Media berichten regelmatig over de vermeende opkomst van extreem-rechts of rechts populisme in diverse Europese landen. Veel van de landen in kwestie kennen echter ook – en vaak al langer – een sterke aanwezigheid van extreem-linkse of links-populistische partijen in de politiek. Sommige van die partijen dragen zelfs regeringsverantwoordelijkheid.

Zo werd in de Nederlandse media veelvuldig bericht over de vorige minderheidsregering in Denemarken die met gedoogsteun van de rechts-populistische Deense Volkspartij regeerde, maar nauwelijks over de huidige minderheidsregering die met gedoogsteun van de extreem-linkse Eenheidslijst regeert. Enkele politici van die partij zouden in het verleden zelfs terroristische organisaties gesteund hebben. Ook binnen de minderheidsregering zijn er een aantal socialistische bewindslieden die zich nog nooit verantwoord hebben over hun communistische verleden, waarin zij mogelijk geld hebben aangenomen van de communistische partij van de Sovjet-Unie. In andere Noord-Europese landen, zoals Zweden en Finland, zagen we recent – in respectievelijk de Zweden Democraten en de Ware Finnen – rechts-populistische partijen opkomen. Ook daar geldt dat er al langer extreem-linkse partijen in het parlement vertegenwoordigd zijn.

Met de op handen zijnde presidentsverkiezingen in Frankrijk, horen we ook weer het een en ander over het Front National, aangezien Marine Le Pen al enige tijd als derde in de peilingen staat na de sociaal-democraat François Hollande en de centrum-rechtse Nicolas Sarkozy. Het Front National slaagde er bij de laatste parlementaire verkiezingen echter niet in om zetels in de Nationale Vergadering of de Senaat te veroveren.  Er namen wel enkele tientallen communistische leden in die beide huizen zitting.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


In het oosten van Duitsland is de Nationaal Democratische Partij (NPD) er met veel pijn en moeite in geslaagd in een aantal deelstaten met de hakken over de sloot in het regionale parlement te komen. ‘De Linksen’, een fusie van de opvolger van de Socialistische Eenheidspartij (SED) van de DDR en een aantal marginale West-Duitse splintergroeperingen, slaagt er echter in toenemende mate in niet alleen in het oosten maar ook in het westen van Duitsland voet aan de grond te krijgen. Waar de NPD inmiddels in enkele Oost-Duitse deelstaten al weer aan populariteit inboet en er nooit in geslaagd is met succes aan de Bondsdagverkiezingen deel te nemen, bezetten De Linksen inmiddels 76 zetels in de Bondsdag, regeren ze mee in de deelstaat Brandenburg en komt dat ook in andere deelstaten steeds vaker als reële optie ter sprake. De partijvoorzitter van De Linksen heeft vorig jaar nog gepleit voor het vinden van ‘nieuwe wegen naar het communisme’.

Als het over de politiek van Italië gaat, horen we vaak over de rechts-populistische Lega Nord. Dat is inderdaad een opmerkelijke partij, die als belangrijkste doelstelling meer autonomie voor het noorden heeft. Toch is ze in staat geweest om een coalitie te vormen met het liberaal-conservatieve  Forza Italia en de Nationale Alliantie. De Nationale Alliantie onder leiding van Gianfranco Fini fuseerde later met Forza Italia tot ‘Het Volk van de Vrijheid’. Weer later scheidde Fini zich weer met enkele afgevaardigden en senatoren van die partij af om de nieuwe partij ‘Toekomst en Vrijheid’ te beginnen (de afgevaardigden en senatoren die zich afscheidden waren overigens afkomstig uit beide bronpartijen). In de media wordt nog wel eens naar Fini’s partij verwezen als ‘post-fascistisch’. Dat is echter alsof men GroenLinks als post-communistisch omschrijft; er zit wel een kern van historische waarheid in, maar het biedt geen adequate omschrijving van de huidige stand van zaken. In het Italiaanse politieke krachtenveld neemt de partij van Fini een vergelijkbare positie in als D66 in Nederland. Nu zou je dit kunnen verklaren uit het gegeven dat het fascisme altijd een progressieve ideologie geweest is, maar het moge duidelijk zijn dat het niet opgaat om een politicus met een post-fascistisch politiek verleden automatisch als extreem-rechts weg te zetten, zoals het ook geen zin heeft om GroenLinks altijd een communistisch verleden na te dragen terwijl ze zich inmiddels verder ontwikkeld heeft. Overigens zijn er ook (oud-)communisten onder de afgevaardigden en senatoren van de oppositionele Democratische Partij, sterker nog: de Italiaanse president Georgio Napolitano is een post-communist. Dat Gianfranco Fini een post-fascistische partij geleid heeft, wordt hem nog altijd nagedragen; tegelijkertijd is het geen enkel probleem dat José Manuel Barroso, de voorzitter van de Europese Commissie, een maoist geweest is of dat enkele van zijn collega’s in de Europese Commissie vroeger fervente trotskisten waren.

