De Verenigde Naties noemen het conflict in Jemen inmiddels de grootste humanitaire catastrofe ter wereld en willen meer hulp geven. Op Arabische solidariteit hoeft de bevolking van Jemen echter niet te rekenen.

Sinds de zogenaamde Arabische Lente in 2014 heerst in Jemen een oorlog tussen onder andere Houthi-rebellen en troepen van de zelfbenoemde president Mansour Hadi, gesteund door een coalitie van Saoedi-Arabië en diverse andere Arabische staten. Volgens gegevens van de Verenigde Naties zijn in het conflict reeds circa 10.000 mensen door het oorlogsgeweld gedood, waarvan de meesten burgers. Nog veel meer kinderen zijn in de afgelopen tijd echter ten gevolge van ondervoeding en ziekte gestorven.

Sinds januari naderen de gevechtshandelingen de dichtbevolkte gebieden van Jemen, dat met 28 miljoen veel meer inwoners heeft dan Syrië. De gevechten concentreren zich al enkele maanden rond de havenstad Hodeida, waarlangs alle hulpgoederen het land binnenkomen.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Bijtanken

De Verenigde Staten hebben nu aangekondigd geen gevechtsvliegtuigen van de Arabische coalitie meer in de lucht bij te zullen tanken. Het Witte Huis presenteerde dit als een soort distantiëring van de oorlog. De Amerikaanse krijgsmacht is daar echter ook op andere wijze in betrokken. Bovendien liet Saoedi-Arabië via zijn ambassade in Washington meteen weten dat het voor het bijtanken in de lucht geen assistentie meer nodig heeft, omdat het inmiddels zelf over deze capaciteit beschikt.

Humanitaire catastrofe

De Verenigde Naties spreken intussen van de grootste humanitaire catastrofe ter wereld. Hulporganisaties maken zich zorgen om de situatie van de burgers. Iedere tien minuten sterft in Jemen een kind. In oktober waarschuwden de VN, dat in Jemen 14 miljoen mensen door honger en ziekte bedreigd worden.

Het wereldvoedselprogramma WFP kondigde aan zijn voedselhulp te willen verdubbelen, om deze mensen van voedsel te voorzien. Daarvoor is echter veel geld nodig. Dat geld komt echter niet van de rijke Golfstaten. Als er echter niet snel een eind komt aan het oorlogsgeweld, kon iedere hulp wel eens te laat komen.

Arabische solidariteit?

Tot nog toe heeft nog niet een hulporganisatie een beroep op de solidariteit van de Arabieren of islamieten gedaan. Het slechte geweten van de West-Europeanen vanwege de wapenleveranties aan Saoedi-Arabië en de Golfstaten lijkt meer op te leveren. Dit terwijl Saoedi-Arabië zich als hoeder van de heilige plaatsen van de islam toch als voorbeeld voor moslims wereldwijd ziet.

De oorlog tegen Jemen wordt hoofdzakelijk gevoerd door de leden van de Samenwerkingsraad van de Arabische Golfstaten, met uitzondering van Koeweit, Qatar en Oman. Qatar nam in een eerdere fase wel aan de oorlog in Jemen deel, maar inmiddels niet meer vanwege de gebrouilleerde relatie met Saoedi-Arabië.

Hamas

Onlangs werd bekend dat vanuit Qatar, met toestemming van Israël, miljoenen Amerikaanse dollars in koffers naar Gaza getransporteerd werden. Qatarese solidariteit met hun Arabische broeders in Palestina zogezegd. De Gazastrook, die niet over een luchthaven beschikt en waarvan de grens met Egypte is afgesloten, bevindt zich ook in een moeilijke situatie, maar vanuit Qatar is Jemen toch aanzienlijk dichterbij dan Gaza.

Met het Qatarese geld moet bovendien niet de nood onder de bevolking in Gaza – die er ook is – gelenigd worden, maar de lonen van de functionarissen van Hamas betaald worden. Omdat Hamas door Israël, de EU en de VS als terroristische organisatie gezien wordt, kon het geld niet simpelweg overgemaakt worden. Aan zo’n 40.000 functionarissen en strijders van de Hamas, die in de afgelopen maanden slechts deels betaald werden, is het geld reeds uitgekeerd. De Palestijnse Autoriteit had de lonen gekort, nadat de Verenigde Staten bezuinigden op hun hulpprogramma.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.