Begin 2016 mengde de Duitse filosoof Peter Sloterdijk zich in het publieke debat om te wijzen op de gevaren die de “invasie” (Überrollung) van Duitsland door vluchtelingenstromen met zich meebrengt. Als filosoof spreekt hij niet van Lügenpresse, maar wat abstracter van Lügenäther, maar hij pleitte wel expliciet voor effectieve grensbewaking.

Zijn filosofische werken staan doorgaans verder van de politiek af. Lezingen, hoorcolleges, die hij tussen 2005 en 2014 als rector van een kunstacademie hield, zijn recent bijeengebracht in een bundel onder de titel Was geschah im 20. Jahrhundert? gepubliceerd. De bijdrages gaan over een grote variatie aan onderwerpen. De auteur schrijft zowel over de politiek van Heidegger als de uitleg van dromen volgens Derrida, als over verschillende aspecten van de globalisering. Aan bod komen zulke uiteenlopende zaken als de stress van het reizen en de Duitse grondwet.

Een belangrijk accent van de twaalf essays ligt op de bespreking van de voorwaarden van het menselijk bestaan. Vanaf de 20e eeuw wordt het menselijk bestaan meer en meer als in de natuur ingebed begrepen. Naast de atmosferische fundamenten van dierlijk en plantaardig Dasein, komen steeds meer ook de oceanische en ondergrondse hulpbronnen in beeld.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


De politiek wordt in belangrijke mate door schaarse goederen als olie, steenkool en gas beïnvloed. Ze blijkt in het licht van dit brede geologische en sferische gezichtspunt, dat Sloterdijk in het bijzonder in zijn rond de eeuwwisseling verschenen Sferen-trilogie al had verkend, afhankelijk te zijn van omvattende natuurlijke parameters, die tegen de achtergrond van een langzaam verblekend antropocentrisme duidelijk sterker op de voorgrond treden dan in de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw.

Het eerste essay, over het Antropoceen – een neologisme van de Nobelprijsdrager Paul J. Crutzen over het tijdperk van de mens als belangrijke invloedsfactor op natuur en milieu – geeft de basale richting voor het geheel van de bundel aan. De auteur ziet dit essay – dat het huidige tijdperk (vanaf ongeveer 1800) beschrijft als een wereldhistorisch tijdperk dat in het bijzonder van activiteiten van de mens afhankelijk is – in verband met reeds langer gebruikelijke interpretaties van mondiale tijdperken, zoals bijvoorbeeld die van Max Scheler.

De wereldgeschiedenis wordt in dit concept belicht vanuit haar mogelijke einde, zoals het ook in apocalyptische interpretaties van de geschiedenis het geval is. Het debat over de duiding van klimaattoestanden neemt een mondiale vorm aan. Het over het algemeen als funest voor het klimaat beschouwde koolstofdioxide kan niet eenvoudig door een domesticerende status civilis geneutraliseerd worden, zoals de strijd van allen tegen allen in de status naturalis bij Hobbes. De te ontwerpen minima moralia hebben bij Sloterdijk de levensgemeenschap van humane zowel als non-humane wezens veilig te stellen. De mondiale politiek speelt zich zo vooral af tussen hen die de energiehonger willen dempen, met andere woorden een nieuwe bescheidenheid benadrukken, en hen die de conventionele delfstofexpansie voort willen zetten.

Deze benadering wordt helder en pregnant voortgezet in een poging de 20e eeuw te definiëren. De strijd om energiebronnen bepaalt het politieke gebeuren en staat op een of andere wijze veel centraal daarin. De op verschillende momenten dominante vertegenwoordigers van het totalitarisme, ongeacht hun linkse of rechtse politieke kleur, zijn niet zonder hun verhouding tot fossiele en metalen stoffen te begrijpen, die hun wel en wee bepaalden.

Tegen deze vormen van de “extremistische rede” werkt Sloterdijk, die zich opnieuw als briljant stilist bewijst, de relevantie van bijzondere schatten uit: de natuur, de heimat en het ruimteschip aarde – een centrale metafoor in de late 20e eeuw. In het kader van dit gezichtspunt speelt ook het essay over de uitleg van dromen een rol.

Dat Sloterdijk in dit verband een nieuwe alchemie aan de horizon ziet opdoemen, zal niemand die zich al langer met het denken van deze filosoof bezighoudt zozeer verbazen. Voor het verklaren van de recente geschiedenis openen de ingevingen van de immens productieve geleerde wezenlijke inzichten, waarbij de teksten tegelijkertijd nopen tot het intensief bestuderen van de dikwijls idiosyncratische terminologie.

N.a.v. Peter Sloterdijk, Was geschah im 20. Jahrhundert? Unterwegs zu einer Kritik der extremistischen Vernunft (Suhrkamp: Berlin, 2016), gebonden, 348 pagina’s.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.