In Griekenland zitten er 15 rechts-populisten in het parlement, daar staan echter 34 extreem-linkse parlementariërs tegenover.  In Spanje zijn er geen rechts-populistische of extreem-rechtse partijen vertegenwoordigd in het parlement, maar wel het communistische Verenigd Links met 9 zetels, en in totaal 5 extreem-linkse afgevaardigden uit Catalonië en Galicië. Ook in Portugal zijn geen extreem-rechtse of rechts-populistische partijen in het parlement aanwezig, maar wel 14 communistische en 8 anderszins extreem-linkse afgevaardigden. Cyprus wordt momenteel door een communistische partij geregeerd en heeft ook een communistische president.

Naast de 14 afgevaardigden van de links-nationalistische en socialistische Sinn Féinn die vanuit de geschiedenis van Ierland goed te verklaren is, zitten er in het parlement ook nog 4 trotskisten. De extreem-linkse partij Respect is bij de laatste verkiezingen niet in het Lagerhuis van het Parlement van het Verenigd Koninkrijk terug gekeerd. Dat heeft echter ook met het Britse kiesstelsel te maken, zodat ook de nationalistische British National Party (BNP) er niet vertegenwoordigd is, terwijl deze sinds de laatste Europarlementsverkiezingen voor het eerst in Brussel aanwezig is. De eurosceptische en libertarische UK Independence Party (UKIP) is sinds 2004 één van de grootste partijen in de Britse afvaardiging naar het Europees parlement. Bij verkiezingen voor het nationale parlement is  UKIP vaak de grootste partij onder de partijen die geen zetels weten te bemachtigen.

In het deel van Europa dat eens tot het Warschaupact behoorde zijn ook diverse nationalistische partijen te vinden. Daarbij moet echter wel bedacht worden dat veel van de ‘sociaaldemocratische’ partijen in die landen zogenaamde ‘hervormde’ communistische partijen zijn en deels bevolkt worden door de apparatsjiks uit de Koude Oorlog. Ook geldt in sommige van die landen dat de ideologie van een partij niet voorop staat, maar fungeert een partij vooral als een manier voor baantjesjagers om op machtsposities terecht te komen of om de belangen van een bepaalde bevolkingsgroep te dienen. Dit zien we bijvoorbeeld in Roemenië, waar de Humanistische Partij zich omdoopte tot Conservatieve Partij en samenwerkt met de Socialisten en sommige politici zonder veel moeite van team wisselden tussen andere partijen.  De nationalistische Groot Roemenië Partij lijkt inmiddels over zijn hoogtepunt heen en is niet meer in het parlement vertegenwoordigd. In Hongarije waar de regering van het conservatieve Fidesz en de christendemocratische KDNP, onder invloed van de verbolgen linkse oppositie, momenteel zo onder vuur ligt vanuit Brussel, is sinds de laatste parlementsverkiezingen ook het nationalistische Jobbik vertegenwoordigd in het parlement. Bij de verkiezingen in 1998 trad voor het eerst een nationalistische partij (MIEP) tot het Hongaarse parlement toe. Aan de verkiezingen in 2002 en 2006 namen nationalisten ook deel, maar zij slaagden er toen niet in in het parlement te komen. Gezien de volatiliteit van het Hongaarse politieke landschap en de weinig constructieve rol die Jobbik speelt, is het maar de vraag of de partij bij volgende verkiezingen haar sterke resultaat uit 2010 kan handhaven. De socialisten, die moord en brand schreeuwen nu rechters en andere invloedrijke personen die nog in het communistische tijdperk aangesteld zijn, de laan uit worden gestuurd door de nieuwe centrum-rechtse regering, raken ondertussen steeds verder verdeeld, nu de voormalige premier zich met een aantal parlementariërs heeft afgesplitst.

