Libië neemt een sleutelpositie in in de migratiestromen van Noord-Afrika naar Italië. Door de destabilisatie van dat land heeft Europa de huidige massale vluchtelingenstroom over zichzelf afgeroepen. Het is een drama wanneer vluchtelingen verdrinken in de Middellandse Zee. Naast het dramatische is er ook het ironische. De droevige ironie is namelijk dat de Europeanen zelf de situatie in Libië veroorzaakt hebben die hen nu zoveel zorgen bereidt. Een door Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk aangevoerde ‘coalition of the willing’, zorgde – met een vooral door de Verenigde Staten stevig facilitair ondersteunde – militaire operatie in 2011 voor de gewelddadige omverwerping van het regime van Moammar Gadaffi.

Libië, bestaat dat wel?

Kolonel Gadaffi, afkomstig uit de omgeving van de havenstad Sirte, en ooit na een staatsgreep aan de macht gekomen, leidde het land met harde hand. Ideologisch stond Gadaffi voor een combinatie van islam en socialisme. Het ontstaan van een Libische nationale identiteit is hij echter altijd tegengegaan. Hij speelde liever de verschillende stammen tegen elkaar uit, om er zo zeker van te zijn dat een eventuele revolutie tegen hem geen brede basis zou vinden. Na de val van Gadaffi was er dan ook geen gedeelde cultuur om een beroep op te doen. Er zijn zelfs geen goede verbindingen tussen de verschillende delen van het land, zodat wie bijvoorbeeld van de hoofdstad Tripoli in het noordwesten naar de belangrijke havenstad Bengazi in het noordoosten wil reizen, het beste per boot op vliegtuig kan gaan.

In het machtsvacuüm dat na de val van de kolonel achterbleef, ontstond dan ook niet de door de Europeanen gewenste democratie, maar laaide het gewapende conflict tussen verschillende stammen weer op. Ook nu, enkele jaren later, zijn deze stammen niet van zins het nastreven van hun eigen doelen op te geven voor de democratische dictatuur van de meerderheid.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Naast de elkaar bestrijdende stammen zijn er ook tenminste drie islamistische groeperingen in Libië te onderscheiden: Ansar al-Sharia (‘aanhangers van het islamitisch recht’), Al Qaida van de Islamitische Maghreb (AQIM) en Islamitische Staat (IS). Deze drie groeperingen onderhouden ook contacten met elkaar. Ze slaan overigens geen acht op landsgrenzen, maar zijn bijvoorbeeld ook in Tunesië en Algerije actief. Momenteel hebben ze een uitgestrekt gebied in handen dat delen van het westen van Libië, het zuiden van Tunesië en het oosten van Algerije omvat.

Tunesië

Ook Tunesië blijft een erg instabiel land. Al voor de socialistische president Ben Ali in 2011 van de troon werd gestoten, was islamistisch terrorisme een groot probleem. Het afnemende staatsgezag, ook hier door de Amerikanen en Europeanen ondersteund, heeft er echter toe gelegd dat de islamisten zich in de grensgebieden in het zuiden permanent konden vestigen. De situatie in Tunesië is weliswaar lang niet zo erg als in Libië, er is echter ook geen vooruitzicht op stabilisatie.

In Tunesië en Libië zien we duidelijk dat de mogelijkheid van democratie ook een bepaald soort samenleving vereist. Daarom laat democratie zich ook niet van de ene op de andere dag invoeren. Het is überhaupt de vraag of democratie zich wel laat exporteren. Ook Europese landen hebben immers zeer uiteenlopende democratische bestellen die dikwijls stap voor stap in de loop van decennia of eeuwen geworden zijn tot wat ze nu zijn. Er is kortom niet één universele vorm van democratie die overal ingevoerd kan worden, er zijn slechts particuliere uitdrukkingen van een abstract beginsel. Als we dat inzien, waarom zouden we dan ook niet toelaten dat voor sommige landen misschien een ander staatsbestel gepaster is, een bestel dat zich ook geleidelijk weer kan ontwikkelen, eventueel in democratische richting?

Hoe dan ook laat de situatie in Libië en Tunesië wel zien dat de Westerse inmenging de democratie daar niet vooruit geholpen heeft, wel integendeel. Deze landen moeten zelf hun weg naar een stabiele ontwikkeling vinden.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.