne en het westen van Rusland. Tegen het eind van de Middeleeuwen begon met het huwelijk van de Poolse koningsdochter Hedwig van Anjou met de Litouwse grootvorst Jogaila de Poolse-Litouwse unie, die Litouwen de zelfstandigheid zou kosten. Waar het aanvankelijk om een personele unie ging, werd het al snel een echte unie onder Poolse leiding.

Eind 18e eeuw ging de Pools-Litouwse adelsrepubliek vervolgens ten onder in de zogenoemde Poolse delingen. Het huidige Litouwen kwam net als de meeste historisch Litouwse gebieden onder Russisch bewind en zou tot de Eerste Wereldoorlog onderdeel van Rusland blijven.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Om het op grond van het Von Schlieffen-plan te verwachten grote Duitse offensief tegen Frankrijk wind uit de zeilen te nemen, begonnen de Russen in overleg met de Fransen meteen na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog een offensief gericht op Oost-Pruisen, dat als een kwetsbaar balkon uitstak in de Rusissche invloedssfeer.

De Duitsers slaagden er echter niet alleen in dit Russische offensief af te slaan, maar drongen op hun beurt diep in het Russische territorium binnen. In 1915 hadden de Duitsers Litouwen volledig veroverd. Litouwse nationalisten zagen nu hun kans om onafhankelijkheid voor Litouwen te verkrijgen. De Russen hadden bij hun militaire terugtocht ook het bestuurlijke apparaat meegenomen. De Duitsers moesten dus sowieso met de Litouwers een nieuw ambtelijk apparaat optuigen om het land te besturen.

Veel Duitse officieren realiseerden zich echter niet dat ze van de Litouwers bondgenoten tegen de Russen konden maken. De Duitsers verloren dan ook veel sympathie onder de Litouwse bevolking door het opvorderen van levensmiddelen en het ronselen voor dwangarbeid. Ook de Russen hadden echter veel gevergd van de Litouwers. De Russische strijdkrachten verwachtten bijvoorbeeld van Litouwse burgers dat ze zich met hen terug zouden trekken in het binnenland van het tsarenrijk. Voor de Litouwers die daar gehoor aan gaven was echter nauwelijks iets voorbereid. De sanitaire voorzieningen in de opvanglocaties waren miserabel.

Twee historische gebeurtenissen in 1916 en 1917 maakten dat het idee van een Litouwse natiestaat meer begon te leven. Ten eerste was er de oprichting van het Regentschapskoninkrijk Polen op het gebied van het Congreskoninkrijk dat in personele unie stond met Rusland. Met het door het oprukken van de Centrale mogendheden mogelijk gemaakte heroprichten van een onafhankelijke Poolse staat bestond het risico dat deze op enig moment ook weer zijn oog zou laten vallen op de Litouwse gebieden. Weinig Litouwers zaten er echter op te wachten de Russische overheersing in te ruilen voor een Poolse. De Litouwse nationalisten neigden ook allengs meer naar een natiestaat, en wilden dus geen aanspraak maken op historisch Litouwse gebieden waar geen etnische Litouwers woonden.

Ten tweede was er de Russische Revolutie. Waar er onder de tsaren geen discussie was over de vraag van Litouwse onafhankelijkheid, lieten de Russische machthebbers zowel na de Februari- als na de Oktoberrevolutie doorschemeren dat er over te praten viel – of dat nu overtuiging was of omdat men het aantal tegenstanders overzichtelijk wilde houden.

De Litouwse Raad, november 1917

De Duitse leiding zag dit ook in en om hun situatie in Litouwen eenvoudiger te maken, stonden ze de vorming van een comité toe, dat de zaak moest voorbereiden. Deze werd op 4 augustus 1917 opgericht in Vilnius en riep een zo representatief mogelijke verzameling afgevaardigden samen. Deze conventie van 214 afgevaardigden koos uit hun midden een 20-koppige Litouwse Raad. Op 29 november 1917 verklaarde de Duitse rijkskanselier in de Rijksdag in Berlijn Litouwen onafhankelijk. In afstemming met de Duitse bezettingsmacht proclameerde de Litouwse raad op 11 december 1917 “de heroprichting van een onafhankelijke Litouwse staat met Vilnius als hoofdstad”. Deze zou weliswaar formeel onafhankelijk zijn, maar duurzame bijzondere banden onderhouden met het Duitse rijk. Dat was de Duitse voorwaarde voor de Litouwse onafhankelijkheid geweest. Zo was er samenwerking op militair gebied en een douane- en muntunie voorzien.

De Litouwers waren niet alleen bereid met de Duitse voorwaarden in te stemmen omdat hun militairen nog altijd in het land waren, maar ook omdat er Duits-Russische vredesonderhandelingen aan zaten te komen, zodat het voor de Litouwers relatief gunstig was om op voorhand duidelijkheid te hebben in plaats van het voorwerp van onderhandelingen tussen Duitsers en Russen te worden.

Op 16 februari 1918 trok de Litouwse Raad echter alsnog de stoute schoenen aan en vaardigde een nieuwe proclamatie van een onafhankelijke Litouwse staat uit, waarin nu geen sprake meer was van een bijzondere relatie met Duitsland. Dat lieten de Duitsers echter niet zonder meer over hun kant gaan en zij eisten van de Litouwers een onderschrijving van de in de proclamatie van 11 december aangegane relatie met het Duitse rijk. Pas nadat de Litouwers een beetje toegaven, verklaarde de Duitse keizer op 23 maart 1918 Litouwen onafhankelijk.

Begrijpelijkerwijs vieren de Litouwers vandaag de dag 16 februari 1918 en niet 29 november 1917, 11 december 1917 of 23 maart 1918 als hun Onafhankelijkheidsdag. Wie wil er nu immers zijn onafhankelijkheid te danken hebben aan de ruimhartigheid van een bezetter? Ook een al te grote nadruk op het feit dat men destijds bereid was zich te verbinden aan de grootmacht die uiteindelijk als verliezer van de oorlog zou gelden, zou de feestvreugde maar drukken. Dat de Litouwse Raad na zijn gedurfde proclamatie van 16 februari 1918 weer terug moest krabbelen om de goedkeuring van de Duitse bezettingsmacht te krijgen, dat kan men in Vilnius nog wel onder het tapijt vegen.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.