In Tsjechië zijn geen nationalisten of rechts-populisten in het parlement vertegenwoordigd, wel is er sinds jaar en dag een niet geringe communistische fractie. In Slowakije kent het parlement weliswaar 9 nationalistische afgevaardigden van de SNS, de links-populistische voormalige regeringspartij Smer heeft echter de grootste fractie. Tot de verkiezingen in 2010 regeerde Smer samen met de nationalisten van de SNS en het links-nationalistische LS-HZDS van Vladimir Meciar. Bij de laatste verkiezingen heeft Smer een groot deel van de achterban van de inmiddels kwakkelende LS-HZDS geabsorbeerd. In Polen zijn sinds het verdwijnen van de links-populistische Zelfverdedingingspartij en de nationaal-katholieke Liga van Poolse Gezinnen geen populisten meer in de Sejm aanwezig, de beide partijen haalden op hun hoogtepunt, de verkiezingen in 2005, respectievelijk circa 11 en 8 procent van de stemmen.

Dan zijn er nog de landen die deel hebben uitgemaakt van de Sovjet-Unie. In de eerste plaats de Baltische staten, die in politiek opzicht onderling toch erg verschillen. Zo vertoont het parlement van Estland een vrij rustig beeld, terwijl de politiek van Letland al jaren geteisterd wordt door eindeloze politieke herverkaveling. In de Letse politiek van de laatste tijd speelt de afrekening met bepaalde oligarchen een rol en een terugkerend thema is de positie van de Russisch sprekende minderheid. Ook Litouwen heeft veel hergroeperingen gekend in de politiek, waarbij diverse populistische politici zijn opgetreden. Bij de laatste verkiezingen heeft de populistische Arbeidspartij, opgericht door de Russische miljonair Viktor Uspaskich, bijvoorbeeld fors aan invloed ingeboet.

Dan zijn er nog Wit-Rusland, Oekraïne en Moldavië. Wit-Rusland wordt zoals u weet dikwijls de laatste dictatuur van Europa genoemd. De Wit-Russische oppositie wordt nog wel eens nationalistisch genoemd, omdat men er niet mee akkoord gaat dat het linkse regime van Loekasjenko het nationale erfgoed verkwanseld. Bij tijd en wijle probeert Loekasjenko weliswaar een zekere vorm van patriottisme aan te wakkeren, dat hangt echter vooral samen met de grillige verhouding met Rusland. Feit blijft dat de Wit-Russische taal wordt achtergesteld op de Russische, sterker nog in het openbaar vaak niet wordt geaccepteerd. Wit-Russische culturele evenementen moeten dan ook altijd vrezen voor een inval van de politie. In Oekraïne zijn de centrum-rechtse partijen er niet in geslaagd hun regeringstermijn na de Oranje Revolutie tot een succes te maken. Van de weeromstuit deelt nu de Partij van de Regio’s (PR)  alsnog de lakens uit.  De PR heeft een coalitie gevormd met het blok van Lytvyn en de Communistische Partij. In Moldavië brokkelt de alleenheerschappij van de Communistische Partij zo langzaam af dat het parlement voor de zoveelste keer niet in staat is gebleken een president aan te stellen. Er is nu met veel pijn en moeite een regering van liberaal-conservatieven, liberalen en sociaal-democraten, maar de communisten zijn nog altijd de grootste partij.

In het voormalig Joegoslavische Slovenië tot slot keerden bij de laatste verkiezingen de nationalisten niet in het parlement terug, maar de verkiezingen werden gewonnen door het links-populistische Positief Slovenië. Die partij stelde – net zoals onlangs de Nederlandse SP trouwens – voor om de staatsschuld nog verder op te laten lopen.

We zien al met al dat er in diverse Europese landen weliswaar opkomende nationalistische of rechts-populistische partijen zijn. Daar staat echter tegenover dat nationalistische partijen niet altijd als rechts, maar soms eerder als links te kwalificeren zijn. Verder valt op dat rechts-populistische of nationalistische partijen soms een kort leven beschoren zijn of er niet in slagen hun aanwezigheid in het parlement te bestendigen, waardoor ze na een opmerkelijke opkomst even snel weer verdwijnen. Een deel van de nieuwe generatie rechts-populistische partijen zal er in de komende jaren wellicht in slagen in de nationale politiek aanwezig te blijven. Deze partijen vallen echter vooral op doordat ze nieuw zijn, in veel Europese landen zijn links-populistische of extreem-linkse partijen al veel langer aanwezig in het nationale politieke leven. In sommige landen, en dan spreken we niet alleen over landen uit het voormalige Oostblok, nemen communisten zelfs belangrijke regeringsposities in.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.