Diverse Europese landen proberen nieuwe energiebronnen aan te boren, daarbij treden niet zelden conflicterende belangen op. Dat landen zich gelijktijdig verdringen om nieuwe energiebronnen en nieuwe aanvoerroutes voor buitenlandse energie te verkrijgen, heeft verscheidene redenen. Ten eerste economische redenen, de schaarsheid van fossiele brandstoffen. Ten tweede politieke redenen. De politieke redenen zijn weer onder te verdelen in geopolitieke redenen en redenen die voortvloeien uit internationale afspraken ten aanzien van milieubelasting.

Zo streeft het Verenigd Koninkrijk, dat zich er lang op deed voorstaan zichzelf te kunnen bedruipen inzake energie, er inmiddels naar om meer internationale verbindingen tot stand te brengen voor de levering van elektriciteit. Tot nu toe bestond een dergelijke verbinding alleen met Nederland en Frankrijk. De wens meer energie uit het buitenland te betrekken is in het geval van de Britten enerzijds ingegeven door het feit dat de Britse olie- en gasvoorraden opraken of moeilijker te delven worden, anderzijds door Europese ‘klimaatafspraken’. Dit leidt ertoe dat men vooral zoekt naar een verbinding met IJsland en een verbinding met Noorwegen. Eind dit jaar wordt reeds de ingebruikname van een verbinding met de Ierse Republiek voorzien, die Groot-Brittannië van windenergie van haar Atlantische kust zal voorzien.

Noorwegen beschikt over een overschot aan windenergie en zou dus aan het buitenland kunnen leveren. De Noren kunnen een bekend nadeel van windenergie, dat er soms weinig tot geen wind staat, ondervangen, door energie op te slaan. Dat kunnen ze doen door een deel van de windenergie te gebruiken om water in stuwmeren te pompen. Wanneer dan de energieopbrengst van de windmolens afneemt, kan dit gecompenseerd worden door het water uit de stuwmeren door turbines te laten weglopen. Naast de Britten hebben ook de Duitsers belangstelling om energie uit Noorwegen te betrekken. IJsland, dat bekend staat om zijn vulkanen en geisers, kan geothermale energie leveren.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Tot slot wil de Britse regering investeren in energie uit getijdewerking. Daartoe zou een verbinding met het Kanaaleiland Alderney tot stand gebracht moeten worden. Deze verbinding zou doorgetrokken kunnen worden naar een nieuwe kerncentrale aan de Franse kust. Onder andere de Britse en Franse regeringen zijn er voorstander van in EU-verband kernenergie als energiebron die minder CO2-uitstoot oplevert toe te staan.

De internationale verbindingen van het Britse elektriciteitsnetwerk, in oranje de voorgestelde verbindingen, in groen in aanleg zijnde en in blauw reeds bestaande.

Geologen wijzen er op dat Groot-Brittannië over een grote hoeveelheid schaliegas beschikt, het zou zelfs kunnen betekenen dat het land weer zelfvoorzienend zou kunnen worden. De winning is echter vooralsnog erg kostbaar en omstreden. Zo bliezen Frankrijk en Bulgarije eerder al de winning van schaliegas af, omdat het te grote risico’s opleverde voor besmetting van het grondwater. Hierbij ging het dus echter om schaliegas dat op land gewonnen werd, terwijl de ‘enorme hoeveelheid’ schaliegas van de Britten waarover in de pers gesproken wordt zich op zee bevindt, in het Britse deel van de Noordzee.

Diverse Centraal-Europese landen leggen ook meer internationale verbindingen, daarbij gaat het vooral om landen uit het voormalige Warschaupact. De energie-infrastructuur van deze landen is veelal nog op het oosten gericht. Met name de Visegradlanden (Polen, Tsjechië, Slowakije en Hongarije) en de Baltische staten willen echter hun afhankelijkheid van Rusland verkleinen. Een bekend probleem met de Russische gasleveranties is, dat Rusland soms de gaskraan dichtdraait wanneer er onenigheid is met Oekraïne. Oekraïne is echter het voornaamste doorvoerland voor gasleveranties voor veel Centraal-Europese landen. Door nieuwe gaspijpleidingen aan te leggen richting de kust van de Adriatische en Zwarte Zee en door elektriciteitsverbindingen te leggen met andere Centraal-Europese landen als Duitsland en Oostenrijk en door de Visegradlanden onderling beter te verbinden, hoopt men de afhankelijkheid van Rusland en de grillige Oekraïense politiek te verkleinen. Polen blokkeert vooralsnog een deel van de EU-afspraken over CO2-uitstoot, omdat men er simpelweg niet aan denkt te kunnen voldoen. De belangrijkste energiebron waarover Polen beschikt is de Silezische steenkool. Polen was in 2009 de op acht na grootste producent van steenkool ter wereld, gevolgd door Tsjechië, en na Duitsland de grootste gebruiker in Europa. Niet alleen in het geval van de zelfvoorzienendheid van het Verenigd Koninkrijk komen de ecologische en geopolitieke overwegingen inzake energie met elkaar in conflict. Zo leverde een milieuorganisatie die fel gekant is tegen de winning van schaliegas onlangs fikse kritiek op een Poolse liberale europarlementariër die een volgens de organisatie te rooskleurig rapport uitbracht over de milieueffecten van de winning van schaliegas. Dit zou ingegeven zijn door een anti-Russische vooringenomenheid. Centrum-rechtse Poolse politici stellen echter dat Rusland zich in de handen zou wrijven wanneer Europese landen geen gas winnen uit schaliegas, terwijl Rusland dit wel doet. Europese landen zouden zo afhankelijk blijven Russisch gas.

Terwijl landen als Duitsland en Oostenrijk, in de nasleep van de aardbeving en tsunami die leidden tot het falen van een kerncentrale in Fukushima, besloten hun kerncentrales te sluiten, beschikt een land als Hongarije over 4 kerncentrales en heeft het plannen voor een vijfde. Door de nieuwe internationale verbindingen is het niet uitgesloten dat Oostenrijkse huishoudens op termijn Hongaarse kernenergie zouden gebruiken. Landen als Hongarije en Slowakije hebben ook een potentieel aan geothermale energie. De kapitaalkosten voor de winning van geothermale energie zijn echter sowieso hoog en daarbij is de geothermale energie in het Donaubekken niet zo makkelijk toegankelijk als die op IJsland. Overigens benut IJsland nog lang niet zijn volle potentieel aan geothermale energie. Zo produceerde Italië (843 MW)  in 2010 meer elektriciteit uit geothermale energie dan IJsland (575 MW), hoewel in het geval van het dunbevolkte IJsland geothermale energie een veel groter deel (zo’n dertig procent) van de totale energievoorziening uitmaakte dan in Italië waar het slechts anderhalf procent uitmaakte. Overigens is hier de directe aanwending van geothermale energie niet in meegerekend.

Op Europees niveau wordt reeds enige tijd gesproken over een ‘Europees supernetwerk’ van electriciteitsverbindingen. Dit plan omvat ook verbindingen naar Noord-Afrika en grootschalige winning van zonne-energie in de Sahara. In de praktijk hangt de totstandkoming van internationale verbindingen in het elektriciteitsnetwerk echter nog altijd af van het initiatief van de lidstaten. De Europese Commissie presenteert deze initiatieven graag als onderdeel van haar masterplan, maar nationale regeringen weten wel beter.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.